Conclusie
1.Feiten
‘special ooglaseren’gepubliceerd in haar uitgave de Consumentengids (in het nummer van juli/augustus 2007). In het artikel
‘Beter zicht op ooglaserklinieken’in deze special heeft de Consumentenbond verslag gedaan van een onderzoek dat naar zulke klinieken is verricht. In dit artikel (hierna: het Artikel) is onder meer het volgende te lezen:
slechtuit de bus kwam.”
matigen 3 locaties van dezelfde kliniek, Eye Center Europe, krijgen als enige een
slechtoordeel. Dit komt mede doordat de (Turkse) arts niet Big-gecertificeerd is en geen lid is van het NGRC (
Nederlands Gezelschap voor Refractiechirurgie,A-G). Maar ook op de andere punten scoort deze kliniek
matig.”
2.Procesverloop
Poot/ABP-doctrine aan een vordering van [eiser] en de Holding in de weg staat. Voor dat standpunt vindt de Consumentenbond bovendien steun in het vonnis van de rechtbank Arnhem van 14 juni 2012 (ECLI:NL:RBARN:2012:BX0178). Verder betwist de Consumentenbond dat [eiser] werkelijk schade heeft geleden en dat sprake is van causaal verband tussen het gestelde onrechtmatig handelen van de Consumentenbond en de schade die [eiser] en de Holding zouden lijden. Voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure ziet de Consumentenbond geen grond. De Consumentenbond betwist dat er buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt.
Tuin Beheer’, ECLI:NL:HR:2007:AZ0419, NJ 2007, 256 (hierna: het
Tuin Beheer-arrest). Voor ‘afgeleide schade’ geldt de in het HR-arrest van 2 december 1994 inzake ‘Poot/ABP’, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564, NJ 1995, 288 geformuleerde regel, dat de aandeelhouders wegens vermindering van de waarde van de aandelen in beginsel niet zelf een eigen vordering op de veroorzaker daarvan hebben maar alleen indien jegens hen persoonlijk een specifieke zorgvuldigheidsplicht is geschonden.”
Grondslag Agevorderde schade als gevolg van het feit dat ECE door toedoen van de Consumentenbond zijn schulden niet meer kon voldoen, geldt blijkens de rovv. 3.9 en 3.10 van het
Tuin Beheer-arrest een andere regel, die er – ‘vertaald’ naar het onderhavige geval – op neerkomt dat (i) de enkele omstandigheid dat een vordering van een derde door de Publicaties van de Consumentenbond waardeloos is geworden, nog niet met zich brengt dat laatstgenoemde onrechtmatig tegenover die derde heeft gehandeld, maar dat (ii) in het geval dat de belangen van de derde zo nauw betrokken zijn bij de Publicaties van de Consumentenbond dat hij daardoor schade kan lijden, de normen van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt kunnen meebrengen dat de Consumentenbond die belangen dient te ontzien door haar gedrag ‘
mede’ door die belangen te laten bepalen (in dezelfde zin: punt 14 MvG; blz. 6, regel 6, van [eisers] PA). Hierbij gaat het, gezien het onder 3.2 overwogene, niet om de belangen van die derde als aandeelhouder. Het argument van [eiser] (blz. 4 PA), dat de Consumentenbond had dienen af te wegen wat de gevolgen van de Publicaties zouden zijn voor [eiser] als DGA gaat dus niet op voor zover hij daarbij het oog heeft op de gevolgen voor hem als aandeelhouder.
Tuin Beheer-arrest. Aan de andere kant volgt uit onderdeel (ii) van die regel dat de stelling van de Consumentenbond in punt 5.21 MvA, dat zij geen rekening hoeft te houden met de financiële gevolgen voor derden als schuldeisers en borgstellers, in zijn algemeenheid niet kan worden aanvaard.”
Staat/Shell’, NJ 1996, 196, rov. 3.8.4). Op [eiser] , die stelt dat de Consumentenbond in de nakoming van de in rov. 3.3 genoemde zorgvuldigheidsplicht is tekortgeschoten, rust de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die dit oordeel kunnen dragen. Dat, zoals de Consumentenbond zelf stelt in punt 14 PA, in het algemeen vrijwel altijd derden de dupe zijn indien sprake is van onrechtmatig handelen als gevolg waarvan een partij failliet gaat, is onvoldoende om aan te nemen dat aan de hiervoor genoemde maatstaf is voldaan, gelet ook op hetgeen hierna onder 3.7 is te overwegen.”
Grondslag Azijn vorderingen niet dragen.”
Grondslag Bis van belang dat [eiser] in het geheel geen nadere informatie heeft verschaft over de aard van door hem bedoelde inkomsten – gaat het om loon of dividend?; waren de inkomsten verschuldigd door ECE of de Holding? – en evenmin over de hoogte daarvan. Voor zover het door [eiser] als productie 9 bij de MvG overgelegde overzicht van zijn schade enige informatie ter zake zou bevatten, acht het hof dit te summier en onvoldoende concreet. De stelling van [eiser] op blz. 7 PA, dat het de Consumentenbond duidelijk moest zijn dat [eiser] bij faillissement van ECE ‘belangrijke’ inkomsten zou gaan missen, mist in dit licht een toereikende onderbouwing. Hierbij komt nog dat gezien het genoemde gebrek aan informatie niet kan [niet] worden beoordeeld of en zo ja, in welke mate de Consumentenbond rekening had moeten houden met de belangen van [eiser] bij de door hem bedoelde inkomsten. Ook in dit opzicht is
Grondslag Bonvoldoende onderbouwd. Op die grondslag zijn de vorderingen van [eiser] dus niet toewijsbaar.”
Grondslag Cbetreft: in het vonnis van de rechtbank is in rov. 4.4 onder meer overwogen dat:
Grondslag Cgaat bijgevolg niet op.”
Grief 2
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Tuin Beheer-arrest uit 2007. [9] De zorgvuldigheidsnorm houdt in, na vertaling door het hof naar het onderhavige geval, dat “in het geval dat de belangen van de derde zo nauw betrokken zijn bij de Publicaties van de Consumentenbond dat hij daardoor schade kan lijden, de normen van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt kunnen meebrengen dat de Consumentenbond die belangen dient te ontzien door haar gedrag ‘mede’ door die belangen te laten bepalen”. Vervolgens overweegt het hof dat in deze zaak slechts sprake kan zijn van schending van die zorgvuldigheidsnorm, indien de Consumentenbond het belang van [eiser] als borg voor en/of schuldeiser van ECE kende of had behoren te kennen. [10] De stelplicht en de bewijslast ter zake liggen volgens het hof bij [eiser] . Dat in het algemeen vrijwel altijd derden de dupe zijn indien sprake is van onrechtmatig handelen als gevolg waarvan een partij failliet gaat, is, aldus nog steeds het hof, onvoldoende om aan te nemen dat aan de hiervoor genoemde maatstaf is voldaan.
in de gevaarzetting“die bestaat uit de meer dan aanzienlijke kans dat [eiser] als 100% DGA in privé voor de schulden van ECE zou kunnen worden aangesproken”. Indien dit gevaar zich verwezenlijkt, zo vervolgt de klacht, is dat onrechtmatig handelen aan de Consumentenbond toe te rekenen, zo niet reeds op grond van haar schuld, dan toch omdat dit krachtens de verkeersopvattingen voor haar rekening komt. De Consumentenbond heeft immers bewust het risico genomen dat [eiser] als nauw betrokken derde bij ECE ernstig zou kunnen worden geschaad.
Tuin Beheer-arrest overwoog uw Raad het volgende: [11]
Daarbij dient tot uitgangspunt dat, indien de belangen van een derde – zoals in dit geval Tuin Beheer – zo nauw zijn betrokken bij de behoorlijke uitvoering van een overeenkomst – zoals in dit geval de overeenkomst van opdracht die is gesloten tussen Verheij en Tuin Recreatie – dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een contractant in die uitvoering tekortschiet, de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, kunnen meebrengen dat die contractant deze belangen dient te ontzien door zijn gedrag mede door die belangen te laten bepalen (HR 24 september 2004, nr. C03/101, RvdW 2004, 108)[cursivering A-G]. Bij deze beoordeling dient de rechter naar wie de zaak wordt verwezen mede te betrekken dat de (interim)bestuurder van een vennootschap en aandeelhouder(s) daarvan zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd (art. 2:8 lid 1 BW Pro).”
Tuin Beheer-arrest naar de letterlijke tekst betrekking heeft op de situatie die zich in dat arrest heeft voorgedaan. Die situatie betreft het tekortschieten in de behoorlijke nakoming van een overeenkomst, door welk tekortschieten een nauw bij die overeenkomst betrokken derde wordt benadeeld.
Vleesmeesters/Alog-arrest uit 2004, waarnaar Uw Raad verwijst in rov. 3.10 van het
Tuin Beheer-arrest, ging het om een overeenkomst en de belangen van een derde bij (behoorlijke) nakoming van die overeenkomst. In rov. 3.4 van het
Vleesmeesters/Alog-arrest overwoog Uw Raad het volgende: [12]
NJ1946, 323).
Indien de belangen van een derde zo nauw zijn betrokken bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een contractant in die uitvoering tekortschiet, kunnen de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, meebrengen dat die contractant deze belangen dient te ontzien door zijn gedrag mede door die belangen te laten bepalen[cursivering A-G]. Bij de beantwoording van de vraag of deze normen zulks meebrengen, zal de rechter de terzake dienende omstandigheden van het geval in zijn beoordeling dienen te betrekken, zoals de hoedanigheid van alle betrokken partijen, de aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst, de wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken, de vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was, de vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien, de vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden, de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt en de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt, alsmede de redelijkheid van een eventueel aan de derde aangeboden schadeloosstelling.”
onrechtmatige daad, welke daad, die bestaat uit het (ten onrechte) negatief publiceren over ECE, volgens [eiser] óók onrechtmatig is jegens hem. De rechtbank en het hof oordeelden in kort geding dat de Consumentenbond onrechtmatig heeft gehandeld jegens ECE, en daartegen is geen cassatieberoep ingesteld (hiervoor randnummer 1.6). Het gaat in de onderhavige zaak dus niet om een
tekortschieten in een contractuele verplichtingvan de Consumentenbond die (volgens [eiser] ) moet leiden tot aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens [eiser] . In dit opzicht is de onderhavige casus anders dan de casus die zich voordeden in het
Tuin Beheer-arrest en het
Vleesmeesters/Alog-arrest.
Tuin Beheer-arrest ‘vertaalde’ zorgvuldigheidsnorm staat in cassatie niet ter discussie. Dat valt af te leiden uit randnummer 19. van de procesinleiding waarin [eiser] aangeeft dat het hof
terechtin rov. 3.3 tot uitgangspunt neemt dat uit het
Tuin Beheer-arrest – vertaald naar de onderhavige situatie – onder meer kan worden afgeleid dat in het geval dat de belangen van de derde zo nauw betrokken zijn bij de Publicaties van de Consumentenbond dat hij daardoor schade kan lijden, de normen van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt kunnen meebrengen dat de Consumentenbond die belangen dient te ontzien door haar gedrag
‘mede’door die belangen te laten bepalen.
kendeof
had behoren te kennen.
Staat/Shell, [14] waarin Uw Raad het volgende overwoog:
Of van zodanig handelen sprake is, hangt – in abstracto – daarvan af of de dader anders heeft gehandeld dan hij had moeten doen teneinde geen schade toe te brengen aan een bepaald belang van een ander dat hij had behoren te ontzien, waartoe dan ook mede is vereist dat hij dat belang kende of had behoren te kennen. Dergelijke normen strekken aldus uitsluitend ter bescherming van belangen van anderen waarop de dader bedacht moest zijn. Schendt hij een belang van een ander waarop hij niet bedacht behoefde te zijn, dan is derhalve niet voldaan aan het relativiteitsvereiste, zodat het mogelijk is te zeggen dat de dader niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens die ander; men kan dan evenwel even goed, zo niet beter zeggen dat de dader (in zoverre) niet onrechtmatig heeft gehandeld (vgl. HR 27 januari 1984, NJ 1984, 536). In dit opzicht bestaat een nauwe samenhang tussen onrechtmatigheid en relativiteitsvereiste[cursivering A-G].
kendeof
had behoren te kennen. [17] Uw Raad verwees naar het
Bedrijfsvereniging/Van den Akker-arrest, ook bekend als het
Verstekeling-arrest. [18] In dit arrest ging het om een bestuurder van een bestelbus, Van den Akker, die niet wist dat Jansen en Kremers zich in de laadruimte bevonden. Bij een botsing sloeg de bestelbus over de kop en werd Jansen eruit geslingerd, waarbij hij zwaargewond raakte. De Bedrijfsvereniging voor overheidsdiensten stelde Van den Akker aansprakelijk ter verhaal van de aan Jansen uitgekeerde sommen. Uw Raad overwoog het volgende:
minimumvereistegeldt dat de aangesproken persoon het belang van de getroffene kende althans behoorde te kennen. [20] Als dat niet het geval is, kan de aangesproken persoon niet worden verweten dat hij anders had moeten handelen met het oog op het belang van de getroffene dan hij heeft gedaan. Is aan het minimumvereiste inderdaad voldaan, dan is daarmee nog niet meteen gezegd dat er onzorgvuldig jegens de getroffene is gehandeld. Zoals hiervoor (randnummer 3.11) al is aangegeven in het kader van de
Vleesmeesters/Alog-rechtspraak, vindt vervolgens een nadere zorgvuldigheidsbeoordeling plaats. In de kern is het vereiste van nauwe betrokkenheid in die zaken een nadere toespitsing van het minimumvereiste uit het
Verstekeling-arrest en
Staat/Shellvoor een bepaald gevalstype.
kendeof
had behoren te kennen.
Staat/Shell-arrest (hiervoor randnummer 3.15) en rov. 4.3.2 van het
Van den Brink/Staat-arrest [25] – geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
in de gevaarzetting“die bestaat uit de meer dan aanzienlijke kans dat [eiser] als 100% DGA in privé voor de schulden van ECE zou kunnen worden aangesproken”. De klacht wil ingang doen vinden dat de Consumentenbond aansprakelijk is, omdat zij met de negatieve Publicaties over ECE een gevaarlijke situatie oftewel een risico in het leven heeft geroepen voor [eiser] als 100% DGA en daarbij de aanzienlijke kans heeft aanvaard dat [eiser] als 100% DGA in privé zou kunnen worden aangesproken voor de schulden van ECE. Aanvaarding van deze soepeler maatstaf voor het aannemen van aansprakelijkheid in gevallen als de onderhavige, sta ik niet voor. Het publiceren van een negatief onderzoeksrapport over een onderneming brengt inderdaad een risico met zich mee voor derden die nauw bij die onderneming betrokken zijn, zoals de 100% DGA. Dat maakt het publiceren van een negatief onderzoeksrapport over een onderneming nog niet onrechtmatig jegens de 100% DGA van die onderneming. Van een onrechtmatige daad jegens [eiser] is pas sprake als de Consumentenbond zich met het oog op (voldoende) specifieke belangen van een crediteur of borg, zoals [eiser] , van de Publicaties had moeten onthouden.
kendeof
had behoren te kennen.
kende of had behoren te kennen, het hof het betoog van [eiser] – dat de Consumentenbond reeds aansprakelijk is op grond van, kort gezegd, ‘gevaarzetting’ – onvolledig gelezen heeft.
wistdat [eiser] borg voor en/of schuldeiser van ECE was (rov. 3.7, eerste zin). Het hof is tegen die achtergrond niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden bij de verwerping van de stelling dat de Consumentenbond op dit punt een onderzoeksplicht had.