ECLI:NL:PHR:2018:350

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
16/03566
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie

Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte op 23 juni 2016 veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens diefstal met braak. Tegen dit arrest is op 29 juni 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 2 mei 2017 aan de verdachte persoonlijk betekend.

Hoewel de verdachte zich op 14 juli 2016 heeft gesteld, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door zijn raadsman binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging. Volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van middelen van cassatie binnen deze termijn een vereiste voor ontvankelijkheid.

De Procureur-Generaal concludeert daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van een schriftuur houdende middelen van cassatie. Hierdoor wordt het beroep in cassatie niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 16/03566
Zitting: 20 maart 2018
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 23 juni 2016 wegens het bewezenverklaarde “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/03565. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte is op 29 juni 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 2 mei 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem is door mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, hoewel hij zich op 14 juli 2016 heeft gesteld, echter geen middel van cassatie voorgesteld.
Ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG