ECLI:NL:HR:2008:BF0171

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01188/07 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep inzake ontnemingszaak wegens ontbreken klacht en termijnoverschrijding

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem in een ontnemingszaak betreffende wederrechtelijk verkregen voordeel. De schriftuur die namens betrokkene werd ingediend, bevatte echter uitsluitend klachten gericht tegen het arrest in de hoofdzaak en niet tegen het arrest in de ontnemingszaak zelf. Hierdoor ontbrak een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift met betrekking tot het bestreden arrest in de ontnemingszaak.

Daarnaast heeft betrokkene niet binnen de wettelijk gestelde termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend, zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon betrokkene niet ontvankelijk worden verklaard in het beroep.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep verworpen en betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, en uitgesproken op 23 september 2008.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van een duidelijke klacht en het niet tijdig indienen van de schriftuur.

Uitspraak

23 september 2008
Strafkamer
nr. S 01188/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 oktober 2006, nummer 21/005718-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Hoewel blijkens de cassatieakte het beroep is ingesteld in de ontnemingszaak, behelst de schriftuur slechts een klacht die is gericht tegen 's Hofs arrest in de hoofdzaak. De schriftuur bevat dan ook niet een klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak - in dit geval het arrest in de ontnemingszaak - heeft gewezen. De schriftuur moet dan ook onbesproken blijven.
2.2. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 23 september 2008.