Conclusie
middelklaagt dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans
art. 48 Sv Pro niet is nageleefd, doordat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsvrouwe van de verdachte te zenden.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof Den Haag verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat noch verdachte noch diens raadsvrouwe bij de terechtzitting van 31 oktober 2016 zijn verschenen. De raadsvrouwe had zich tijdig gesteld, maar ontving geen afschrift van de dagvaarding. Dit was het gevolg van een administratieve omissie waarbij de dagvaarding alleen aan verdachte werd verzonden.
De advocaat-generaal stelde in zijn conclusie dat het voorschrift van artikel 51 (oud) Sv, thans artikel 48 Sv Pro, dat vereist dat een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsvrouwe wordt gezonden, niet was nageleefd. Dit voorschrift is van groot belang voor de belangen van de verdachte en de geldige behandeling van de zaak.
De Hoge Raad volgt dit standpunt en oordeelt dat de niet-naleving van dit voorschrift de behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en diens raadsvrouwe in de weg staat. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof Den Haag voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep op het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.