Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
Sector 44(Zakelijke Dienstverlening II) zijn ingedeeld Reclame-adviesbureaus, Marketing- en PR-bureaus, Efficiencybureaus en economische adviesbureaus, Ingenieurs- en architektenbureaus, Software-ontwikkeling en Expertisebureaus. In
sector 45(Zakelijke Dienstverlening III) zijn ingedeeld Effectenhandelaren/niet-handelsbanken, Administratieve en trustkantoren, Effectendepots, Stamboekverenigingen, bank-, verzekerings- en vastgoed-tussenpersonen, Administratiekantoren, Beheersmaatschappijen, Beleggingsmaatschappijen, Ziekenhuisverplegingsverenigingen, Journalistiek, Nieuws- en persbureaus, Verenigings-kantoren en concernadministraties, Tolken en translateurs, Recherchebureaus, Incasso-bureaus, Exploitatie onroerend goed, Beheer en onderhoud van woningen van woningbouw-corporaties, en Publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties.
fast service food market. Zij begeleidt ruim 150 aangesloten franchisenemers bij conceptontwikkeling, marketing, inkoop, bedrijfs-voering, productontwikkeling, bouw en verbouw. Haat ondersteuning op grond van de franchiseovereenkomst betreft collectieve inkoop, marketing, ondernemerssupport en een netwerk. Zij heeft circa 25 medewerkers in dienst, verdeeld over Finance, Inkoop, Marketing, Operations, Recruitment, Vastgoed en Bouw. Niet in geschil is dat (i) belanghebbendes kernfunctie franchisegever is en (ii) haar onderneming niet samengesteld, maar enkelvoudig is.
BNB2009/231 worden ingedeeld op basis van (i) de aard van de werkzaamheden die hij doet verrichten en (ii) de functie die de (onderneming van de) werkgever in het maatschappelijk verkeer vervult. Komt een bedrijvigheid niet voor op de lijst in Bijlage 1 van de Regeling Wfsv, zoals die van franchisegevers, dan volgt volgens HR BNB 2017/119 uit art. 5.3 Regeling Wfsv dat door assimilatie moet worden bepaald in welke sector die bedrijvigheid moet worden ingedeeld. Uit HR
BNB2018/109 volgt dat de Circulaires van de voormalige Sociale Verzekeringsraad nog steeds mede van belang zijn bij de sectorindeling.
soften
hard franchising, gebaseerd op de verdeling van de werkzaamheden tussen franchisegever en franchisenemer en de mate van vrijheid van de laatste. De concept-MvT bij de Wet franchise vermeldt dat een
softfranchisenemer veel vrijheid heeft om zijn bedrijvigheid zelf vorm te geven, terwijl bij
hard franchisingde bedrijfsvoering tot in het kleinste detail wordt bepaald door de franchisegever. De belanghebbende begeleidt en ondersteunt franchisenemers bij conceptontwikkeling, marketing, inkoop, bedrijfsvoering, productontwikkeling, bouw en verbouw met 25 medewerkers, verdeeld over Finance, Inkoop, Marketing, Operations, Recruitment, Vastgoed en Bouw. Dat lijkt mij
hardfranchising.
know howmee te delen aan de franchisenemer. De kern van franchising lijkt mij daarmee: structurele, meer of minder vergaande (
hardof
soft) begeleiding van ondernemerschap met ondernemers-
know howop basis van een gemeenschappelijk verdienmodel.
know howbieden, maar in sector 44 ook niet zo zeer. Ik kan echter ook geen andere in de Bijlage genoemde sector aanwijzen die er dichter bij in de buurt komt dan sector 44. Marketingbureaus, efficiencybureaus en economische adviesbureaus (sector 44) komen mijns inziens het dichtst in de buurt van ondernemerschapsbegeleiding, al is hun bemoeienis in het algemeen niet structureel (voor onbepaalde termijn) en, zoals de Staatssecretaris benadrukt, niet gebaseerd op een niet-vrijblijvend gemeenschappelijk verdienmodel: de klant hoeft hun adviezen niet op te volgen. De diensten van stamboekverenigingen,
holdings, verenigingskantoren en concernadministraties (sector 45) zijn denkelijk niet geheel vrijblijvend, maar hebben weer weinig of niets te maken met structurele ondernemerschapsbegeleiding met ondernemers-
know howop basis van een gemeen verdienmodel. Aan franchising is kennelijk niet gedacht door de sectorenontwerper. De aard van belanghebbendes werkzaamheden helpt ons niet verder; die worden aangeduid met ‘Finance, Inkoop, Marketing, Operations, Recruitment, Vastgoed en Bouw’, en bestaan uit ‘conceptontwikkeling, marketing, inkoop, bedrijfsvoering, productontwikkeling, bouw en verbouw’ in de
fast service food marketen vallen dus in zeer uiteenlopende sectoren.
hardfranchising gaat. Ik onderschrijf ’s Hofs oordeel dat de overeenkomsten met sector 44-bezigheden, hoewel niet heel groot, wel beduidend groter zijn dan die met sector-45-bezigheden.
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
Feiten
3. Het geschil
NLF2018/1806) acht het, “volgend op de argumenten van beide partijen die in de uitspraak zijn te lezen”, “niet verrassend dat het Hof meer overeenkomsten ziet met de werkzaamheden van de dienstverleners van sector 44 dan die van sector 45.”
3.Het geding in cassatie
2Regeling Wfsv bedoelt, maar art. 5.
3Regeling Wfsv, dat over indeling bij assimilatie gaat, waarover de partijen en het Hof het eens zijn dat die moet worden toegepast.
websitewww.franchise.nl, betoogt de Staatssecretaris dat belanghebbendes functie daarom beter aansluit bij de in sector 45 genoemde bedrijven, die zich eveneens richten op een besloten of beperkte groep afnemers. Het Hof heeft zijn inziens nagelaten te beoordelen in het kader van welke
maatschappelijke functiede belanghebbende haar werkzaamheden verricht en zijn beoordeling ten onrechte beperkt tot de
aardvan (een deel van) belanghebbendes
werkzaamheden. ’s Hofs vergelijking met een PR-bureau gaat mank, nu bij een PR-bureau een betalende klant zijn wensen neerlegt, terwijl een franchisenemer de reclame-uitingen van de franchisegever heeft te volgen. Franchisegevers werken alleen voor de eigen aangesloten franchisenemers, hetgeen hen vergelijkbaar maakt met in de sector 45 genoemde activiteiten voor besloten groepen, terwijl bedrijven in sector 44 iedereen in brede zin als klant kunnen hebben. De werkzaamheden van de franchisegever moeten volgens de Staatssecretaris in hun geheel in samenhang worden beoordeeld en niet per onderdeel (PR, advies; marketing, etc.), en aldus beschouwd staan zij uitsluitend ten dienste van de wezenlijke functie, aard en doelstelling van de franchisegever: het te gelde maken van de franchiseformule door overeenkomsten te sluiten met franchisenemers. Dat is het verdienmodel en dat kenmerkt de functie van de franchisegever in het maatschappelijke verkeer. De belanghebbende verkoopt geen diensten op de vrije markt, zoals een PR-bureau of marketingbureau, maar exploiteert formules, hetgeen qua maatschappelijke functie meer vergelijkbaar is met de in sector 45 genoemde bedrijven zoals administratiekantoren, beheersmaatschappijen en verenigings-kantoren. Klanten van een PR-bureau of marketingbureau kunnen voor elke klus een ander bureau nemen, maar franchisenemers zitten vast aan één franchisegever.
verweerdat het cassatiemiddel faalt omdat de Staatssecretaris alleen het hier niet relevante art. 5.2 Regeling Wfsv geschonden acht en niet het hier wel relevante art. 5.3 Regeling Wfsv. Voor het overige meent de belanghebbende dat het Hof art. 5.3 Regeling Wfsv juist heeft toegepast door te onderzoeken bij welke van de sectoren aansluiting plaats dient te vinden. Het Hof heeft volgens haar niet miskend dat haar werkzaamheden zich richten op de aangesloten franchisenemers. Zij acht zich terecht aangesloten bij sector 44.
Sectorindeling voor de premieheffing werknemersverzekeringen; achtergrond, regelgeving en beleidsopvattingen
BNB2015/88 [3] en HR
BNB2017/43 [4] heb ik de financiering van de werknemersverzekeringen als volgt beschreven:
45.Zakelijke Dienstverlening III, omvattende:
Jurisprudentie over de sectorindeling voor de premieheffing werknemersverzekering
BNB2009/231 [24] dat een werkgever in een sector moet worden ingedeeld op basis van (i) de aard van de werkzaamheden die hij als werkgever doet verrichten en (ii) de functie die de (onderneming van de) werkgever in het maatschappelijk verkeer vervult:
BNB2009/231:
BNB2017/119 [25] betrof een ‘dagrecreatiepark met verschillende attracties van velerlei soort’ die volgens de feitenrechter echter geen ‘speeltuin’ was in de zin van sector 35 (zie Bijlage 1 bij de Regeling Wfsv: “Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen, omvattende”) en ook niet behoorde tot enige andere tak van bedrijf vermeld in die Bijlage 1. U oordeelde dat die onderneming dan ‘bij assimilatie’ moest worden ingedeeld:
BNB2018/109 [26] heeft u geoordeeld dat een Circulaire van de voormalige Sociale Verzekeringsraad van belang blijft voor de toepassing van de sectorindeling, ook als zij ten nadele van de werkgever luidt:
6.(Overige) literatuur
Encyclopedievermeldt verder onder meer:
7.Franchising
soften
hard franchising:
European Franchise Federationdefinieert in artikel 1 van Pro zijn
European Code of Ethics for franchisingfranchising als volgt: [37]
job franchising,
business franchisingen
investment franchising, [44] en ten slotte, naar de mate van (on)vrijheid van de franchisenemer, tussen
soften
hardfranchising: [45]
Ondernemersplein(Eén antwoord van de overheid), een initiatief van de Kamer van Koophandel, Antwoord voor bedrijven, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het RDW, de Belastingdienst, het CBS en het UWV, onderscheidt
hardvan
softfranchise [46] en vermeldt dat onder de
softfranchiseformule de franchisenemer vaak zelf kan beslissen over reclame, marketing, inkoop en voorraad en redelijk vrij is om zijn eigen onderneming te leiden en zijn omzet te optimaliseren door zelf inkoop- en verkoopprijzen te stellen. Media- en reclamekosten kunnen wel hoger zijn dan bij
hard franchise. De opstartkosten liggen bij
softfranchise meestal hoger dan bij
hardfranchise en de franchisenemer heeft minder zekerheid bij het starten van haar onderneming. Bij
hardfranchise daarentegen zijn de regels streng. De franchisenemer heeft weinig of geen vrijheid in huisstijl, voorraad, inkoop(locatie) en reclame en media-uitingen, maar zij heeft grotere zekerheid bij de start van haar onderneming en de franchisegever is zeker van imagobehoud. De kosten van media-uitingen en vormgeving blijven bij
hardfranchise beperkter doordat die voor elke vestiging dezelfde zijn en de franchisegever biedt meer ondersteuning dan bij
softfranchise.
8.Behandeling van het middel
BNB2009/231 (zie 5.2 hierboven). Uit HR
BNB2018/109 (zie 5.5 hierboven) volgt dat de Circulaires van 25 mei 1955 en van 30 mei 1989 nog steeds mede van belang zijn bij de sectorindeling.
fast service food marketbij conceptontwikkeling, marketing, inkoop, bedrijfsvoering, product-ontwikkeling, bouw en verbouw, een en ander op basis van franchiseovereenkomsten strekkende tot ondersteuning van de franchisenemers bij collectieve inkoop, marketing, ondernemerssupport en een netwerk. Dat klinkt mij in de oren als
hardfranchise. Niet in geschil is dat haar onderneming een enkelvoudige is.
Schablone-campagnes of -adviezen werken. In sector 45 worden mijns inziens meer ondernemers opgesomd die niet aan het ‘besloten kring’-criterium van de Staatssecretaris voldoen (effectenhandelaren, tussenpersonen, beleggingsmaatschappijen, journalistiek, nieuws- en persbureaus, tolken en translateurs, recherchebureaus en incassobureaus) dan ondernemers die daar wel in enige mate aan voldoen (stamboekverenigingen, beheersmaatschappijen, administratiekantoren, verenigingskantoren en concern-administraties), zodat dit besloten-kring-criterium mij inconcludent lijkt als het moet dienen om tussen de sectoren 44 en 45 te kiezen.
know howmee te delen aan de franchisenemer. Civielrechtelijk lijkt de kern van franchising daarmee te zijn: structurele, meer of minder vergaande en meer of minder strakke (
hardof
soft) begeleiding van ondernemerschap met ondernemers-
know how, op basis van een gemeenschappelijk verdienmodel. In de
softversie van de distributie-franchise, blijft de franchisenemer in grotere mate een
vrije jongendan in de
hardversie, zoals in casu, waarin de franchisegever zich vergaand met vooral uitstralings-, inkoop-, assortiments- en reclame-aspecten van de ondernemingsuitoefening bemoeit, maar in beide gevallen wordt structurele (niet-incidentele) ondernemerschapsbegeleiding verkocht volgens een in beginsel onbeperkt (tot de markt verzadigd is) herhaalbaar
Schabloneen daarmee niet-vrijblijvend: de begeleiding moet afgenomen worden zolang het contract loopt.
know howbieden, maar in sector 44 ook niet zo zeer. De partijen zijn het eens dat we niettemin uit die twee moeten kiezen. De indeling is echter, zoals opgemerkt, minstens mede een rechtsvraag en staat dus niet ter beschikking van de partijen. Ik kan echter ook geen andere in de Bijlage genoemde sector aanwijzen die er dichter bij in de buurt komt. Marketingbureaus, efficiencybureaus en economische adviesbureaus (sector 44) komen mijns inziens het dichtst in de buurt van ondernemerschapsbegeleiding, maar hun bemoeienis is in het algemeen niet structureel (voor onbepaalde termijn) en, zoals de Staatssecretaris benadrukt, niet gebaseerd op een niet-vrijblijvend gemeenschappelijk verdienmodel: de klant hoeft hun adviezen niet op te volgen.
holdings), verenigingskantoren en concernadministraties (sector 45) zijn denkelijk niet geheel vrijblijvend, maar hebben weer weinig of niets te maken met structurele ondernemerschaps-begeleiding met ondernemers-
know howop basis van een gemeen verdienmodel.
fast service food market. Ik vrees dat dat ons niet veel verder helpt: deze werkzaamheden vallen in zeer uiteenlopende sectoren.
holdingsen verenigingskantoren) rechtskundig niet onjuist is, mede gegeven dat het in belanghebbendes geval mijns inziens om
hardfranchising gaat. Ik onderschrijf ’s Hofs oordeel dat de overeenkomsten met sector 44-bezigheden, hoewel niet
heelgroot, wel beduidend groter zijn dan die met sector-45-bezigheden. Bij (veel)
softerfranchising zou een keuze voor assimilatie met administratieve en trustkantoren, verenigingskantoren en concernadministraties, administratiekantoren en
holdingswellicht evenmin van een onjuiste rechtsopvatting getuigen, gegeven dat deze sector 45-ondernemers meer op (een onderdeel van) de winkel lijken te passen dan dat zij creatief met de ondernemer of de klant meedenken (of voor haar denken), hetgeen men mijns inziens meer in sector 44 aantreft: reclame-adviesbureaus, marketing- en PR-bureaus, efficiencybureaus en economische adviesbureaus, ingenieurs- en architektenbureaus, software-ontwikkeling en expertisebureaus.