Conclusie
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2017.
Voor mijn gevoel was het een herhaling van zetten die ik al kende: bewaar de rust en het komt goed. Om die reden ben ik naar huis gegaan. [getuige 4] heeft het adres van het ziekenhuis in Oss ingevoerd in mijn navigatiesysteem.
[verdachte]:
het hof begrijpt: 22 februari 2014) zijn wij omstreeks 19:30 uur naar Oss gereden, naar een kasteelpartij. Daar zijn wij geweest tot ongeveer 03:00 (
het hof begrijpt: 23 februari 2014). Wij zijn op de terugweg nog met [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]) en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 3]) naar een hotel gereden. Dit was ongeveer 10 minuten rijden. In de hotelkamer verslechterde [betrokkene 1] na ongeveer een half uurtje.
de verdachte:
Jullie hebben die tijdlijn gemaakt en dan weten jullie ook hoe lang ik erover heb gedaan om terug te rijden (
het hof begrijpt: van Oss naar Haarlem).
In het lichaamsmateriaal van [betrokkene 1] zijn MDMA, MDA en GHB aangetoond.
[getuige 5]:
[getuige 2]:
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) gezien in de nacht van 22 op 23 februari 2014. In de hotelkamer werd [betrokkene 1] niet lekker. [betrokkene 1] reageerde nauwelijks, ze was helemaal buiten westen. Ze ging steeds meer achteruit. Iedereen was het erover eens dat 112 gebeld moest worden. [betrokkene 1] zag er echt niet goed uit. [verdachte] wilde dat echter niet. [verdachte] was er pertinent op tegen dat 112 gebeld zou worden en dat [betrokkene 1] met een ambulance opgehaald zou worden. We hebben er een hele discussie over gehad. Wij waren best wel in paniek. Uiteindelijk heeft [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]) het adres van het ziekenhuis opgezocht en hebben de mannen haar naar de auto gedragen. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat hij bij het ziekenhuis moest aangeven dat er GHB gebruikt was, dat stond ook op internet. Want dan konden ze passende maatregelen treffen.
[getuige 1]:
het hof begrijpt: [getuige 2]) op een feest in Haren. Aan het eind van het feest zijn [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]), [getuige 3] , [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) met ons meegegaan naar het hotel. In onze hotelkamer zei [betrokkene 1] dat zij GHB had gedronken en maakte zij kenbaar dat het niet goed zat. Ik ben met [betrokkene 1] naar de badkamer gegaan. [betrokkene 1] maakte zich zorgen. Ik heb tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij moest proberen om over te geven. Ik heb gezegd dat zij de vinger in de keel moest steken en dat geprobeerd moest worden om alles eruit te krijgen. Zij was behoorlijk geschrokken. [betrokkene 1] ging op een gegeven moment ‘out’. Er was een panieksituatie.
[getuige 2]:
het hof begrijpt: [getuige 1]) naar een feest gegaan in Haren. In de regel is zo’n leest rond 2.00 of 3.00 uur klaar. Daarna zijn wij nog naar een hotel gegaan. [getuige 1] en ik hadden een kamer geboekt. Wij hadden [getuige 4] en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 4] en [getuige 3]) meegevraagd naar de kamer. Ik zag dat [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) ook in de hotelkamer waren.
Ik was echter wel opgelucht dat [verdachte] zover was dat hij [betrokkene 1] naar het ziekenhuis wilde brengen. Ik dacht echt dat het mis ging met [betrokkene 1] . Toen [verdachte] kennelijk zover was om naar het ziekenhuis te gaan voelde ik een soort opluchting.
[getuige 3]:
het hof begrijpt: [getuige 4]) naar een feest in Haren geweest. Het feest duurde tot ongeveer 3.00 uur. Daarna zijn wij naar een hotel gegaan. Toen wij in de hotelkamer kwamen, waren wij met zijn zessen, ik en [getuige 4] , [getuige 1] en [getuige 3] en [verdachte] en [betrokkene 1] (h
el hof begrijpt: [getuige 4] , [getuige 1] , [getuige 2] , verdachte en het slachtoffer).
[getuige 4]:
het hof begrijpt: [getuige 3]) naar een feest in Haren. Het feest was rond een uur of 3.00 afgelopen. Wij zijn toen naar een hotel gegaan. Wij zijn achter [getuige 1] en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 1] en [getuige 2]) aangereden. Zij hadden in dat hotel een kamer gehuurd. Toen zei mijn vriendin dat [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) ook mee zouden gaan. Zij zijn achter ons aangereden. In het hotel zijn wij naar de kamer van [getuige 1] en [getuige 3] gegaan.
Tijdsaanduiding: Sun, Feb. 23, 2014/ 05:16
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring: “In het bijzonder is artikel 359 lid 2 Sv Pro geschonden nu de bewijsbeslissing ten aanzien van de causaliteit in onvoldoende mate met redenen is omkleed. Tevens is artikel 359 lid 2 Sv Pro geschonden doordat het hof in onvoldoende mate heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk door de verdediging voorgedragen verweer op het punt van de causaliteit.”
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de schuld: “In het bijzonder is artikel 359 lid 2 Sv Pro geschonden nu de bewijsbeslissing ten aanzien van de aanmerkelijke onvoorzichtigheid, dan wel grove schuld in onvoldoende mate met redenen is omkleed. Tevens is artikel 359 lid 2 Sv Pro geschonden doordat het hof in onvoldoende mate heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk door de verdediging voorgedragen verweer op het punt van de aanmerkelijke onvoorzichtigheid, dan wel grove schuld.”
derde middelklaagt over de motivering van bewuste schuld: “In het bijzonder is artikel 359 lid 2 Sv Pro geschonden nu de bewijsbeslissing ten aanzien van de bewuste schuld in onvoldoende mate met middelen is omkleed, althans dat de bewijsoverweging voor zover daarin bij rekwirant bewuste schuld wordt aangenomen onbegrijpelijk is, dan wel niet kan worden gegrond op de bewijsmiddelen.”