ECLI:NL:PHR:2018:946

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2018
Publicatiedatum
7 september 2018
Zaaknummer
17/01587
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116.3 SvArt. 134.2.a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindigd beslag op auto onder vader van klager

In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant het klaagschrift van klager ongegrond verklaard met betrekking tot het beslag op een personenauto Porsche Cayenne met Pools kenteken, die onder de vader van klager stond. Uit onderzoek bleek dat de auto voorzien was van een vals VIN-nummer en als gestolen stond geregistreerd in Duitsland.

Het openbaar ministerie informeerde dat het voertuig op 11 september 2017 is teruggegeven aan de rechthebbende, een Duitse verzekeringsmaatschappij. Hierdoor is het beslag op grond van artikel 134, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering beëindigd.

Omdat het beslag is beëindigd en klager niet zelf de beslagene is, heeft klager geen belang meer bij het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt hiermee eerdere jurisprudentie dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dergelijke omstandigheden.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het beëindigd beslag en het ontbreken van belang.

Conclusie

Nr. 17/01587 B
Zitting: 20 februari 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[klager]
Bij beschikking van 8 november 2016 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, het klaagschrift ex art. 552a Sv van de klager ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg, heeft middelen van cassatie voorgesteld.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.
Blijkens de beschikking van de rechtbank van 8 november 2016 gaat het in deze zaak om een onder de vader van de klager in beslag genomen personenauto Porsche Cayenne met Pools kenteken [kenteken]. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat uit identificatieonderzoek is gebleken dat de betreffende personenauto voorzien is van een vals VIN-nummer en dat het voertuig gesignaleerd staat als gestolen/vermist in Duitsland.
Uit namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat op het inbeslaggenomen voertuig inderdaad een diefstalsignalering van toepassing is en het inbeslaggenomen voertuig op 11 september 2017 is teruggegeven aan de rechthebbende [1] . Dit betekent dat het beslag kennelijk op grond van art. 134, tweede lid onder a Sv [2] is beëindigd. Klager heeft dan ook geen belang bij het cassatieberoep. [3]
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Uit de opgevraagde inlichtingen valt af te leiden dat het voertuig is teruggegeven aan Kravag-Allgemeine Versicherungs - AG, een verzekeringsmaatschappij te Duitsland.
2.Art. 134, lid 2 onder a, Sv lijkt te impliceren dat het enkel ziet op teruggave aan de beslagene zelf. Dat is hier niet het geval. De voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep van belang zijnde uitkomst, te weten dat het beslag is geëindigd te bestaan, is hoe dan ook dezelfde.
3.Vgl. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2748 en HR 6 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:8.