Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
BNB2015/124 [1] kan geen kansspelbelasting (Ksb) worden geheven over een positief verschil tussen gewonnen prijzen en inzetten bij in andere EU-lidstaten gevestigde aanbieders, omdat het verschil in grondslagbepaling tussen binnenland- en buitenlandgevallen (spelers bij) buitenlandse aanbieders discrimineert, zulks in strijd met de EU-vrijheid van dienstverlening.
negatievepokerresultaten bij EU-aanbieders buiten de heffing blijven dan wel verrekend worden met positieve EU- of derdelandenresultaten.
BNB2015/124 [2] een belemmering van het vrije kansspeldienstenverkeer in de EU. Als de Inspecteur geen tegenbewijs van nondiscriminatie levert door omzetgegevens van de buitenlandse aanbieder over te leggen, doet zich een schending van EU-recht voor, die moet worden opgeheven door Ksb-heffing achterwege te laten “over het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten behaald bij in andere lidstaten van de EU gevestigde aanbieders”.
BNB2015/123 [3] en HR
V-N2018/16.22 [4] blijkt dat een internetkansspel wordt beschouwd als aangeboden vanuit een andere EU-lidstaat als de ‘houder’ –
i.e.degene die de zeggenschap heeft over de organisatie van de kansspelen – zijn vestigingsplaats binnen de EU heeft, waarbij ‘vestiging’ opgevat moet worden in de EU-rechtelijke betekenis van “daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit voor onbepaalde tijd door middel van een duurzame vestiging in een lidstaat”.
Pokerstars, Poker 770en
Fulltiltin Malta is gevestigd (standpunt belanghebbende) of buiten de EU (standpunt Inspecteur). Ook in geschil is de interpretatie van HR
BNB2015/123: worden negatieve pokerresultaten bij EU-aanbieders eerst verrekend met (buiten de heffing te laten) positieve EU-resultaten en wordt dus alleen een negatief EU-saldo afgetrokken van positieve derdelanden-pokerresultaten, of worden positieve en negatieve EU-resultaten van elkaar gescheiden waarbij de positieve resultaten buiten de heffing blijven en negatieve resultaten integraal afgetrokken worden van derdelandenresultaten?
BNB2015/123 [5] en HR
BNB2015/124 [6] geoordeeld dat de aanbieder (volgens de Rechtbank: de verschaffer van de software) van
Poker770in februari 2014 buiten de EU was gevestigd, zodat belanghebbendes beroep in zoverre faalt. Ook de aanbieder van
Fulltiltwas volgens de Rechtbank buiten de EU gevestigd. Wat betreft
Pokerstarsdaarentegen achtte de Rechtbank de aanwezigheid van de aanbieder op Malta in verhouding tot die op Isle of Man niet zodanig ondergeschikt dat in Malta geen economische activiteit plaatsvindt zoals bedoeld in de in HR
BNB2015/123 [7] aangehaalde HvJEU-rechtspraak. [8] Voor wat betreft
Pokerstarsachtte de Rechtbank belanghebbendes beroep dan ook gegrond.
BNB2015/123 het
overallsaldo van positieve resultaten (€ 19.907) verminderd met de positieve EU-resultaten (€ 11.907) om die laatste resultaten buiten de heffing te houden. Vervolgens heeft zij het resterende positieve saldo ad € 8.000 vergeleken met het
overallsaldo van negatieve resultaten (€ 8.766), hetgeen haar tot de conclusie voerde dat geen Ksb was verschuldigd:
Fulltiltop Malta gevestigd, dus binnen de EU. Wat betreft de verrekening van EU-verliezen met niet-EU-winsten heeft het Hof het oordeel van de Rechtbank onderschreven. Ook volgens het Hof was dus geen kansspelbelasting verschuldigd:
Pokerstarsen
Fulltiltis en waar die is gevestigd, op Malta of op
Isle of Man. De uitspraak van het Hof dateert van 1 december 2017, zodat hij geen rekening kon houden met HR
V-N2018/16.22. Uit ’s Hofs uitspraak valt niet op te maken of hij de maatstaf uit dat arrest (waar is de ‘houder’ gevestigd?) heeft toegepast, maar zijn overwegingen duiden op lokalisering van de aanbieder of de gelegenheidgever. Dat kan tot hetzelfde resultaat leiden als lokalisering van de ‘houder’ van de spelen, maar dat hoeft niet, en gegeven de grote hoeveelheid feitelijke vaststellingen en waarderingen en de veelheid aan (al dan niet ontoelaatbaar nieuwe) feitelijke stellingen van de partijen in cassatie, moet mijns inziens vernietigd en verwezen worden voor feitelijk onderzoek, althans minstens een nieuwe feitenwaardering, op basis van en in het licht van de beoordelingsmaatstaf van HR
BNB2015/124 en HR
V-N2018/16.22.
BNB2015/124 heeft dat “de heffing van kansspelbelasting over het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten behaald bij in andere lidstaten van de EU gevestigde aanbieders achterwege moet blijven”.
overallnegatief EU-maandresultaat. In de andere vier mogelijke situaties is het overall EU-maandsaldo positief. Mij lijkt duidelijk dat HR
BNB2015/124 inhoudt dat zo’n positief
overallEU-maandsaldo buiten de heffing blijft, en dat dus niet positieve EU-platformresultaten worden gescheiden van negatieve EU-platformresultaten om de eerste buiten de heffing te laten en de laatste in hun geheel te imputeren op een positief derdelandensaldo. Scheiding van brutoprijzen en verloren inzetten of van positieve EU-platformresultaten en negatieve EU-platformresultaten leidt mijns inziens tot niet door EU-recht gerechtvaardigde bevoordeling van EU-gevallen met positief derdelandenresultaat boven binnenlandgevallen met positief derdelandenresultaat. Wij hebben mijns inziens dus slechts een kwestie als zich
overall(alle EU-resultaten op één hoop) een negatief EU-maandresultaat voordoet én
overallhet derdelanden-maandresultaat positief is. Ik beperk mij dan ook tot de twee gevallen met negatief EU-resultaat.
overallEU-saldo en het
overallderdelandensaldo worden van elkaar gescheiden. Zowel een positief als een negatief EU-saldo blijft buiten de heffing; een negatief EU-saldo wordt dus niet verrekend met een positief derdelandensaldo;
overallnegatief EU-saldo wordt afgetrokken van een
overallpositief derdelandensaldo; dit is de primaire benadering van de Staatssecretaris;
pro ratamethode: negatieve EU-resultaten worden opbrengstevenredig toegerekend aan positieve EU-resultaten en positieve derdelandenresultaten. Dit is het subsidiaire standpunt van de Staatssecretaris;
overallderdelandenplatform-maandsaldo. Dit is de benadering van de belanghebbende en van de feitenrechters in casu.
BNB2015/124. Ik meen echter dat HR
BNB2015/124 aan die saldering geenszins in de weg staat, nu de tekst van dat arrest net als de tekst van art. 3(1)(c) Ksb waar het bij aansluit redelijkerwijs geen andere gevolgtrekking toelaat dan dat het bij de term ‘positief verschil’ tussen prijzen en inzetten gaat om
het(enige;
overall) saldo van
alleEU-prijzen en
alleEU-inzetten binnen dezelfde kalendermaand (als het positief is), ongeacht over hoeveel en welke platforms, aanbieders, houders of spelen die prijzen en inzetten verdeeld zijn. Ook methode (iv) valt dus af. Dat betekent dat ook om deze reden vernietigd moet worden.
pro rata) in plaats van geheel. Ook deze methode gaat dus uit van resultaatberekening per platform of aanbieder, hetgeen mij in strijd lijkt, zoals boven bleek, met zowel HR
BNB2015/124 als art. 3(1)(c) Wet Ksb, bepalende dat geheven wordt over “het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten.” Ook methode (iii) valt daarom af.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
Pokerstars(€ 6.958),
Poker770(€ 3.247),
888poker(€ 4.949),
Fulltilt poker(€ 4.753),
Party Poker(-/- € 3.163),
Europoker(-/- € 3.883),
Black Chip Poker(-/- € 345) en
Poker Heaven(-/- € 1.375), per saldo € 11.141. Over dat bedrag heeft hij 29% Ksb (€ 3.230) voldaan.
Fulltilt Pokerzijn handelsmerken van de op Isle of Man gevestigde Rational Group (RG), die deel uitmaakt van de Canadese Amaya Group. Nederlandse spelers van
Pokerstarsworden sinds 2012 op basis van met Rational Gaming Europe Ltd. (RGEL; gevestigd in Malta) gesloten
end user license agreementsen gebruiksvoorwaarden bediend via pokerstars.eu, een domeinnaam van Rational Networks Ltd. (RNL; gevestigd in Malta). Tussen december 2012 en mei 2016 bood ook Rational FT Enterprises Ltd (RFTL) internetpoker-diensten aan Nederlandse spelers aan. Ook Rational Entertainment Enterprises Ltd (REEL) maakt als werkmaatschappij van RG deel uit van de Amaya Group. Tot medio 2012 werd
Pokerstarsvanuit Isle of Man aangeboden via pokerstars.com.
Maltese Gaming Authority(MGA). MGA heeft vergunningen voor het aanbieden van internetkansspelen verleend aan diverse in Malta gevestigde RG-vennootschappen. RGEL heeft sinds 22 december 2011 een
class 3 licence, die in combinatie met de aan RNL verleende
class 4 licenceis te gebruiken. RNL stelt het netwerk/platform beschikbaar aan RGEL, die de diensten aan de consument aanbiedt. In overeenstemming met de vergunningsvoorwaarden bevinden de hoofdcomponenten van RGEL’s technische infrastructuur zich in Malta. Ook RFTL beschikt over een
class 3 licencevan de MGA. Zij sluit
end user license agreementsmet spelers via Fulltiltpoker.eu.
Pokerstars, Poker 770en
Fulltiltin Malta zijn gevestigd (standpunt belanghebbende) of buiten de EU (standpunt inspecteur). Het antwoord op die vraag bepaalt of de EU-rechtelijke bepalingen over vrijheid van dienstenverkeer van toepassing zijn. [9] Bij de Rechtbank bleek niet meer in geschil dat
888pokerop Gibraltar en daarmee, zoals blijkt uit de slotsom van de Rechtbank (zie hierna), binnen de EU is gevestigd, dat
Party Poker, Europokeren
Poker Heavenbinnen de EU zijn gevestigd en dat
Black Chip Pokerbuiten de EU is gevestigd. Wel was vervolgens in geschil of negatieve resultaten uit poker bij binnen de EU gevestigde aanbieders kunnen worden verrekend met positieve pokerresultaten bij buiten de EU gevestigde aanbieders, of dat de positieve en negatieve EU-resultaten eerst moeten worden gesaldeerd.
Pokerstars, Poker 770en
Fulltiltheeft zij zich gebaseerd op de tekst van de artt. 1(e), 2(2) en 2(3) Ksb en op HR
BNB2015/123 [11] en HR
BNB2015/124, [12] in welke arresten u oordeelde dat het bij de plaats van vestiging van een dienstverlener conform de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) gaat om de plaats van daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit voor onbepaalde tijd door middel van een duurzame vestiging in een lidstaat; daarbij kan de lokale afgifte van vergunningen voor de desbetreffende specifieke diensten een aanwijzing zijn, evenals de plaats van feitelijke leiding van de vennootschap die de diensten aanbiedt. De Rechtbank heeft daaruit afgeleid dat de aanbieder van internetpoker degene is met wie de speler een rechtsbetrekking aangaat die de speler de gelegenheid biedt om te pokeren. In belanghebbendes geval wordt gepokerd door middel van
softwaredie hem ter beschikking is gesteld, zodat volgens de Rechtbank de terbeschikkingsteller van die
softwarede aanbieder is.
Poker770in februari 2014 binnen de EU was gevestigd, zodat zijn aangifte ter zake van zijn bij
Poker777behaalde resultaat juist is en zijn beroep in zoverre faalt. Volgens de Rechtbank heeft de belanghebbende voorts wél aannemelijk gemaakt dat hij contracten heeft gesloten met RGEL (
Pokerstars) en RFTL [13] (
Fulltilt) en dat zij de benodigde
softwareaan hem ter beschikking hebben gesteld, maar niet dat de aanbieder van
Fulltiltbinnen de EU is gevestigd. Onvoldoende achtte de Rechtbank daartoe bewijs van inschrijving van
Fulltiltin het Maltese handelsregister, nu de MGA ter zake van
Fulltiltgeen vergunning heeft afgegeven. Wel aannemelijk achtte de Rechtbank dat RGEL in Malta is gevestigd, die aldaar is ingeschreven in het handelsregister en beschikt over door de MGA afgegeven vergunningen.
BNB2015/123 [14] aangehaalde rechtspraak van het HvJ EU. [15] De Rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het feit dat uit de Maltese regelgeving volgt dat aldaar alleen een vergunning wordt verleend als daadwerkelijk sprake is van vestiging in Malta. Voor zover belanghebbendes beroep ziet op zijn resultaten bij
Pokerstarsacht de Rechtbank het dan ook gegrond.
Pokerstarstot dezelfde, maar voor
Fulltilttot een tegenovergestelde conclusie gekomen dan de Rechtbank, hoewel de vestigingsplaats van de aanbieder van
Fulltiltvolgens het Hof niet meer in geschil was. Hoewel het inderdaad uiteindelijk niet uitmaakt of
Fulltilteen EU- of een derdelandenkansspel is, nu in geen van beide gevallen Ksb is verschuldigd door de belanghebbende, is het ook verwarrend dat het Hof belanghebbendes hogere beroep ongegrond acht en zijn dictum de uitspraak van de Rechtbank bevestigt. Ik ga er hieronder vanuit dat de aanbieder van
Fulltiltvolgens het Hof binnen de EU is gevestigd (zie het overzicht in 2.14).
3.Het beroep in cassatie
Pokerstars(winst € 6.958) en
Fulltilt(winst € 4.753) de daadwerkelijke kansspeldienst wordt aangeboden vanuit Malta (EU) of vanuit Isle of Man (niet-EU). De Rechtbank had
Fulltiltaangemerkt als niet EU-kansspel, maar het Hof concludeerde dat het een EU-kansspel is (zie hiervoor 2.12).
Pokerstarswerd door zowel de Rechtbank als het Hof binnen de EU gesitueerd. Ik begrijp het cassatieberoepschrift aldus dat de Staatssecretaris stelt dat beide platforms worden aangeboden vanuit Isle of Man. [17]
Pokerstarswordt verricht en wie deze dienst daadwerkelijk aanbiedt”. Hij geeft een uitgebreid overzicht van feiten en “historische context”, waaruit volgens hem blijkt dat de situatie in de heffingsjaren feitelijk niet anders is dan die in 2011, waarover u in HR
BNB2015/213 al heeft geoordeeld [18] dat
Pokerstars“geen voor deze procedure relevant aanknopingspunt had met het grondgebied van de EU”. Volgens de Staatssecretaris zijn de Maltese onderdelen van RNL slechts een doorgeefluik – net zoals de sigarenboer die een staatslot verkoopt (zie HR
BNB1996/313 [19] ) – voor de in werkelijkheid vanuit Isle of Man beheerde internetkansspelen van RG. De Staatssecretaris wijst op veel feiten en omstandigheden waaruit zijns inziens blijkt dat de kernactiviteit, i.e. daadwerkelijke kansspeldienstverlening tegen betaling, wordt aangeboden op Isle of Man. Hij acht met name van belang dat de speler pas beslist welke soort pokerspel hij wil spelen als hij digitaal op Isle of Man is aangekomen, waar in geval van
cash (of
‘real money’) gamesen toernooien ook de betaling voor de dienst geschiedt. Hij meent dat de op Ilse of Man gevestigde Rational Gaming Ltd degene is die het pokerspel aanbiedt omdat:
- “De belangrijkste dienst is het laten spelen van het spel; dat gebeurt door elektronische middelen die op Isle of Man staan opgesteld (…);
- helpdesk is uitsluitend gevestigd op Isle of Man. Dit blijkt uit het gepubliceerde faxnummer waar spelers op www.pokerstars.eu die via de fax contact willen met PokerStars naar toe moeten faxen. Het vermelde landnummer 00 44 geeft aan dat de PokerStars Customer Support op Isle of Man is gevestigd (Niet bij deze procedure ingebracht
- De spelers die spelen via www.pokerstars.eu zien op de start-site een link (Niet bij deze procedure ingebracht) naar de daadwerkelijke organisator op Isle of Man (Niet bij deze procedure ingebracht). Als contactadres wordt daarbij het adres op Isle of Man vermeld en een aantal e-mailadressen op Isle of Man genoemd (…);
- Centrale vaststelling van de hoogte van de rake (vergoeding voor het spelen van poker) gebeurt door Rational Group Ltd (…);
- De spelregels voor het wereldwijd spelen van poker worden centraal vastgesteld (…);
- Overeenkomsten/sponsorcontracten met (bekende) Nederlandse spelers lopen via Isle of Man (…);
- Overeenkomsten met affiliates worden afgesloten door onderdelen van de Rational Group op Isle of Man (…);
- 'PokerStars' wordt blijkens een mailbericht van PokerStars bestuurd door een rechtspersoon op Isle of Man (…).”
tegen een vergoedingaan een kansspel deel te nemen een dienst in de zin van artikel 56 VWEU Pro. Zowel de dienstontvanger als de dienstverrichter kan zich dan beroepen op de vrijheid van dienstenverkeer (vgl. HvJ 22 oktober 2014, Cristiano Blanco en Pier Paolo Fabretti, C-344/13 en C- 367/13, ECLI:EU:C:2014:2311, punt 27).”
verweereen uitgebreid overzicht van technische feiten, vergunningverleningen, contractbepalingen en andere feitelijke omstandigheden. Hij concludeert op het punt van de vestigingsplaats van de ‘houder’ van het spel als volgt:
NTFR2018/660 en HR
V-N2018/16.22; zie 5.7 hieronder; PJW] heeft de Rechtbank Gelderland de in deze arresten opgeworpen vraag onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat RGEL moet worden gezien als de aanbieder, organisator en houder.”
repliekbetoogt de Staatssecretaris dat voor de vestigingsplaats niet beslissend kunnen zijn de vragen met wie een speler een overeenkomst aangaat en wie een kansspelvergunning heeft. Hij acht niet aannemelijk en de belanghebbende heeft niets aangevoerd tot opheldering daarvan, dat RGEL en RFTL Malta daadwerkelijk zeggenschap hadden over de organisatie van de spelen van
Pokerstarsrespectievelijk
Fulltilt. Uit HR 16 maart 2018 (
V‑N2018/16.22) blijkt dat een aanbieder nog geen ‘houder’ van een spel is. Uit dat arrest volgt zijns inziens ook, anders dan de belanghebbende bij verweer stelt, dat er slechts één houder aangewezen kan worden en niet meer. Hij meent dat RG de spelen ‘houdt’ en dat de in Malta gevestigde entiteiten slechts een ondergeschikte rol spelen bij de organisatie van de internetkansspelen.
dupliekherhaalt de belanghebbende zijn stellingen en voert hij een groot aantal feiten en omstandigheden aan die zijn stelling ondersteunen dat de relevante organisatoren van de kansspelen in Malta zijn gevestigd.
BNB2015/124, [21] waaruit volgt dat “als het saldo van de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten bij EU-aanbieders positief is, (...) dat saldo buiten de heffing (blijft).” De Staatssecretaris stelt primair dat alleen een negatief saldo van
alleEU-pokerresultaten verrekend kan worden met een positief saldo van niet-EU-pokerresultaten (alle EU-resultaten moeten dus eerst met elkaar gesaldeerd worden), en subsidiair dat wegneming van de door u in HR
BNB2015/124 geconstateerde belemmering van het vrije dienstenverkeer niet verder gaat dan verrekening van een opbrengstevenredig deel van de EU-verliezen met derdelandenopbrengsten.
verweerdat uit art. 3(1)(c) Ksb volgt dat hij alle (EU- en niet-EU-)verliezen kan verrekenen met niet-EU-winsten in dezelfde maand.
pro ratatoerekening van EU-verliezen aan niet-EU-opbrengsten voorstaat, i.e. hij wil subsidiair het bruto-EU-verlies, dus vóór saldering met positieve EU-resultaten (bij slagen van het eerste onderdeel groot € 8.421) evenredig toerekenen aan EU-winsten en niet-EU-winsten. Hij wil
niethet netto-EU-verlies (netto
pro rata: ná saldering met positieve EU-resultaten) – bij slagen van het eerste middelonderdeel groot € 3.472 – prorateren:
falenvan het eerste middelonderdeel leidt bij vervolgens slagen van zijn primaire respectievelijk subsidiaire tweede onderdeel:
Fulltiltgespeelde poker zowel bij gegrondbevinding als ongegrondbevinding van middelonderdeel a moet worden aangemerkt als niet-EU-internetkansspel. Gegeven onduidelijkheid over de feiten lijkt hij bij repliek echter toch ook rekening te houden met de mogelijkheid dat
Fultilltwél EU-gevestigd is. Alsdan komt hij tot de volgende grondslagbepalingen:
Fulltilt, en onderdeel b) slaagt primair: grondslag € 2.902;
Fulltilt, en onderdeel b) faalt primair maar slaagt subsidiair: grondslag € 1.528.
4.De wet
5.Rechtspraak van de Hoge Raad over vestigingsplaats en vrij dienstenverkeer
BNB2015/124 [25] had in 2008 en 2009 deelgenomen aan internetkansspelen van onder meer
Fulltilt Pokeren
Pokerstars. Hij werd ex art. 1(1)(e) Ksb belast naar het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die maand gedane inzetten (art. 3(1)(c) Ksb). Als die spelen zouden zijn aangemerkt als binnenlands (zie art. 1(1)(b) Ksb), was niet de belanghebbende, maar de kansspelaanbieder belastingplichtig geweest, en ter zake van een andere grondslag, nl. het verschil tussen de totaal in een tijdvak ontvangen inzetten en de totaal ter beschikking gestelde prijzen. De belanghebbende had bij de Rechtbank Den Haag [26] het volgende gesteld:
carry overvan negatief resultaat mogelijk en in de buitenlandsituatie niet. Ik maak uit uw arrest op dat u de vergelijking tussen het binnenlandgeval en het buitenlandgeval per spel of per aanbieder maakt.
second best€ 600 en de
third best€ 450. De rest krijgt niets en is zijn inzet kwijt. Als dit een binnenlands internetkansspel is wordt alleen de ‘houder’ van het spel belast naar een belastbaar bedrag ad (10 * 200 =) € 2.000 minus (€ 750 + € 600 + € 450 =) € 1.800, dus over € 200. De belasting is 29% van € 200 is € 58. Als dit een buitenlands internet-kansspel is waarvan de drie winnaars in Nederland wonen, worden alleen die drie winnaars belast, naar ((€ 750 -/- € 200) * 29% + (€ 600 -/- € 200) * 29% + (€ 450 -/- € 200) * 29%) = (€ 1.800 -/- € 600) * 29%)) = een belastingbedrag ad € 349. Dat is meer dan zeven keer zoveel.
omdatde inspecteur niet beschikt over de gegevens van buitenlandse aanbieders benodigd om hen naar dezelfde grondslag te belasten als binnenlandse aanbieders. De regering antwoordde op desbetreffende vragen vanuit de Tweede Kamer: [29]
BNB2015/124:
BNB2015/123 [30] ) ging vooral over de vestigingsplaats, in 2009 en 2010, van met name
Fulltilt Pokeren
Pokerstars. U oordeelde dat kansspelen als binnenlands moeten worden beschouwd
BNB2015/124 – strijd met art. 56 VwEU Pro. U ging daarom in op de voor het vrije dienstenverkeer relevante plaats van vestiging van een dienstverlener:
V‑N2018/16.22 [31] ), waarnaar u verwees in het tweede (HR
NTFR2018/660 [32] ), betrof een pokeraar die in oktober 2013 had gespeeld op buitenlandse internetsites. In geschil was of de vestigingsplaats van Rational Gaming c.q. van Rational Group (in deze conclusie aangeduid als RGEL en RG) bepaalde of de EU-vrijheid van dienstenverkeer van toepassing was. Het Hof Arnhem-Leeuwarden [33] had beslissend geacht dat de belanghebbende zijn pokerspelcontracten had gesloten met Maltese vennootschappen die beschikten over relevante vergunningen van de bevoegde Maltese kansspelautoriteit. U achtte dat niet beslissend en daarmee onvoldoende om aan te nemen dat de houder van het kansspel in Malta was gevestigd:
NLF2018/0703) achtte dit oordeel slecht gefundeerd en uw opdracht aan de feitenrechters onmogelijk omdat die volgens hem niet strookt met het systeem van de Ksb.
V-N2018/16.22 tekende onder meer aan:
i.e.degene die gaat over de organisatie van het spel. Ik neem aan dat dat degene is die (uiteindelijk) bepaalt hoe, waar, door wie en volgens welke regels (inzetten, prijzen, aantal keer deelnemen, etc.) de kansspelen worden gespeeld.
6.Feitenrechtspraak over verliesverrekening
pro ratatoe aan positieve EU-resultaten en positieve derdelandenresultaten:
NLF2017/1182) zag geen wettelijke basis voor deze toerekening. Zijns inziens moeten negatieve EU-resultaten eerst zo veel mogelijk verrekend worden met positieve EU-resultaten:
NTFR2017/3004) achtte evenredige toerekening van EU-verliezen aan EU-winsten en niet EU-winsten onjuist, want gunstiger voor de speler dan waartoe het EU-recht noopt. Verrekening van EU-verliezen
eerstmet EU-winsten leidt zijns inziens niet tot discriminatie van de buitenlandsituatie:
BNB2015/124; zie 5.1; PJW] uitpakt in dit geval.
NLF2018/1116:
Verrekening van ‘EU-verliezen’
7.Beoordeling van het middel
Het beoordelingskader
livekansspelen verrekening van positieve en negatieve resultaten over de tijdvakgrens. Zulke intertemporele verrekening is ook voorzien bij resultaten van binnenlandse internetkansspelen, maar niet bij resultaten van buitenlandse internetkansspelen.
BNB2015/124 (zie 5.1 – 5.5 hierboven) houdt in dat als de inspecteur geen bewijs van nondiscriminatie levert, heffing van Ksb over het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die maand gedane inzetten bij EU‑aanbieders achterwege moet blijven, zulks wegens een vermoeden van structurele grondslagdiscriminatie ten opzichte van binnenlandgevallen. De Ksb-heffing blijft
nietachterwege ter zake van derdelanden-internetkansspelen nu te dier zake geen vergelijkbaar streng discriminatieverbod geldt. HR
BNB2015/123 (zie 5.6) houdt in dat EU‘vestiging’ impliceert de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit voor onbepaalde tijd door middel van duurzame vestiging in een lidstaat. Daarbij kan vergunningverlening voor de desbetreffende diensten door de lokale autoriteiten een aanwijzing zijn, evenals de plaats van feitelijke leiding van de aanbiedende vennootschap. HR
V-N2018/16.22 (zie 5.7) ten slotte houdt in dat een internetkansspel binnenlands is resp. onder het vrije dienstenverkeer valt als de ‘houder’ ervan in Nederland resp. in de EU is gevestigd, en dat die ‘houder’ degene is die de zeggenschap heeft over de organisatie van het kansspel.
Pokerstarsen
Fulltilten waar die ‘houder’ is gevestigd, in Malta of op Isle of Man. Het gaat hier om uiterst feitelijke kwesties, zoals blijkt uit de uitgebreide betogen van beide partijen over met name internet- en servertechniek en vergunningen- en contractinhoud. In cassatie kan het echter alleen over de rechtskundige maatstaf gaan in het licht waarvan al die feitelijkheden moeten worden beoordeeld. Die maatstaf is de vestigingsplaats – naar EU-vestigingsrecht – van de ‘houder’ van het spel. De uitspraak van het Hof dateert van 1 december 2017, dus van vóór uw arrest HR
V-N2018/16.22 waarin u als ‘houder’ aanwees degene om wiens vestigingsplaats het gaat voor de beantwoording van de vragen ‘binnenlands of buitenlands?’ en ‘EU of derde land?’. Het Hof heeft een veelheid aan feiten en omstandigheden beoordeeld met als kennelijk uitgangspunt de vraag waar de aanbieder of de gelegenheids-gever is gevestigd. Die persoon
kandezelfde zijn als de ‘houder’, maar dat hoeft niet, zoals volgt uit uw vernietigingen in de zaken HR
V-N2018/16.22 en HR
NTFR2018/660. ’s Hofs uitspraak is in elk geval niet zichtbaar toegesneden op de vraag wie het voor het zeggen heeft bij de inhoud en de wijze van spelen van de litigieuze internetpokerspelen. Ik vrees dat de zaak daarom naar een ander Hof moet voor een nieuwe feitelijke beoordeling op basis van de maatstaf: vestigingsplaats van de ‘houder’. Gezien de veelheid aan mogelijk relevante feiten en omstandigheden die al door het Hof zijn onderzocht, is het wellicht procesefficiënt om de zaak terug te wijzen naar dezelfde kamer van hetzelfde Hof als geen van beide partijen daartegen bezwaar uit bij Borgersbrief.
rakedie spelers zoals de belanghebbende moeten betalen:
BNB2015/124 (zie 5.1 – 5.5) dat als de inspecteur geen bewijs van nondiscriminatie levert, “de heffing van kansspelbelasting over het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten behaald bij in andere lidstaten van de EU gevestigde aanbieders achterwege moet blijven”.
overallnegatief EU-resultaat (zie 3.9). In de andere mogelijke situaties (zie 3.10 en 3.11 en sub III, IV, V en VI in onderdeel 3.12) is het saldo van binnen een maand behaalde positieve EU-resultaten en negatieve EU-resultaten positief. Bij een dergelijk
overallpositief EU-maandsaldo lijkt mij buiten kijf dat HR BNB 2015/124 (5.1 – 5.5) meebrengt dat dat overall EU-maandsaldo buiten de heffing blijft, en dat dus niet positieve EU-platformresultaten worden gescheiden van negatieve EU-platformresultaten om de eerste buiten de heffing te laten en de laatste in hun geheel te imputeren op een positief derdelandensaldo. Met de Rechtbank Gelderland (6.5, r.o. 21) meen ik dat scheiding van brutoprijzen en verloren inzetten of van positieve platformresultaten en negatieve platformresultaten leidt tot niet door EU-recht gerechtvaardigde bevoordeling van EU-gevallen met positief derdelandenresultaat boven binnenlandgevallen met positief derdelanden-resultaat. In onze zaak overweegt de Rechtbank mijns inziens terecht dat uit art. 3(1)(c) Wet Ksb niet volgt dat per aanbieder moet worden vastgesteld wat het positieve resultaat is, zij het dat zij daar mijns inziens niet de juiste conclusie aan verbindt (zie 7.10).
overall(alle EU-resultaten op één hoop) een negatief EU-maandresultaat voordoet én
overallhet derdelandenresultaat positief is (ook alle derdelandenprijzen en -inzetten op één hoop). Is ook het derdelanden-maandsaldo negatief, dan valt er niets met niets te verrekenen, althans niet horizontaal. Ik beperk mij dan ook tot de twee gevallen beschreven in 3.9 en samengevat in 3.12 sub I en II. Ik merk op dat de verrekeningskwestie in belanghebbendes geval überhaupt geen kwestie is als uit het feitenonderzoek na verwijzing volgt dat
Fulltilten/of
Pokerstarsaangemerkt moeten worden als EU-internetkansspel. Alsdan is zijn EU-saldo immers in elke benadering positief.
overallEU-saldo en het
overallderdelandensaldo worden van elkaar gescheiden. Dat betekent dat zowel een positief als een negatief EU-saldo buiten de heffing blijft en dat een negatief EU-saldo dus niet verrekend wordt met een positief derdelandensaldo, net zomin als een negatief derdelandensaldo verrekend wordt met een positief EU-saldo, dat immers ingevolge HR
BNB2015/124 al op grond van EU-recht buiten de heffing is gebleven. Deze benadering lijkt de Rechtbank Gelderland voor te staan in zijn uitspraak van 12 juli 2017 (zie 6.4 hierboven);
overallnegatief EU-saldo wordt afgetrokken van een
overallpositief derdelandensaldo; dit is, als ik het goed zie, de benadering van Aksoy (zie 6.1), van de Rechtbank Gelderland in haar uitspraak van 24 april 2018 (zie 6.4 hierboven) en de primaire benadering van de Staatssecretaris;
pro ratamethode, die zowel bruto (op de negatieve EU-resultaten) als netto (op de negatieve EU-resultaten die resteren na saldering met positieve EU-resultaten) kan worden toegepast (zie 3.9): negatieve EU-resultaten worden evenredig toegerekend aan positieve EU-resultaten en positieve derdelandenresultaten. Dit is, als ik het goed zie, de benadering van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zie 6.1 en 6.3) en van Jongmans (zie 6.4) en (bruto) het subsidiaire standpunt van de Staatssecretaris (zie 3.9 – 3.11);
overallderdelandenplatform-maandsaldo. Dit is in casu de benadering van de belanghebbende en die van de Rechtbank (zie 2.10) en het Hof (zie 2.13).
In the long runlijkt deze methode evenwichtig: bij een positief EU-saldo is de speler beter af, bij een negatief EU-saldo is hij slechter af dan het binnenlandgeval.
In the long runzijn wij echter allen overleden [41] en de heffing geschiedt per kalendermaand, niet over enige
long run. Deze methode is dan ook onverenigbaar met EU-recht omdat zij er op de korte termijn in kan resulteren dat toepassing van de vrije verkeersbepalingen tot een hogere heffing leidt dan toepassing van nationaal recht. Als feitelijk onderzoek na verwijzing de Staatssecretaris gelijk geeft op het punt van de vestigingsplaats, zou methode (i) resulteren in heffing over € 14.613 (zie het linker overzicht hieronder), terwijl volgens intern recht slechts geheven wordt over € 11.141 (zie het rechter overzicht hieronder):
BNB2015/124. Ik meen echter dat HR
BNB2015/124 aan die saldering geenszins in de weg staat. Het gaat om de term “het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten behaald bij in andere lidstaten van de EU gevestigde aanbieders” in dat arrest. Die term is kennelijk ontleend aan de tekst van art. 3(1)(c) Ksb: “het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten”. Ik meen dat beide termen redelijkerwijs niet anders opgevat kunnen worden dan als
het(enige;
overall) saldo van
alleEU-prijzen en
alleEU-inzetten binnen dezelfde kalendermaand (als het positief is), ongeacht over hoeveel en welke platforms, aanbieders, houders of spelen die prijzen en inzetten verdeeld zijn. Geen van beide termen geeft steun aan segregatie van positieve EU-platformresultaten en negatieve EU-platformresultaten. Zo’n segregatie is in strijd met de nationale formele heffingswet en gaat verder dan nodig om de geconstateerde strijd met EU-recht weg te nemen. Ook methode (iv) valt dus af. Dat betekent dat ook om deze reden vernietigd moet worden, nu het Hof deze methode heeft gevolgd.
pro rata: volgens een verdeelsleutel) in plaats van geheel. Ook deze methode gaat dus – in haar brutovariant (evenredige toerekening van negatieve EU-resultaten, zonder voorafgaande saldering met positieve EU-resultaten, aan positieve EU-resultaten en positieve derdelandenresultaten) – uit van een resultaatberekening per platform of aanbieder, hetgeen mij, zoals boven reeds bleek, in strijd lijkt met zowel HR
BNB2015/124 als art. 3(1)(c) Ksb, bepalende dat geheven wordt over “het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten.” Uit zowel dat arrest als die wetsbepaling volgt dat geheven wordt over
het(enige;
overall) saldo van
allebuitenlandse prijzen en
allebuitenlandse inzetten binnen dezelfde kalendermaand (als het positief is), ongeacht over hoeveel en welke buitenlandse platforms, aanbieders, houders of spelen die prijzen en inzetten verdeeld zijn. De netto
pro ratamethode (evenredige toerekening van een negatief EU-resultaat, dus na saldering met positieve EU-resultaten, aan positieve EU-resultaten en positieve derdelanderesultaten) lijdt aan dezelfde gebreken en vindt mijns inziens ook overigens geen steun in het recht; zij leidt tot ingewikkelde berekeningen met willekeurig aandoende resultaten, terwijl u juist voor een botte buiten-de-heffing-lating heeft gekozen wegens het ontbreken van de voor nauwkeurigheid benodigde gegevens over de
intakeen uitbetaling door buitenlandse ‘houders’. Ook methode (iii) valt daarom mijns inziens af. Daarmee faalt het subsidiaire deel van het tweede middelonderdeel van de Staatssecretaris en valt ook zijn permutatie II af (zie 3.12: middelonderdeel (a) slaagt, onderdeel (b) faalt primair maar slaagt subsidiair).