ECLI:NL:PHR:2019:1380
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij kansspelbelasting en EU-vrijheid van dienstenverkeer
Deze zaak betreft de vraag hoe de bewijslast verdeeld moet worden wanneer een belastingplichtige stelt dat de heffing van kansspelbelasting over resultaten uit een buitenlands internetkansspel in strijd is met de EU-vrijheid van dienstenverkeer. Belanghebbende had kansspelbelasting moeten betalen over winsten behaald via PropagandaPoker.com, een platform dat onderdeel is van ROMB Ltd., gevestigd in Malta.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat ROMB Ltd. een economische activiteit uitoefende via een duurzame vestiging in Malta. Het hof bevestigde dat de bewijslast bij belanghebbende ligt om aannemelijk te maken dat de houder van het kansspel binnen de EU is gevestigd, omdat hij een beroep doet op de vrijheid van dienstenverkeer. Belanghebbende slaagde hier niet in.
In cassatie klaagde belanghebbende over deze bewijslastverdeling, stellende dat deze onredelijk is en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de EU-vrijheid van dienstenverkeer. Advocaat-Generaal Ettema concludeerde dat de bewijslast dat de heffing geen inbreuk maakt op de vrijheid van dienstenverkeer bij de inspecteur behoort te liggen, mede vanwege de discriminatoire aard van de kansspelbelasting en de complexiteit van het begrip 'houder'. Zij adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren.
Uitkomst: De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en de bewijslast bij de inspecteur te leggen.