ECLI:NL:PHR:2018:63
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bevel dadelijk uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden jeugddetentie wegens onvoldoende gronden
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van poging tot inbraak en drie voltooide inbraken, met een werkstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het cassatieberoep richtte zich op drie middelen, waaronder de bewezenverklaring van een woninginbraak en de dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring van de woninginbraak op 25 december 2014 te Ridderkerk, ondanks schijnbare innerlijke tegenstrijdigheden in verklaringen van een medeverdachte, voldoende gemotiveerd en betrouwbaar is. Ook is een kennelijke misslag in de feitelijke kwalificatie van de delicten door het hof verbeterd gelezen zonder nadelige gevolgen voor de verdachte.
Het middel dat klaagt over de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht daarop, zoals opgelegd op grond van art. 77za Sr, wordt gegrond verklaard. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd dat voldaan is aan de vereiste voorwaarden, met name dat er ernstig rekening moet worden gehouden met het wederom plegen van een misdrijf gericht tegen de lichamelijke integriteit, wat niet het geval is bij de bewezen delicten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden, constateert een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar verwerpt het beroep voor het overige. Er wordt geen strafvermindering toegekend vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden bij jeugddetentie wordt vernietigd, het beroep wordt verder verworpen.