Conclusie
middelklaagt over de verwerping van het beroep op een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv omdat de bevoegdheid om inzage van het identiteitsbewijs te vorderen ontbrak.
2. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer PL1300-2016182833-9 van 24 augustus 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], doorgenummerde pag. 7 e.v.
De verdachte verklaart op vragen van de politierechter, zakelijk weergegeven:
“In hoger beroep gevoerd verweer
Kamerstukken II, 2003/04, 29 218, nr. 21, p. 25 toe:
middelbehoeft niet tot cassatie leiden.