ECLI:NL:PHR:2019:363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verbeteringsbeschikking ondernemingskamer wegens schending hoor en wederhoor
In deze zaak heeft de ondernemingskamer van het Hof Amsterdam bij beschikking van 6 februari 2018 wanbeleid vastgesteld van een naamloze vennootschap en haar verantwoordelijken. De ondernemingskamer verbeterde deze beschikking op 6 april 2018 op grond van art. 31 Rv Pro. De verzoeker stelde cassatieberoep in tegen zowel de oorspronkelijke beschikking als de verbeteringsbeschikking.
De Procureur-Generaal concludeert dat de verbeteringsbeschikking van 6 april 2018 niet in stand kan blijven, omdat de ondernemingskamer bij de verbetering buiten het toepassingsgebied van art. 31 Rv Pro is getreden en de verzoeker niet in de gelegenheid is gesteld zich uit te laten, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Dit betreft essentiële procesvormen.
De conclusie strekt tot vernietiging van de verbeteringsbeschikking en verwijzing van de zaak. De Procureur-Generaal acht het niet vereist om afzonderlijk cassatieberoep in te stellen tegen de verbeteringsbeschikking. De zaak hangt samen met andere zaken waarin soortgelijke klachten zijn behandeld.
Uitkomst: De verbeteringsbeschikking van de ondernemingskamer wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en buiten toepassing treden van art. 31 Rv.