Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
het onschadelijk houden vaneen onder zijn hoede staand gevaarlijk dier” [1] , veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 300,00, subsidiair zes dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Het hof heeft ook beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven honden, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. Ook heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in het arrest omschreven.
middelklaagt over de bewezenverklaring. Het hof heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bewezenverklaard, zonder acht te slaan op, althans uitdrukkelijk, begrijpelijk en consistent te beslissen op een gevoerd verweer.
corpus delictieigen was, en evenmin of men met eene voortdurende eigenschap of met eene ziekte te doen heeft. Ook kwaadaardige of dolle honden zijn dus in de bepaling begrepen.”
Gevaarlijk.(…) “
gevaarlijk”moet blijven. Anders zou bijv. ook het feit van art. 515 [458] onder dit artikel begrepen zijn. Overigens is in de Memorie van Toelichting duidelijk uitgedrukt, dat men hier
nietmet eene
abstracte, maar met eene
concreteeigenschap te doen heeft, zoodat bijv. ook honden onder deze dieren
kunnenbegrepen zijn.”
NJ1992/571 ging het over een loslopende hond, een aan het type pitbullterriër verwant type, die bij een voetbalvereniging ballen had stukgebeten. De rechtbank had de verdachte vrijgesproken van het onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, omdat zij kennelijk van opvatting was dat een bepaalde hond eerst dan als gevaarlijk kan worden beschouwd, indien hij door zijn gedrag heeft laten blijken gevaarlijk te zijn voor mens of dier. Die opvatting is volgens de Hoge Raad niet juist,
NJ2010/378 werd het verweer gevoerd dat niet is gebleken dat de honden gevaarlijk waren vóór de overtreding werd gepleegd. Het hof had onder meer het volgende in zijn overwegingen meegenomen om tot het oordeel te komen dat de hond gevaarlijk in de zin van art. 425 aanhef Pro en onder 2° Sr is:
NJ2016/43 betrof een hond, type Amerikaanse stafford, die een hond, type chihuahua, meerdere malen heeft gebeten waardoor deze is overleden. De verdachte had voor het hof verklaard dat de Amerikaanse stafford een mishandelde en verwaarloosde hond was en dat zij na het vroegtijdig afbreken van trainingen kennelijk nog steeds mentaal onzeker/niet weerbaar was en op straat in conflictsituaties geraakte. Een getuige had verklaard dat de hond kort voor het bijtincident gedrag vertoonde dat als ‘opgefokt’ werd aangeduid. De Hoge Raad liet het oordeel van het hof in stand:
en voorts nog overwogen