ECLI:NL:PHR:2018:946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindigd beslag op auto onder vader van klager
In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant het klaagschrift van klager ongegrond verklaard met betrekking tot het beslag op een personenauto Porsche Cayenne met Pools kenteken, die onder de vader van klager stond. Uit onderzoek bleek dat de auto voorzien was van een vals VIN-nummer en als gestolen stond geregistreerd in Duitsland.
Het openbaar ministerie informeerde dat het voertuig op 11 september 2017 is teruggegeven aan de rechthebbende, een Duitse verzekeringsmaatschappij. Hierdoor is het beslag op grond van artikel 134, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering beëindigd.
Omdat het beslag is beëindigd en klager niet zelf de beslagene is, heeft klager geen belang meer bij het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt hiermee eerdere jurisprudentie dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dergelijke omstandigheden.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het beëindigd beslag en het ontbreken van belang.