Conclusie
(voldoende
)kleding en/of beddengoed en/of dekens om zich te kunnen verwarmen
,[slachtoffer 1]
/ofonverwarmde (slaap)kamer (met een geopend raam) laten slapen, (telkens) zonder (voldoende) kleding en/of beddengoed en/of dekens om zich te kunnen verwarmen
gewaarwording bij hem is veroorzaakt,
eerste middelklaagt, als ik het goed begrijp, dat het hof geen acht heeft geslagen op bepaalde factoren die van invloed zijn geweest op de daling van de lichaamstemperatuur van [slachtoffer 1] . Het gaat dan om twee factoren. In de eerste plaats de toediening van warm vocht vermoedelijk in het ziekenhuis waardoor de lichaamstemperatuur nog sneller, maar kort daalt. En in de tweede plaats het feit dat [slachtoffer 1] in de woning open op een dekbed zou hebben gelegen waarbij de hulpdiensten in en uit liepen en waarbij de kou van buiten dus kon binnendringen. Ik neem aan dat deze klacht betrekking heeft op de veroordeling voor feit 1.
De deskundigen
tweede middelklaagt over de verwerping door het hof van de mogelijkheid dat er sprake is geweest van zogenaamde paradoxical undressing, het verschijnsel dat koude slachtoffers zich juist van hun kleding gaan ontdoen omdat hun temperatuursbeleving volledig is verstoord.
derde middelgoed begrijp klaagt het erover dat het hof zich heeft gebaseerd op de verklaring van [slachtoffer 1] van 28 december 2016 om te komen tot de conclusie dat [slachtoffer 1] de nacht heeft doorgebracht in de koude en onverwarmde ruimte, temeer nu het hof zelf heeft overwogen dat de verklaringen van [slachtoffer 1] met de nodige behoedzaamheid moeten worden gewogen. Het hof heeft ten onrechte nagelaten aan te geven welke ruimte dat was.
vierde middelklaagt over het bewijs van het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] . Terecht heeft de rechtbank van de poging tot doodslag vrijgesproken. Dat het in de nacht van 15 op 16 februari 2015 zou vriezen is geen omstandigheid die bewijsbaar bekend was bij verdachte. Het hof heeft niet precies kunnen reconstrueren wat zich die nacht heeft voorgedaan. Alleen de verklaring van [slachtoffer 1] geeft daaraan enige invulling, maar de steller van het middel herhaalt dat deze verklaring geen steun vindt in het andere bewijsmateriaal. Het
vijfde middelklaagt ook over het bewijs van het voorwaardelijk opzet en stelt dat ook de redenering zou kunnen worden gevolgd dat verdachte niet op enig moment bij de kinderen is gaan kijken omdat daarvoor geen reden was. Dat is een contra-indicatie voor opzet. Ook het feit dat verdachte onmiddellijk actie onderneemt en 112 belt spreekt het bestaan van opzet op levensberoving tegen. Beide middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer 1]