Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat het hof niet, althans onvoldoende, heeft gereageerd op een door de raadsman gevoerd verweer, inhoudende dat bij de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel een pondspondsgewijze verdeelsleutel dient te worden toegepast over in totaal dertien personen en dat artikel 6 EVRM Pro is geschonden. De verwerping van het verweer en/of de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en/of de oplegging van de betalingsverplichting is/zijn op grond van dit gevoerde verweer onjuist en/of onbegrijpelijk en/of onvoldoende met redenen omkleed.
Het hof stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vaststellen op € 281.225,41. Hiertoe overweegt het hof als volgt.Opgeteld bedraagt het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel van [betrokkene] € 387.500,00:
modus operandidie in vijf andere zaken zijn gebruikt en de verklaringen van een medeverdachte aannemelijk dat de betrokkene ook uit die zaken wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.