Conclusie
middelbehelst de klacht dat de strafmotivering, mede in het licht van hetgeen door de verdediging ter terechtzitting is aangevoerd, onvoldoende met redenen is omkleed.
Parket bij de Hoge Raad
Op 26 januari 2013 heeft de verdachte in Enschede meerdere verkeersovertredingen begaan, waaronder het verlaten van de plaats van een ongeval waarbij schade werd toegebracht, rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 480 microgram per liter uitgeademde lucht, en rijden zonder rijbewijs. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte tot gevangenisstraffen van twee en vier weken en legde een rijontzegging van vier maanden op.
De raadsman van de verdachte verzocht om een taakstraf en wees op het ontbreken van eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed in de afgelopen vijf jaar. Het hof motiveerde de keuze voor vrijheidsbenemende straffen echter niet nader, hetgeen in strijd is met artikel 359, zesde lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vrijheidsbenemende straf is opgelegd en dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting, waarbij het hof de strafmotivering expliciet moet geven conform de wettelijke eisen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende strafmotivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.