ECLI:NL:PHR:2019:360

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2019
Publicatiedatum
9 april 2019
Zaaknummer
17/02887
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen cassatiemiddelen

De verdachte is door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens poging tot zware mishandeling en mishandeling van een kind dat zij verzorgt of opvoedt. Tevens is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tegen dit vonnis is cassatieberoep ingesteld.

De aanzegging van het cassatieberoep is op 3 mei 2018 aan de verdachte betekend. Echter, binnen de wettelijke termijn is geen schriftuur houdende cassatiemiddelen door de raadsman van de verdachte ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor kan de verdachte niet in het cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep. Er zijn geen middelen ingediend en er is geen inhoudelijke behandeling van het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 17/02887
Zitting: 19 februari 2019
Mr. B.F. Keulen
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr Pro. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 17/02922). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 3 mei 2018 aan de verdachte betekend. Er is geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG