Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
RLvS Verlagsgesellschaft mbH/Stuttgarter Wochenblatt)geciteerd [7] . Zij oordeelt dat het voor het economisch gedrag van een consument van belang is dat op de website van Skyscanner tickets worden aangeboden tegen een (als gevolg van het niet vermelden van onvermijdbare kosten) lage prijs, omdat dit een consument zal stimuleren via de website van Skyscanner tickets te boeken, en dat in ieder geval kan worden gesteld dat de uitspraak van het CvB niet op voorhand als onverenigbaar met het bovengenoemde arrest moet worden beschouwd. Daar komt volgens de rechtbank nog bij dat de tekst van de leidraad een aanwijzing vormt voor de juistheid van de uitleg van het CvB (rov. 4.20). Uit het voorgaande volgt, aldus nog steeds de rechtbank, dat niet kan worden vastgesteld dat op het moment dat het CvB de beslissing nam, het voor haar voorzienbaar was dat de beslissing in rechte als onjuist zou worden bestempeld (rov. 4.21).
3.De bespreking van het cassatiemiddel
Bringing e-commerce benefits to consumers [11] lees ik dat, hoewel ‘price comparison websites’ veel gebruikt worden door consumenten, zulke websites problematisch presteren. Uit onderzoek zou het volgende zijn gebleken:
Core principlesopgesomd, waar prijsvergelijkingswebsites zich aan zouden moeten houden. Op p. 42 staat het volgende:
Key principles for comparison tools, welke de Europese Commissie kennelijk onderschrijft als bedoeld voor ‘operators of comparison websites’. [18] Key principle 3 luidt als volgt:
oneerlijke‘handelspraktijk’ van een ‘handelaar’ is dus, ingevolge lid 1,
onrechtmatig, zodat een consument die hierdoor schade lijdt, een vordering uit onrechtmatige daad kan instellen jegens de betrokken handelaar. [22] Lid 3 geeft vervolgens aan wanneer een handelspraktijk van een handelaar
in het bijzonder oneerlijkis. Lid 3 verwijst daarbij onder meer naar art. 6:193c BW.
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, waarin het begrip handelaar als volgt wordt gedefinieerd: ‘een natuurlijke persoon of rechtspersoon die die handelspraktijken verricht die onder deze richtlijn vallen en die betrekking hebben op zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit, alsook degene die in naam van of voor rekenschap van hem optreedt’. De Europese Commissie gaat ervan uit dat een professionele prijsvergelijkingswebsite als een handelaar in de zin van de richtlijn moet worden aangemerkt. [23]
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. [24]
Richtlijn oneerlijke handelspraktijkenstaat het volgende:
Deze richtlijn is niet van toepassing op handelspraktijken die hoofdzakelijk voor andere doeleinden bedoeld zijn, bijvoorbeeld commerciële communicatie gericht op beleggers, zoals jaarverslagen en promotiemateriaal over bedrijven[cursivering A-G].”
Richtlijn oneerlijke handelspraktijkenniet van toepassing is op een handelspraktijk die hoofdzakelijk een ander doel heeft dan ‘verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten’. [25] Het HvJ EU heeft in diverse arresten expliciet overwogen “dat artikel 2, sub d, van de richtlijn het begrip ‘handelspraktijk’ bijzonder ruim definieert”. [26]
eenproduct aan consumenten’. Hier staat dus ‘een’ product en niet, meer beperkt, ‘het eigen product’. Ik merk voorts op dat de Europese wetgever in art. 1 van Pro de
Richtlijn oneerlijke handelspraktijkenhet doel van de richtlijn heeft benoemd:
Good News), door het hof aangeduid met ‘Stuttgarter Wochenblatt’ (rov. 3.12). [27] Het ging in deze zaak om een geschil tussen twee ondernemers: de uitgever van het
Stuttgarter Wochenblatten RLvS, de uitgever van het gratis blad
Good News, waarin door derden gesponsorde stukken waren verschenen zonder dat de vermelding Anzeige (advertentie) was gebruikt. Dit laatste was in strijd met, een in alle Duitse deelstaten vergelijkbare wettelijke bepaling betreffende activiteiten van de pers (§ 10 LPresseG). De uitgever van het
Stuttgarter Wochenblattstelde daarom een verbodsactie in, kennelijk vanuit de gedachte dat RLvS op oneerlijke wijze concurreerde. Aan de orde was de vraag of de betrokken praktijk, te weten de publicatie van redactionele inhoud door een krantenuitgever, binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken valt. [28] Het HvJ EU overwoog het volgende:
CHS/Team4 Travelheeft het HvJ EU het volgende overwogen:
zonder dat hoeft te worden nagegaan of die praktijk ook in strijd is met de vereisten van professionele toewijding in de zin van artikel 5, lid 2, sub a, van de richtlijn[cursivering A-G].” [29]
UPC Hongarije [31] ging het om een vergissing van UPC oftewel, in de woorden van Verkade, een “onopzettelijk, incidenteel helpdeskfoutje”. [32] Hierbij was slechts één consument, een abonnee van UPC, betrokken. Het HvJ EU oordeelde dat, ook al was sprake van een eenmalige gedraging die slechts één consument betrof, er toch sprake was van een handelspraktijk (rov. 37) [33] . De omstandigheid dat het om een niet-opzettelijke gedraging gaat, is volgens het HvJ EU “geheel irrelevant” (rov. 47-49):
providergeen kennis heeft van, noch controle heeft over de gegevens die hij opslaat. Een
user-generated platform, waarmee de dienstverlener geen andere dan technische bemoeienis heeft, valt in beginsel in deze categorie. Niet iedere betrokkenheid in het kader van de aangeboden dienst ontneemt de dienstverlener de mogelijkheid van een beroep op deze aansprakelijkheidsbeperking
.Wanneer de dienstverlener actief tussenkomt, bijvoorbeeld door de op de website te plaatsen informatie vooraf te selecteren of door gebruikers bij te staan bij het opstellen van de informatie en hierdoor kennis heeft van hetgeen vervolgens op het door hem in stand gehouden platform wordt geplaatst, is er reden om hem een beroep op deze aansprakelijkheidsbeperking te ontzeggen.
providergeen beroep toekomt op de aansprakelijkheidsbeperking wanneer hij de doorgegeven informatie wijzigt of anderszins bij de inhoud betrokken is. Dit criterium kan leiden tot grensafbakeningsproblemen. In de zaak SABAM/Netlog stond vast dat de exploitant van een sociaal netwerk-site die de door gebruikers van die site verstrekte profielinformatie opslaat op zijn servers, een
hosting-
provideris in de zin van art. 14 van Pro richtlijn 2000/31/EG. In de zaak Google/Louis Vutton besliste het HvJ EU dat de aansprakelijkheidsbeperking in art. 14 van Pro richtlijn 2000/31/EG ook geldt voor een zoekmachine-advertentiedienst, mits de dienstverlener
nietgaat om een
rechtstreeksverband zoals vereist om haar handelen als een (oneerlijke) handelspraktijk te kunnen kwalificeren, maar in feite om een uiterst
indirectverband. Skyscanner voert aan te hebben duidelijk gemaakt dat het aanbod van Govolo (of van enige andere, vergelijkbare individuele aanbieding) geenszins door haar als reclame-uiting wordt ingezet om potentiële klanten tot een boeking via haar website te verleiden. Het is evenmin zo dat op passieve wijze door Skycanner van dezelfde 'verleiding' gebruik wordt gemaakt. Het oordeel van het hof dat het opnemen van de Govolo-aanbieding in de zoekresultaten op website van Skyscanner een rechtstreeks en positief verband houdt met de verkoopbevordering van de website van Skyscanner is volgens het onderdeel onbegrijpelijk.
enkeleopnemen van het aanbod van Govolo op Skyscanner's eigen website, bij wege van zoekresultaat, niet door het hof, oordelend over de rechtmatigheid van de beslissing van het CvB, als zelfstandige grond had kunnen worden aangemerkt voor enige rechtstreekse verkoopbevordering door Skyscanner van haar website. Skyscanner voert aan dat het CvB alleen een rechtstreeks verband heeft kunnen leggen met de verkoopbevordering
"van”de website van Skyscanner voor zover sprake is van een
combinatie van een externe uiting van Skyscannermet de weergegeven prijzen van Govolo. Skyscanner stelt dat naar het eigen oordeel van het CvB
twee 'stappen'nodig zouden zijn voor deze verkoopbevordering. Er kan derhalve ook volgens het CvB, aldus nog steeds Skyscanner, geen sprake zijn van een
rechtstreeksverband met de verkoopbevordering van Skyscanners vergelijkingssite, indien slechts aan één van beide stappen is voldaan.
voldoendegrond had om te oordelen dat Skyscanner zich van een oneerlijke handelspraktijk bediende. Het hof heeft daarmee geoordeeld dat het de eigen redenering die het rechtstreekse verband onderbouwt in voldoende mate in de uitspraak van de CvB terugvindt. Dit brengt mee dat het hof daarmee voorbij heeft willen gaan aan de door Skyscanner geëntameerde discussie over de in de uitspraak van het CvB voorkomende frase “goedkoopste tickets Miami”. Ik vind dat gerechtvaardigd omdat die frase mijns inziens niet relevant is om het rechtstreekse verband aan te nemen. De door het hof gevolgde benadering is mijns inziens goed te begrijpen.
In een markt met voor het overige gelijkwaardige spelers impliceert dit dat, in het geval dat het goedkoopste aanbod op een andere vergelijkingssite te vinden is, een substantieel deel van de consumenten na het raadplegen van verschillende vergelijkingswebsites voor het goedkoopste aanbod op die andere vergelijkingswebsite zal kiezen.”
,waardoor de weergegeven prijzen wél een doorslaggevende factor kunnen vormen – innerlijk tegenstrijdig en (in ieder geval) onnavolgbaar is, omdat in cassatie vaststaat dat de gebruikers van Skyscanner in meer dan de helft van de gevallen niet voor de laagste prijs kiezen zoals vermeld in de zoekresultaten. De sub-klacht verwijst hierbij naar rov. 3.7, 3e volzin.
ook andere websiteshet gewraakte, als misleidend aangemerkte aanbod van Govolo zullen hebben getoond. Hieruit volgt volgens Skyscanner dat het aanbod van Govolo niet
op zichzelfeen rechtstreeks verband kan opleveren met de verkoopbevordering van de website van Skyscanner. Indien meerdere vergelijkingswebsites hetzelfde aanbod tonen, moet er ergens immers toch nog een keuze voor de website van Skyscanner worden gemaakt. In cassatie staat volgens Skyscanner vast dat die keuze voor Skyscanner ten minste gedeeltelijk wordt bepaald door andere elementen dan door de op de site aan te treffen prijzen. Ook staat volgens Skyscanner vast dat Skyscanner
juist door die andere elementen(in de woorden van het hof in rov. 3.10:
"om deze redenen")een betere concurrentiepositie heeft dan haar concurrenten.