Conclusie
middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde opzet.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van een ophoudruimte van de Koninklijke Marechaussee door daarin te urineren. Dit gebeurde op 15 maart 2017, terwijl de verdachte onder invloed was van grote hoeveelheden alcohol en zijn voorgeschreven antipsychotica niet had ingenomen.
De verdediging voerde aan dat de verdachte door zijn toestand niet opzettelijk had gehandeld, omdat hij geen inzicht had in de draagwijdte van zijn gedragingen. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat een dergelijk uitzonderlijk geval alleen kan slagen indien de verdachte ten tijde van het handelen ieder inzicht ontbrak. Uit het dossier bleek dat de verdachte zich bewust was van zijn psychoses en de negatieve invloed van alcohol op zijn gedrag, maar desondanks grote hoeveelheden alcohol had genuttigd.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat het opzet bewezen was, mede gelet op het bewijsmateriaal waaronder het proces-verbaal waarin werd vastgesteld dat het urineren doelbewust plaatsvond. De argumenten van de verdediging omtrent culpa in causa werden niet aanvaard als bewijs voor het ontbreken van opzet. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor opzettelijk onbruikbaar maken van de ophoudruimte door urineren.