ECLI:NL:HR:2009:BK3576
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning van schone lei bevestigd
De schuldenaar was bij vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later heeft de rechtbank op voordracht van de bewindvoerder de toepassing van deze regeling beëindigd zonder dat een schone lei werd toegekend. De schuldenaar ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.
Tegen dit arrest van het hof stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering werd het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren Numann en Van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door vice-president Koster. Hiermee blijft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei.