Conclusie
effective remedyzoveel mogelijk binnen het systeem van de strafvordering wordt geboden. [3] Ook Reijntjes breekt in zijn annotatie bij de beschikking van de Hoge Raad van 19 februari 2008 een lans voor een ruime uitleg van art. 552a Sv, omdat binnen strafvordering geen voorziening bestaat om de opheffing ervan bij de rechter te verzoeken. Daarvoor is de betrokkene, zoals de Hoge Raad ook overweegt, op de civiele rechter aangewezen. Reijntjes kan wel begrip opbrengen voor de terughoudendheid van de Hoge Raad, maar ziet bij de verwijzing naar de civiele rechter de volgende problemen:
effective remedyin de zin van art. 13 EVRM Pro.
effective remedykan worden beschouwd. [7] Het moge duidelijk zijn dat nu het in deze zaken gaat om de vrijheid te demonstreren, de effectiviteit van het rechtsmiddel samenhangt met de mogelijkheid de rechten van art. 10 en Pro 11 EVRM daadwerkelijk uit te oefenen. Het rechtsmiddel moet dus daarop zijn afgestemd of gericht.
effective remedytegen een gestelde schending van art. 8 EVRM Pro, doordat de telefoon van de klager was afgeluisterd. Het EHRM stelde naast een schending van art. 8 EVRM Pro ook een schending van art. 13 EVRM Pro vast omdat de Turkse regering niet kon aantonen dat er een procedure voorhanden was waarin burgers die meenden onrechtmatig te zijn afgeluisterd konden opkomen voor hun recht op privacy.
effective remedyzoals bedoeld in art. 13 EVRM Pro. In de cassatieschriftuur wordt niet gesteld dat de klager – naar de huidige stand van zaken – niet de mogelijkheid heeft om (het voortduren van) de zekerheidsstelling door de civiele rechter te laten toetsen.
effective remedyis als bedoeld in art. 13 EVRM Pro. Dat is in cassatie door de klager ook niet aannemelijk gemaakt.
remedy’ die ‘
effective is in practice as well as in law’, in die zin dat de burgerlijke rechter in een geval als het onderhavige in staat is ‘
to prevent the alleged violation or its continuation’ of in staat is ‘
to provide adequate redress for any violation that has already occurred’, zoals het EHRM heeft overwogen in de hiervoor geciteerde uitspraak in de zaak Lashmankin.