ECLI:NL:HR:2008:BG1667
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toerekening en vermindering van profijtontneming bij meerdere daders
In deze zaak stond de vraag centraal hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden toegerekend wanneer meerdere daders betrokken zijn bij een diefstal. De betrokkene werd aangemerkt als organisator van de diefstal van computerapparatuur bij een bedrijf, waarbij een deel van de buit niet werd teruggevonden en vermoedelijk door hem werd verkocht.
De Hoge Raad herhaalde de eerdere jurisprudentie dat de rechter niet verplicht is om het voordeel onder meerdere daders te verdelen en dat een pondspondsgewijze toerekening niet het uitgangspunt is. De omstandigheden van het geval en de procesopstelling van de betrokkene zijn hierbij bepalend. Het hof had geoordeeld dat er geen aanleiding was om een deel van het voordeel aan anderen toe te rekenen, wat volgens de Hoge Raad niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd was.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest echter deels vanwege de hoogte van het opgelegde bedrag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Omdat het cassatieberoep meer dan twee jaar duurde, werd de betalingsverplichting verminderd tot € 6.000. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd het belang van een redelijke termijn in cassatieprocedures benadrukt.
Uitkomst: Betrokkene moet € 6.000 betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.