ECLI:NL:PHR:2008:BB9841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de plicht tot tussentijdse uitbetaling van rente over zekerheidstelling in strafvordering
In deze zaak stond centraal of de officier van justitie verplicht is om tussentijds de wettelijke rente uit te betalen over een zekerheidstelling van €400.000,- die was gesteld ter vervanging van conservatoir beslag in een strafrechtelijk financieel onderzoek.
De rechtbank had het beklag van klager ongegrond verklaard, stellende dat de plicht tot rentevergoeding pas ontstaat bij teruggave van het gestorte bedrag. Klager stelde dat de officier van justitie de rente tussentijds moest uitbetalen, mede omdat bij een bankgarantie de rente wel aan hem zou toekomen.
De Hoge Raad overwoog uitgebreid dat zekerheidstelling in de vorm van een geldsom gelijkgesteld moet worden aan voortgezet beslag en dat rentevergoeding pas aan de orde is bij teruggave van het bedrag. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld bij overschrijding van het maximumbedrag of toezeggingen, maar die speelden hier niet.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank geen verkeerde rechtsopvatting had en dat de officier van justitie niet gehouden is tot tussentijdse rente-uitbetaling. Het middel van klager werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de officier van justitie niet verplicht is tussentijds rente uit te betalen over de zekerheidstelling; rentevergoeding komt pas bij teruggave aan de orde.