Deze bewezenverklaring is voorafgegaan van een bewijsoverweging met de volgende inhoud:
"Na een anonieme melding, waarin is aangegeven dat een flinke wietlucht rond het pand [a-straat 1] te Amsterdam Zuidoost hing, en de waarneming van een warmtebron bij hetzelfde pand zijn de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] het pand binnengetreden. Op de trap roken zij niet alleen de hen bekende henneplucht, maar zagen zij ook hennepresten. Bij de deur van de woning stonden twee vuilniszakken met daarin aarde en plantenresten. Op de eerste verdieping werd vervolgens een in werking zijnde hennepkwekerij, verdeeld over twee afgesloten ruimtes, aangetroffen. De verdachte was tijdens het binnentreden in het pand aanwezig. Hij heeft bij de politie verklaard dat zijn stiefvader de medeverdachte [betrokkene 1], het pand huurde en dat [betrokkene 1] hem ongeveer een jaar om niet in de woning heeft laten verblijven.
In de hennepkwekerij zijn sporen veiliggesteld, in beslag genomen en onderzocht. Uit dactyloscopisch onderzoek is gebleken dat vingerafdrukken van de verdachte zijn aangetroffen op een van de assimilatielampen die boven de planten hingen, alsmede op een stuk tape op een doos met daarin piepschuim platen.
Op basis van de in de woning aangetroffen witte, op kalk gelijkende aanslag op het grondzeil en de irrigatiebuizen, stofaanslag op de deursponningen, hennepaanslag op de deurposten, hennepschaartjes en verlichtingsschakelaars, en (zeer) vervuilde koolstoffilters meldt Liander in de aangifte dat er vermoedelijk sprake is geweest van tenminste drie eerdere oogsten.
[betrokkene 1] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij het pand sinds ongeveer vijf jaren huurde, maar dat hij voornamelijk in de woning van zijn (thans ex-)partner in Almere verbleef. Ongeveer tweemaal per maand kwam hij in de woning in Amsterdam Zuidoost. Wanneer hij enkel de post kwam halen, zoals het geval was een dag voor de ontmanteling van de kwekerij, bleef hij op de begane grond. Hij ging wel eens naar het toilet op de eerste verdieping, maar meestal liep hij naar het woongedeelte op de tweede verdieping. Hij heeft tot slot verklaard niets af te weten van de hennepkwekerij en nooit een wietlucht in de woning te hebben geroken.
De verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd. Op 17 november 2011 heeft hij bij de politie verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat zich in de woning een hennepkwekerij bevond, dat deze kwekerij van zijn stiefvader was en dat hij de planten niet heeft verzorgd. Tijdens het verhoor op 18 november 2011 heeft hij verklaard dat hij wel eens heeft geholpen: hij heeft wel eens gepompt en samen met een ander geknipt, en af en toe heeft hij wat geld van [betrokkene 1] ontvangen. Voorts heeft hij verklaard dat de kwekerij nog niet was opgebouwd op het moment dat hij de woning betrok, maar dat alle spullen er al wel stonden, dat er zeker eenmaal is geoogst en dat het voor hem duidelijk was dat de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat er naar zijn idee tweemaal is geoogst.
Gelet op de aangetroffen situatie ter plaatse, bovengenoemde verklaringen van [betrokkene 1] en de omstandigheid dat vingerafdrukken van de verdachte op twee verschillende plaatsen in de hennepkwekerij zijn aangetroffen, een en ander in onderling verband en samenhang bezien, zijn de verklaringen van de verdachte, die erop neerkomen dat hij slechts zijdelings bij de kwekerij betrokken is geweest, niet geloofwaardig. Het hof gaat ervan uit dat hij degene is geweest die de kwekerij heeft ingericht of doen inrichten, de hennep heeft geteeld en de elektriciteit heeft gestolen. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd.
Nu er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor de conclusie dat de verdachte de feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd, zal hij van het ten laste gelegde medeplegen worden vrijgesproken."