Conclusie
Gevoerde verweren door de verdediging
eerste middel, gelezen in samenhang met de toelichting, klaagt dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de raadsvrouw dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, dan wel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat het Tallon-criterium zou zijn geschonden.
tweede middelklaagt dat “het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft overwogen dat geen bevel tot pseudo(ver)koop nodig was”.
NJ2004/84, m.nt. Buruma, het arrest dat ook door het hof en de verdediging (in hoger beroep) is aangehaald. Ik neem aan dat zij daarbij vooral het oog hebben (gehad) op de volgende rechtsoverwegingen van de Hoge Raad:
verkoop in beeld. Dat valt niet onder pseudokoop. [8] De vraag is evenwel óf de onderhavige gang van zaken pseudoverkoop oplevert. Het hof, dat rept van pseudo(ver)koop, oordeelt van niet.
DD94.110. Daarbij zij echter wel aangetekend dat dit in de rechtspraak van de Hoge Raad het enige voorbeeld van daadwerkelijke pseudoverkoop is dat ik heb kunnen achterhalen en dat dit voorbeeld nog dateert van vóór de invoering van de Wet BOB. In die zaak ging het om een storefront-operatie, die onder leiding en toezicht stond van het Nederlandse openbaar ministerie, en hadden de verdachten 125 kg cocaïne van twee Duitse politiefunctionarissen en een burgerinformant/infiltrant gekocht en vervolgens overgedragen aan een medeverdachte. In het hierboven al aangehaalde arrest van 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0199 deed zich naar het oordeel van de Hoge Raad
geen(burger)pseudoverkoop voor. Een farmaceutische groothandel had bijstand verleend aan de opsporing en, conform een daartoe strekkende overeenkomst met de officier van justitie, cafeïne en paracetamol geleverd aan een persoon die deze stoffen vermoedelijk als versnijdingsmiddel wilde gebruiken (art. 10a Opiumwet). Geen pseudoverkoop aldus de Hoge Raad, omdat de genoemde stoffen in het gewone handelsverkeer legaal kunnen worden overgedragen. En
evenminpseudoverkoop in HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5593,
NJ2010/77: de betrokken medeverdachte was (na zijn aanhouding) door de verbalisanten slechts gevraagd om zijn reeds bestaande plan tot het overdragen van de koffer met een hoeveelheid cocaïne aan de verdachte voort te zetten.