Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte tegenstrijdige en daarom ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd, onbegrijpelijk is, als gevolg waarvan de verwerping van het verweer van de verdediging en de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zijn omkleed.
tweede middelbehelst de klacht dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, omdat de hal van een flatgebouw niet kan worden aangemerkt als een voor het publiek toegankelijke plaats.
NJ2018/436 m.nt. Rozemond heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie uitleg gegeven aan het bestanddeel ‘openlijk’ als bedoeld in art. 141 Sr Pro. De Hoge Raad heeft in dat verband onder meer het volgende overwogen: