Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
5.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 26 juli 2016;
- de met het oog op de comparitie van partijen toegezonden productie 10 van [appellant 1] ;
- de met het oog op de comparitie van partijen toegezonden producties 22 en 23 van [geïntimeerde 1] ;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 13 oktober 2016, waarbij geen minnelijke regeling van het geschil is bereikt.
6.De verdere beoordeling
“het inzichtelijk maken van de akoestische kwaliteit van de huidige woningscheidende vloer met betrekking tot contactgeluidisolatie”, waarbij onder
“vloer”wordt verstaan:
“de constructieve vloer met zwevende dekvloer en de door de bovenburen aangebrachte leefvloer”.
De vloermassa van de verdiepingsvloer, zijnde 780 – 800 kg/m2, is zodanig dat de
- om binnen twee maanden na betekening van het vonnis zodanige werkzaamheden aan de vloer te hebben voltooid dat ten aanzien van de woonkamer, slaapkamer en inloopkleedkamer/werkplek van [geïntimeerde 1] een contactgeluidreductie van ten minste Ico + 10 dB wordt gehaald;
- binnen veertien dagen nadat genoemde werkzaamheden zijn afgerond op kosten van [geïntimeerde 1] medewerking te verlenen aan een akoestisch onderzoek door [raadgevende ingenieurs] Raadgevende Ingenieurs naar de contactgeluidisolatie tussen het woonappartement van [appellant 1] en het woonappartement van [geïntimeerde 1] ,
daardoorniet in overeenstemming is met het bepaalde in het splitsingsreglement. Door de rechtbank is niet geoordeeld dat het handelen van [appellant 1] zonder toepassing van die norm in strijd is met het splitsingsreglement. [geïntimeerde 1] heeft overigens in zijn aantekeningen voor de comparitie van partijen in eerste aanleg (punt 10) zelf de relevantie van de concrete geluidsnorm voor de toepassing van die bepaling onderstreept.