ECLI:NL:HR:2006:AZ2169
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vrijwillige terugtred bij voltooide poging tot moord op zoontje
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor moord en poging tot moord op zijn vijf maanden oude zoontje. De verdachte sprong met het kind in het Eemskanaal, maar het misdrijf werd niet voltooid omdat hij samen met het kind weer uit het water klom en het naar het ziekenhuis wilde brengen.
Het hof oordeelde dat sprake was van vrijwillige terugtred als bedoeld in art. 46b Sr, omdat het niet voltooien van het delict het gevolg was van omstandigheden die van de wil van verdachte afhankelijk waren. De Hoge Raad bevestigde dat vrijwillige terugtred ook bij een voltooide poging mogelijk is en dat externe factoren het niet voltooien van het misdrijf niet per definitie uitsluiten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafmaat en verminderde de gevangenisstraf tot veertien jaar en acht maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd voor het overige verworpen. Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van vrijwillige terugtred bij voltooide pogingen en benadrukt het belang van concrete omstandigheden bij de beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt vrijwillige terugtred bij voltooide poging en vermindert de gevangenisstraf tot veertien jaar en acht maanden.