ECLI:NL:HR:2009:BK3576

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03841
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning van schone lei bevestigd

De schuldenaar was bij vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later heeft de rechtbank op voordracht van de bewindvoerder de toepassing van deze regeling beëindigd zonder dat een schone lei werd toegekend. De schuldenaar ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Tegen dit arrest van het hof stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering werd het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren Numann en Van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door vice-president Koster. Hiermee blijft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei.

Uitspraak

22 december 2009
Eerste Kamer
09/03841
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. Post.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als de schuldenaar.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 januari 2007 is ten aanzien van de schuldenaar de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Op voordracht van de bewindvoerder heeft de rechtbank bij vonnis van 6 augustus 2009 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar beëindigd, zonder toekenning van een schone lei.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Bij arrest van 15 september 2009 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep, met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.