ECLI:NL:PHR:2018:974

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2018
Publicatiedatum
10 september 2018
Zaaknummer
17/00747
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557.4 SvArt. 511i SvArt. 36e SrArt. 36e.1 SrArt. 577b.2 Sv
Verwijzingen
12 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid cassatie in ontnemingszaak na ontslag van rechtsvervolging

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 januari 2017 het vonnis van de rechtbank Arnhem vernietigd en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen, omdat verdachte in de hoofdzaak was ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze afwijzing en voerde aan dat het ontslag van rechtsvervolging onterecht was. De Hoge Raad overwoog dat het cassatiemiddel in wezen gericht was tegen de motivering van het ontslag van rechtsvervolging in de hoofdzaak en niet tegen de ontnemingsuitspraak zelf.

Omdat het Openbaar Ministerie geen zelfstandig cassatiemiddel in de hoofdzaak had ingediend binnen de wettelijke termijn, kon het middel in de ontnemingszaak niet worden ontvangen. De Hoge Raad benadrukte dat de behandeling van cassatiemiddelen van het Openbaar Ministerie in ontnemingszaken anders is dan die van betrokkene, vanwege verschillen in rechtspositie en wettelijke regelingen.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk en verwees naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing van deze afwijkende behandeling. De zaken met nummers 17/00561, 17/00747 P en 17/00748 hangen samen en werden gelijktijdig behandeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een zelfstandig cassatiemiddel in de hoofdzaak.

Conclusie

Nr. 17/00747 P
Mr. A.J. Machielse
Zitting: 27 maart 2018 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[betrokkene] [1]
1. Op 25 januari 2017 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, het vonnis van de rechtbank Arnhem van 14 april 2016 vernietigd en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.
2. Mr. I.E.W. Gonzales, AG bij het Ressortsparket, heeft cassatie ingesteld. Mr. E.M. de Meijer, AG bij het Ressortsparket, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie. Namens verdachte heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, het cassatieberoep van het OM schriftelijk tegengesproken.
3.1. Het
middelvoert aan dat het hof ten onrechte de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft afgewezen met een verwijzing naar het ontslag van rechtsvervolging dat het hof in de strafzaak tegen verdachte op 25 januari 2017 ten aanzien van het onder twee bewezenverklaarde heeft uitgesproken. De steller van het middel meent dat verdachte ten onrechte van alle rechtsvervolging is ontslagen.
3.2. In de kern genomen richt het middel zich tegen de motivering van het ontslag van rechtsvervolging in de hoofdzaak. De schriftuur bevat dan ook niet een klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak - in dit geval het arrest in de ontnemingszaak - heeft gewezen. De schriftuur moet dan ook onbesproken blijven. [2]
Omdat niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie in de ontnemingszaak is ingediend kan het beroep in cassatie niet worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De zaken met nummer 17/00561 ([A] B.V.), 17/00747 P ([A] B.V.) en 17/00748 ([betrokkene 1]) hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag conclusie genomen.
2.Vgl. HR 23 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0171.