ECLI:NL:HR:2008:BF0171
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep inzake ontnemingszaak wegens ontbreken klacht en termijnoverschrijding
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem in een ontnemingszaak betreffende wederrechtelijk verkregen voordeel. De schriftuur die namens betrokkene werd ingediend, bevatte echter uitsluitend klachten gericht tegen het arrest in de hoofdzaak en niet tegen het arrest in de ontnemingszaak zelf. Hierdoor ontbrak een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift met betrekking tot het bestreden arrest in de ontnemingszaak.
Daarnaast heeft betrokkene niet binnen de wettelijk gestelde termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend, zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon betrokkene niet ontvankelijk worden verklaard in het beroep.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep verworpen en betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, en uitgesproken op 23 september 2008.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van een duidelijke klacht en het niet tijdig indienen van de schriftuur.