Conclusie
middelhoudt in dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de kosten van vernietiging van de inbeslaggenomen gewasbeschermingsmiddelen, waarvan het hof heeft vastgesteld dat die illegaal op de markt zijn gebracht en moeten worden onttrokken aan het verkeer, niet op grond van art. 8 aanhef Pro en onder c van de Wet op de economische delicten (hierna: WED) op de verdachte zijn te verhalen.
eerste middelhoudt in dat het hof bij de beoordeling van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie een te beperkte toets, te weten een marginale, heeft aangelegd, althans de verwerping van dat beroep op niet-ontvankelijkheid onvoldoende heeft gemotiveerd.
II. Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
Strafrechtelijk optreden
geenvan de criteria wordt voldaan. Voor een uitgebreide onderbouwing van onderstaande vier punten verwijzen cliënten naar de pleitnota in eerste aanleg.
eigenstelling van de NVWA dat het producten betreft die kunnen worden gebruikt door eindgebruikers. Er mist in de visie van de NVWA enkel een toelating tot het mogen verhandelen van deze producten en dat is dan ook de enige grondslag voor vervolging. Mét toelating zouden dit legale, gebruikelijke producten zijn die gewoon gebruikt kunnen worden in de bedrijfsvoering van telers.
‘De handhaving[s]organisatie handelt op grond van een sanctiestrategie, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd’. Meerwaarde voor een gezamenlijke landelijke sanctiestrategie Wgb is gelegen in de eenduidige en uniforme aanpak in handhavingsoptreden op grond van de Wgb door de verschillende handhavingsdiensten in Nederland. Doel daarbij is de overeenstemming van sanctionerend optreden van de afzonderlijke bestuursorganen te versterken (gelijk speelveld voor de toezichtgenieter). Deze landelijke strategie [is] tot stand gekomen na afspraken daarover tussen de diverse handhavingsinstanties. (...) Vanwege rechtsgelijkheid dient afwijking van de Sanctiestrategie Wgb zoveel mogelijk te worden voorkomen. (...).
Op 17 januari 2011 heeft overleg plaatsgevonden met een vertegenwoordiger van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Aangegeven is dat men akkoord is met de sanctiestrategie Wgb, te meer omdat met deze sanctiestrategie de bestaande afspraken uit het vigerende Handhavingsdocument 2008 worden geconsolideerd. (...)’ (onderstreping advocaat).
Geen mogelijkheid tot afwijking op grond van wettelijk kader
tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien."
Deze criteria plegen te worden neergelegd in een convenant en/of in vervolgingsrichtlijnen van het OM." (onderstreping advocaat).
Jurisprudentie
Aan deze richtlijnen zijn individuele leden van het openbaar ministerie gebonden, waaruit onvermijdelijk volgt dat het opportuniteitsoordeel in zaken die onder deze richtlijnen vallen hen goeddeels is ontnomen. Zolang zich geen bijzondere omstandigheden voordoen (vervolgingsrichtlijnen zullen daar in voorzien) zijn zij gebonden aan de vorm van afdoening die in de richtlijn wordt voorgeschreven.Daarmee is dan ook het belang dat de verdachte erbij heeft dat het inderdaad de officier van justitie persoonlijk is geweest die tot dagvaarden heeft besloten sterk is gereduceerd.
Conclusie
ne bis in idem).”
bestuursrechtelijke instrumentariumis vooral gericht op het geheel/gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding, herstel van de situatie en/of het alsnog aanbrengen van voorzieningen (last onder bestuursdwang/dwangsom/bestuurlijke boete). Het
strafrechtelijke instrumentariumis vooral toegesneden op het straffen van de overtreder en op het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie-) voordeel. Beide typen instrumenten dienen daarnaast tot ontmoediging, oftewel tot individuele en generale preventie.
overtreding van niet-kernbepalingen een schriftelijke waarschuwingvolgt en bij
kernbepalingen de bestuurlijke boetewordt ingezet, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn om tevens een last onder dwangsom/PV in te zetten. De beslisboom en toelichting laat zien welke omstandigheden een rol kunnen spelen. In het handhavingsdocument van 2008 is met het OM, nVWA, AI, VI en UvW afgesproken dat de artikelen de kernbepalingen vormen, waartegen bij overtreding dient te worden opgetreden. Dit zijn de artikelen 19, 20 en 22, eerste lid van de Wgb.
schriftelijke bestuurlijke waarschuwinggegeven indien er sprake is van eerste overtreding van een
niet-kernbepalingvan de Wgb, tenzij er sprake is van:
bestuurlijke boete en in bijzondere gevallen tevens een last onder dwangsom/last onder bestuursdwanggegeven, eventueel in combinatie met intrekking van het bewijs van vakbekwaamheid of vergunning:
tweede middelklaagt dat het gerechtshof met betrekking tot het bewijs van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten heeft aangenomen dat Verordening (EG) nr. 1107/2009 (en daarmee de Wgb) werking heeft, in het bijzonder waar het betreft de vraag of sprake is van levering aan een ‘gebruiker’ en de vorm waarin de stoffen zijn geleverd.
Vallen de ten laste gelegde feiten onder de werkingssfeer van de verordening (EG) Nr. 1107/2009 (hierna: de Verordening)?
derde middelklaagt dat het bewijs van het bewezenverklaarde opzet niet toereikend is.
Handelde medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte opzettelijk?
vierde middelklaagt dat het hof ter motivering van de onttrekking aan het verkeer ten onrechte spreekt van “ongecontroleerd bezit” c.q. dat het hof dat oordeel in het licht van het gevoerde verweer onvoldoende heeft gemotiveerd.
Toepassing artikel 36a Sr en 8 en 10 Wed
tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verrichten
verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt. (onderstreping adv.)