Conclusie
1.Inleiding
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Overweging met betrekking tot het bewijs
3.Het middel
slechtsdat de verdachte rondom het tijdstip van de inbraak aanwezig is geweest in de centrale hal van het betreffende flatgebouw. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers ook dat de woninginbraak tussen 18 december 2016 13:00 uur en 19 december 13:30 uur heeft plaatsgevonden, dat de verdachte samen met de medeverdachte op 18 december 2016 vanaf 22:13 uur in het betreffende flatgebouw is geweest en dat op beelden is te zien dat zij in het daaropvolgende tijdsbestek van achttien minuten samen nog eens vijf maal de flat in- en uitlopen, waarbij zij de laatste keer om 22:32 samen wegrennen en de medeverdachte een tas bij zich draagt die is weggenomen bij de woninginbraak, een omstandigheid die duidt op betrokkenheid bij het bewezen verklaarde strafbare feit. Verder heeft het hof bij zijn oordeel, dat sprake is van gekwalificeerde diefstal in vereniging (het medeplegen wordt in cassatie niet met zoveel woorden bestreden), betrokken, dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid samen met de medeverdachte in de flat. Gelet op deze vaststellingen is het oordeel van het hof dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de woninginbraak, niet onbegrijpelijk.