Conclusie
verzoeker in cassatie
mr. A.H.M. van den Steenhoven
Parket bij de Hoge Raad
Verzoeker werd bij vonnis van de rechtbank Den Haag in januari 2016 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst en aanvankelijk vrijgesteld van sollicitatieplicht wegens psychische klachten. Na 15 september 2016 verviel deze vrijstelling, maar verzoeker voldeed niet aan zijn sollicitatieverplichtingen en informeerde de bewindvoerder niet over zijn behandeling. De bewindvoerder verzocht daarom tussentijdse beëindiging van de regeling.
De rechtbank beëindigde de regeling in september 2017 wegens niet-nakoming van de informatie- en sollicitatieplicht. Verzoeker voerde verweer dat hij volledig arbeidsongeschikt was, maar het hof oordeelde in april 2018 dat hij onvoldoende onderbouwing leverde voor volledige arbeidsongeschiktheid en dat hij toerekenbaar tekortschiet in zijn sollicitatieplicht. Het hof bekrachtigde het vonnis tot beëindiging.
Verzoeker stelde cassatie in tegen de motivering van het hof, met name over de bereidheid tot deelname aan sociale activering. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld en dat het motiveringsgebrek niet aannemelijk is. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de sollicitatieplicht ondanks onvoldoende onderbouwing van volledige arbeidsongeschiktheid.