ECLI:NL:PHR:2018:350
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie
Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte op 23 juni 2016 veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens diefstal met braak. Tegen dit arrest is op 29 juni 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 2 mei 2017 aan de verdachte persoonlijk betekend.
Hoewel de verdachte zich op 14 juli 2016 heeft gesteld, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door zijn raadsman binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging. Volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van middelen van cassatie binnen deze termijn een vereiste voor ontvankelijkheid.
De Procureur-Generaal concludeert daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van een schriftuur houdende middelen van cassatie. Hierdoor wordt het beroep in cassatie niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van middelen van cassatie.