Conclusie
3.Het eerste middel
ongeveer8,2 kilogram, toebehorende aan [betrokkene] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en [benadeelde 4] , gepleegd door hem, verdachte, en zijn mededaders met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken
daarmee [benadeelde 4]in bedwang houden, en
NJ2015/390, door te oordelen dat indien de verdachte niet fysiek aanwezig was op de plaats van het delict, het oordeel dat zijn bijdrage wezenlijk was, in het bijzonder gemotiveerd dient te worden met behulp van relevante feiten en omstandigheden. Het hof zou namelijk niet tot uitdrukking hebben gebracht dat sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Daarnaast zou het hof geen overweging hebben gewijd aan de intensiteit van de samenwerking en de onderlinge taakverdeling.