Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming”, 3 “
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”, 4 5 en 7 “
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd” en 9 “
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof enkele inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard. Tot slot heeft het hof de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard.
OVC-gesprekkengenoemd) beluisterd. Op basis van de herkenning van stemgeluid hebben zij bepaalde uitlatingen in een aantal gesprekken aan de verdachte toegeschreven. De verbalisanten hebben hun bevindingen gerelateerd in een proces-verbaal van 7 februari 2013. In feitelijke aanleg heeft de verdediging uitvoerig verweer gevoerd tegen het gebruik van deze bevindingen tot het bewijs tegen de verdachte, op de grond dat stemherkenning als methode onvoldoende betrouwbaar is.
eerste middelklaagt dat het hof het verweer van de verdediging dat het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2013 van het bewijs moet worden uitgesloten omdat de stemherkenning van de verbalisanten onvoldoende betrouwbaar is, onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
met als doel te bepalen of de betwiste geluidsfragmenten aan de verdachte toe te schrijven zijn”, aldus de stellers van het middel.
In onze dagelijkse contacten met vrienden, kennissen en collega’s maken wij immers doorlopend met succes gebruik van die mogelijkheid”, aldus prof. Broeders in zijn bijdrage aan het rechtspsychologisch handboek
Routes van het recht(2017). [2] De mogelijkheid van stemherkenning is een gevolg van het feit dat wat betreft de onderscheidende kenmerken van stemgeluid de variaties
tussenverschillende individuen voldoende groot zijn en de variaties
binnenéén individu voldoende klein. Over de betrouwbaarheid van sprekeridentificatie aan de hand van een stemvergelijking tussen enerzijds de herinnering aan het stemgeluid van een spreker, en anderzijds een aangeboden prikkel, bijvoorbeeld een gesprek in levende lijve, de stem van een spreker over de telefoon of in een geluidsopname, kunnen – zo begrijp ik Broeders – moeilijk algemene uitspraken worden gedaan. De betrouwbaarheid van de herkenning hangt af van veel uiteenlopende systeem- en schattingsvariabelen. Mensen zijn in elk geval geneigd om hun vaardigheid op dat vlak te overschatten. Een belangrijke variabele is wel de mate waarin de luisteraar bekend is met het stemgeluid van de spreker. En hoewel Broeders kritische kanttekeningen plaatst bij sprekeridentificatie door opsporingsambtenaren, [3] merkt hij ook op dat sprekeridentificaties bij het uitluisteren en verbaliseren van de resultaten van telefoontaps, betrekkelijk zelden wordt betwist en dat slechts in een fractie van de gevallen die formeel worden betwist en voor spraakonderzoek zijn aangeboden aan het NFI of TMFI, steun wordt gevonden voor een onjuiste identificatie. [4]
tweede middelklaagt dat het onder 4 tenlastegelegde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
dat de dag vóór de poging tot inbraak [betrokkene 1] en verdachte in de Renault Megane met kenteken [kenteken] naar Heeswijk-Dinther zijn gereden en dat de auto daar tussen 20.26 uur en 21.15 uur heeft stilgestaan op en in de directe omgeving van de [a-straat] ;
dat de auto omstreeks 21.36 uur weer terug is gereden in de richting van Den Haag;dat verdachte, [betrokkene 1] en [medeverdachte] tussen 22.41 uur en 22.43 uur kort na elkaar weer bij de woning aan de [b-straat 1] arriveren;
dat [betrokkene 1] en verdachte op 17 september 2012 om 19.02 kort na elkaar de woning aan de [b-straat 1] verlaten;
dat de Renault Megane op 17 september 2012, omstreeks 19:09 uur, is vertrokken vanuit de Linaeusstraat te Den Haag, dat deze omstreeks 19.11 uur heeft stilgestaan in het Julialaantje in Rijswijk, derhalve op loopafstand van de woning van [medeverdachte] , en dat de auto tussen 20:00 uur en 21:20 uur heeft stilgestaan op en in de directe omgeving van de [a-straat] in Heeswijk-Dinther en dat omstreeks 20:55 uur niemand in deze auto zat;
dat er drie personen in de auto zijn waargenomen in Heeswijk-Dinther ;
dat de Renault Megane met kenteken [kenteken] omstreeks 20:55 uur geparkeerd stond op een zandpad tegen het hekwerk rondom de woning aan de [a-straat 1] ;
dat een aantal personen van het terrein van deze woning afkwamen;
dat ten minste twee personen in de Renault zijn ingestapt en dat de auto kort daarop met hoge snelheid is weggereden;
dat de auto omstreeks 22:50 uur vaart minderde nabij de kruising aan de [c-straat] met de Paets van Troostwijkstraat in Den Haag;
dat kort daarop een man met versnelde pas het portiek van de [c-straat 1] te Den Haag opliep;
dat om 22:54 uur twee personen in de Beetsstraat uit de Renault Megane stappen;
dat om 22:55 uur verdachte bij de woning aan de [b-straat 1] arriveert;
dat om 22:57 uur [betrokkene 1] bij de woning aan de [b-straat 1] arriveert;
dat om 23:34 uur [medeverdachte] op zijn scooter bij de woning aan de [b-straat 1] aan komt en daar naar binnen gaat;
dat op de in de woning aan de [b-straat 1] in beslag genomen laptop in verschillende bestanden verwijzingen werden aangetroffen naar websites met daarop informatie over [betrokkene 3] , zijn bedrijf [A] en het adres [a-straat] in Heeswijk- Dinther ;
dat op 2 oktober 2012 in de woning van [betrokkene 1] een exemplaar van het tijdschrift 'Quote 500’ is aangetroffen, met daarin een briefje met een aantal namen en adressen, waaronder ' [betrokkene 3] , [geboortedatum] -1967, [geboorteplaats] ' en daarachter in een ander handschrift ' [a-straat 1] , Bernheze , Heeswijk-Dinther ';
dat [betrokkene 6] dit adres op verzoek van [medeverdachte] heeft opgezocht in de gemeentelijke basisadministratie en op het briefje heeft geschreven.
derde middelheeft betrekking op het onder 7 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Het behelst de klacht dat het hof niet (afdoende) heeft gerespondeerd op het verweer van de verdediging dat uit de bezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte één van de inzittenden is geweest van de Renault Megane waarmee de plegers van de poging tot inbraak naar en van de plaats delict zijn gegaan.
vierde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.