ECLI:NL:PHR:2019:1414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van witwassen, en kreeg een geldboete van €12.000 opgelegd. Er is samenhang met meerdere andere zaken waarin medeverdachten betrokken zijn.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte, maar binnen de wettelijke termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. De aanzegging van de termijn is op 18 april 2019 betekend.
Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro kan de verdachte niet in het cassatieberoep worden ontvangen zonder tijdige indiening van middelen. Daarom wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.