Conclusie
1.Feiten
het inzichtelijk maken van de akoestische kwaliteit van de huidige woningscheidende vloer met betrekking tot contactgeluidisolatie”, waarbij onder “
vloer” wordt verstaan: “
de constructieve vloer met zwevende dekvloer en de door de bovenburen aangebrachte leefvloer”.
2.Procesverloop
De vloerbedekking met isolatielaag en betonvloer dient minimaal een effectieve isolatie-index voor contactgeluid te hebben van Ico + 10 dB” en dat de vloer (betonvloer, zwevende dekvloer en pvc-vloer) van [eiser] c.s. daarom aan de norm van Ico + 10 dB moet voldoen. Gelet op de comparitie is tussen partijen niet langer in geschil dat het reglement van september 2012 geldt, omdat het is vastgesteld. [eiser] c.s. stelt echter dat de daarin opgenomen norm van Ico + 10 dB niet voor hem geldt, omdat hij daar nooit aan kan voldoen.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel I.1door een tweetal kenmerken van het (regime in) hoger beroep te benadrukken. Zo klaagt [eiser] c.s. dat het hof door de geluidsnorm van Ico + 10 dB van destijds tot uitgangspunt te nemen bij de beoordeling [12] van de vraag of grond bestaat voor toewijzing van de vordering van [verweerder] c.s., ten eerste, de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend. Het hof heeft daarbij het grievenstelsel miskend door geen aandacht te besteden aan de door [eiser] c.s. aangevoerde nieuwe feiten. Ten tweede heeft het hof miskend dat in hoger beroep een zogenaamde
ex nunc-toetsing aan de orde is: het hof dient het geschil te beoordelen naar het moment van zijn beslissing. Het hof had daarom aandacht moeten besteden aan de nieuwe feiten en omstandigheden. Ten slotte geldt, aldus het subonderdeel, dat voor zover het hof heeft gemeend dat het niet gehouden was om voornoemde nieuwe feiten bij zijn oordeel mee te nemen, omdat deze niet essentieel zouden zijn, het hof dat oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
subonderdeel I.2klaagt [eiser] c.s. dat het hof een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven door het beroep van [eiser] c.s. op de nieuwe feiten (het nieuwe huishoudelijk reglement 2015) ongemotiveerd te passeren. Dit geldt ook voor de stellingen dat [eiser] c.s. aan de nieuwe norm uit het huishoudelijk reglement 2015 voldoet, dat de rechtbank van een onjuiste geluidsnorm is uitgegaan en dat het handhaven van de veroordeling apert onredelijk is. Het hof heeft, aldus het subonderdeel, geen kenbare aandacht geschonken aan:
ex nunc. Het niet betrekken van deze nieuwe feiten bij ’s hofs oordeelsvorming heeft geleid tot een beslissing die gebaseerd is op een papieren werkelijkheid;
subonderdelen I.1 en I.2lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
ex nunc-beoordeling. [20] De appelrechter hoeft niet te beslissen of de eerste rechter het destijds bij het rechte eind had, al kan dat wel uit zijn motivering blijken. [21] Uw Raad heeft dit in het arrest
Qin Yun Yp/PTTals volgt weergegeven:
Meccano/Remco Toys. [25] Hij noemt in dit verband het voorbeeld dat een kantonrechter op grond van een concurrentiebeding in eerste aanleg een in de tijd onbeperkt verbod oplegt en de rechtbank oordeelt dat het verbod moet worden beperkt tot een datum, gelegen vóór de uitspraak in hoger beroep. In dat geval kan eiser er belang bij hebben dat de appelrechter niet volstaat met afwijzing, maar zich erover uitspreekt of het verbod gedurende dat inmiddels verstreken tijdvak terecht is gegeven.
destijdsde geluidsnorm van Ico + 10 dB gold, de zojuist genoemde
ex nunc-toetsing miskend, althans onvoldoende gemotiveerd waarom in casu een
ex nunc-toetsing niet aan de orde zou zijn. Het hof had de vordering van [verweerder] c.s. met inachtneming van de ten tijde van het hoger beroep actuele feiten en omstandigheden dienen te beoordelen, voor zover deze nieuwe feiten en omstandigheden door [eiser] c.s. bij de grieven zijn aangevoerd (devolutieve werking). Ik licht dit toe.
destijdsde geluidsnorm van Ico + 10 dB gold, heeft het hof de
ex nunc-toetsing van het hoger beroep miskend. Het hof had de vraag of toewijzing in appel van de vordering van [verweerder] c.s. gerechtvaardigd was niet naar de
destijdsin 2012 geldende maatstaven moeten beoordelen maar naar de maatstaven van het moment van zijn beslissing. In casu staat immers geen vordering tot vergoeding van schade wegens geluidshinder in het verleden centraal, maar een vordering tot aanpassing van (de vloer van) het appartement van [eiser] c.s. met gevolgen voor de toekomst. Ingevolge het huishoudelijk reglement 2015 worden leden van de VvE geacht een geluidsdemping aan te houden van Ico + 5 dB in plaats van Ico + 10 dB waarop het hof, voortbouwend op de gerechtelijke erkentenis van [eiser] c.s. met betrekking tot de vaststelling van het huishoudelijk reglement in 2012, zijn oordeel omtrent de vordering van [verweerder] c.s. heeft gebaseerd.
subonderdelen I.1 en I.2slagen derhalve.
subonderdelen I.3, I.4 en I.5bevatten alle drie enkel voortbouwende klachten:
subonderdeel I.3is gericht tegen rov. 6.11 van het tussenarrest en het daarop gebaseerde dictum. Het hof heeft hier tot uitgangspunt genomen dat indien sprake is van een gerechtelijke erkentenis de geluidsnorm van Ico + 10 dB geen onderwerp van het partijdebat meer is;
subonderdeel I.4is gericht tegen rov. 9.1 tot en met 9.5 van het eindarrest voor zover deze overwegingen betrekking hebben op de gerechtelijke erkentenis en op het onjuiste uitgangspunt van het hof dat de geluidsnorm geen onderdeel meer uitmaakt van het partijdebat;
subonderdeel I.5is gericht tegen rov. 9.6 tot en met 9.12, 9.13 (proceskostenveroordeling) en het daarop volgende dictum van het eindarrest, voor zover het hof de geluidsnorm van Ico + 10 dB tot uitgangspunt heeft genomen.
subonderdelen I.3 tot en met I.5eveneens.
Subonderdeel II.1faalt derhalve.
subonderdeel II.2voortbouwen op subonderdeel II.1, treft subonderdeel II.2 hetzelfde lot.
Subonderdeel II.2kan derhalve evenmin tot cassatie leiden.
subonderdelen III.1 en III.2richten respectievelijk een rechtsklacht en een motiveringsklacht tegen rov. 9.7 en 9.8 van het eindarrest. Onderdeel III.3 is een voortbouwende klacht inhoudende dat gegrondbevinding van één of meer klachten van de subonderdelen III.1 en III.2 betekent dat ook al wat het hof, op diens daarin bestreden oordelen voortbouwend, overigens heeft geoordeeld in rov. 9.7, 9.10, 9.12 en 9.13 niet in stand kan blijven. Hetzelfde geldt voor het daaropvolgende dictum.
subonderdeel III.2is gericht tegen rov. 9.7 en 9.8 van het eindarrest en klaagt over ’s hofs motivering. Het oordeel van het hof dat [eiser] c.s. onrechtmatig handelt, zou onbegrijpelijk zijn. [eiser] c.s. heeft een uitdrukkelijk beroep gedaan op het feit dat een overschrijding van de geldende geluidsnorm nog geen onrechtmatige hinder met zich brengt nu op grond van vaste jurisprudentie voor het aannemen daarvan vereist is dat die hinder ook gelet op de aard, de duur en de ernst daarvan onrechtmatig is. [verweerder] c.s. heeft, aldus [eiser] c.s., over de aard, de duur en de ernst van de hinder niets gesteld, laat staan bewezen. Ten aanzien van de aard van de hinder heeft [eiser] c.s. in de conclusie van antwoord opgemerkt dat geen sprake is van een bepaalde bijzondere aard nu contactgeluiden altijd hoorbaar zijn in een appartementencomplex. Ten aanzien van de ernst van de hinder heeft [eiser] c.s. verwezen naar de twee uren die hij in het appartement van [verweerder] c.s. heeft doorgebracht waarbij [eiser] c.s. bijna niets hoorde. Ter zake van de duur van de hinder is door [eiser] c.s. gesteld dat deze erg wisselend is en niet structureel. Het hof is op deze essentiële stellingen van [eiser] c.s. niet, althans niet kenbaar ingegaan, zodat het oordeel onbegrijpelijk is en ontoereikend gemotiveerd.
subonderdelen III.1 en III.2kunnen gezamenlijk worden besproken.
Subonderdeel III.I en III.2treffen dan ook geen doel.
subonderdeel III.3hun lot.