“
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2017.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op zaterdag 22 februari 2014 waren [betrokkene 1] en ik op een feest in Haren in de gemeente Oss. [getuige 3] en [getuige 4] nodigden ons uit om mee te gaan naar een hotel in de buurt. Wij zijn achter hen aangereden. Op het feest vertelde [betrokkene 1] mij dat zij XTC had gebruikt. Ik weet niet hoeveel pilletjes XTC [betrokkene 1] had gebruikt. Uit ervaring weet ik dat hoe langer de avond duurt, hoe meer je neemt. Het gebeurde wel vaker dat het niet bij een half of een heel pilletje bleef.
[betrokkene 1] bestelde wijn en water en heeft gezegd dat de drank raar smaakte. Dat roept associaties met GHB op. Iemand anders zei hetzelfde. Ik vond dit vergezocht.
Op de hotelkamer is door [betrokkene 1] en mij GHB gebruikt. [betrokkene 1] had de GHB gekocht en meegenomen in een Spa blauwflesje. GHB moet je nauwkeurig doseren. Met een G-spuit kun je de hoeveelheid GHB doseren; je kunt de hoeveelheid aflezen. Normaal gebruikte [betrokkene 1] een G-spuit, maar die had ze niet bij zich. [betrokkene 1] gaf aan dat zij GHB wilde gebruiken. Wij hebben daarover gesproken en ik heb gekeken in het etui. Daarin zag ik geen spuit liggen. [betrokkene 1] gebruikte normaal gesproken een G-spuit voor de dosering. Zij had nog nooit eerder een dopje gebruikt om te doseren. Doorgaans gebruikten wij GHB uitsluitend thuis; in huiselijke kring; met een G-spuit. Ik kende de hoeveelheid die zij in andere gevallen nam, namelijk 3 milliliter. Zij gebruikte dan een spuitje. Met een spuit kan je de hoeveelheid precies afmeten.
Ik wist dat [betrokkene 1] op het feest XTC had genomen, dat zij daar ook water en wijn had gedronken en dat zij in de hotelkamer een hoeveelheid GHB had gebruikt, ik wist alleen de hoeveelheden niet.
Ik merkte dat het niet goed met [betrokkene 1] ging omdat [betrokkene 1] zei dat ze zich niet lekker voelde. Dit klonk voor mij niet alarmerend. Het klonk heel bekend; dat gebeurde vaker. Het was een logisch gevolg van GHB, zoveel was mij duidelijk. [betrokkene 1] heeft geprobeerd over te geven. Zij viel in slaap. Als [betrokkene 1] GHB gebruikte, viel zij in slaap. Na een half uur werd zij dan weer wakker.
[betrokkene 1] is een uur nadat zij het dopje had ingenomen in slaap gevallen. [betrokkene 1] is naar de auto gebracht. Vervolgens heb ik anderhalf uur gereden naar Haarlem. Doorgaans werd zij na een halfuur wakker. Ik raakte niet gealarmeerd naarmate de tijd voortduurde. Het duurde wel langer dan normaal maar er gingen geen alarmbellen af.
De andere aanwezigen waren niet bekend met het gebruik van GHB en de gevolgen daarvan. [getuige 2] heeft een laptop gepakt en heeft gegoogeld hoe je moet handelen als iemand ‘out’ gaat na GHB gebruik. De mannen overlegden wat er moest gebeuren. Moesten we 112 bellen of niet? Moesten wij haar naar het ziekenhuis brengen? Het was niet gezellig: het was een discussie. Ik heb ervoor gekozen om naar huis te gaan omdat de situatie niet alarmerend op mij over kwam. Het kwam mij bekend voor.
Voor mijn gevoel was het een herhaling van zetten die ik al kende: bewaar de rust en het komt goed. Om die reden ben ik naar huis gegaan. [getuige 4] heeft het adres van het ziekenhuis in Oss ingevoerd in mijn navigatiesysteem.
De voorzitter houdt mij voor dat ik rond 5:10 uur aanstalten maakte om naar huis te gaan en rond 5:30 uur met de auto wegreed. Dit klopt. Ik wilde gewoon naar huis. [betrokkene 1] was niet in staat te lopen. Je probeert geen tijd te verliezen, ondanks dat er geen hulp werd ingeschakeld. Daarom hebben wij haar ondersteund en gedragen naar de auto. Ik ben rustig naar huis gereden. [betrokkene 1] maakte geluidjes. Ik weet niet tot wanneer ik de geluidjes heb gehoord. Thuis deed ik haar portierdeur open. Het licht viel op haar gezicht. Toen realiseerde ik mij voor het eerst dat het fout zat. Ik gaf haar mond op mond beademing, ik hoorde geluid. Ik wist dat het niet goed zat, dus ik ben zo spoedig mogelijk naar het ziekenhuis gegaan.
Door de paniek heb ik de verkeerde afslag genomen en stond ik in de laan naar het crematorium. Ik ben uit de auto gestapt, om de auto heen gelopen en ik heb haar portier opengedaan. [betrokkene 1] lag daar. Ik heb haar mond op mond beademing gegeven en toen zag ik haar etui waarin de GHB had gezeten. Uit kwaadheid heb ik het etui weggegooid.
Bij aankomst in het ziekenhuis heb ik de artsen niet verteld dat [betrokkene 1] GHB en MDMA had gebruikt.
Mij was gevraagd of ik op de hoogte was van amfetamine. Hierop heb ik ontkennend geantwoord.
2. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [verdachte] , met nummer PL1263-2014018610-2, van 24 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde dossierpagina’s 29-36).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 februari 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van
[verdachte]:
Mijn adres is [a-straat 1] , [postcode] [plaats] .
Afgelopen zaterdag (
het hof begrijpt: 22 februari 2014) zijn wij omstreeks 19:30 uur naar Oss gereden, naar een kasteelpartij. Daar zijn wij geweest tot ongeveer 03:00 (
het hof begrijpt: 23 februari 2014). Wij zijn op de terugweg nog met [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]) en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 3]) naar een hotel gereden. Dit was ongeveer 10 minuten rijden. In de hotelkamer verslechterde [betrokkene 1] na ongeveer een half uurtje.
3. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, met nummer PL1100-2014121422-15, van 13 januari 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (doorgenummerde dossierpagina 176-186).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 januari 2015 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van
de verdachte:
A: Ik hoorde wel van verschillende mensen dat de drank vreemd smaakte. Alsof er vanachter de bar met de drank werd gerommeld. Ik vond dat ver gezocht. Ik hoorde dat ook van [betrokkene 1] .
V: Wat bedoel je daarmee?
A. Dat voor mij een (1) en een (1) twee is. Dat er dus mogelijk GHB in de glazen is gedaan. Meerdere mensen hadden dat idee en zouden er iets van zeggen.
Een G-spuit is een spuit zonder naald. Het gaat alleen om de schaalverdeling. Degene die GHB gebruikt kan zelf doseren hoeveel ze gaat gebruiken. Het innemen van GHB neemt heel nauw.
Jullie hebben die tijdlijn gemaakt en dan weten jullie ook hoe lang ik erover heb gedaan om terug te rijden (
het hof begrijpt: van Oss naar Haarlem).
V: Ja, volgens ons anderhalf uur ongeveer?
A: Nou dat bedoel ik.
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 juni 2014, opgemaakt door [betrokkene 2] , arts en patholoog (doorgenummerde dossierpagina’s 40-44).
Dit geschrift houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, in:
[betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1967, is overleden in het Kennemer Gasthuis, locatie Zuid-Haarlem, op 24 februari 2014 omstreeks 09.20 uur.
Volgens verkregen inlichtingen van de verbalisant en uit het ziekenhuis, kwam de vrouw de dag vóór het overlijden om circa 7.06 uur reanimatiebehoeftig en zonder polsslag aan in een ziekenhuis en werd zij gereanimeerd. Zij werd opgenomen op de intensive care afdeling. Zij was na de reanimatie diep comateus en had een lage bloeddruk, die aanvankelijk verbeterde na toediening van medicatie. Bij toxicologische screening op drugs in het ziekenhuis werd amfetamine aangetoond. Het toxicologisch onderzoek toonde aan dat in het lichaamsmateriaal van [betrokkene 1] MDMA, MDA en GHB zijn aangetoond.
Ten aanzien van het mechanisme van overlijden kan het volgende worden gesteld:
Gezien het gegeven dat er geen aanwijzingen waren voor pre-existente ziekelijke afwijkingen/ziekten die het onwel- en reanimatiebehoeftig worden kunnen verklaren is het waarschijnlijk dat de ingenomen MDMA, mogelijk in combinatie met GHB, heeft geleid tot negatieve beïnvloeding van het hart en mogelijk ook tot beschadiging van de hartspier. Hierdoor is de hartwerking verstoord en ontstond verminderde/onvoldoende aanvoer van zuurstofrijk bloed naar diverse organen waaronder de hersenen en het hart. Het zuurstoftekort in de hartspier heeft geleid tot (verdere) hartspierbeschadiging en verdere verslechtering van de hartactie en daardoor ook het transport van zuurstofrijk bloed. Tevens kan dit ook hebben geleid tot hersenoedeem. Dit leidde tot het reanimatiebehoeftig worden waardoor de gehele situatie verder verslechterde, er verder zuurstoftekort optrad, dat leidde tot orgaan/weefselschade en onder meer tot hersenoedeem en herseninklemming. De herseninklemming verklaart het voortbestaan van coma na de reanimatie. Uit het verdere klinische beloop kan worden opgemaakt dat er een toestand van instabiele bloedsomloop (circulatie) bleef bestaan gedurende de opname hetgeen tot verdere beschadiging van verschillende organen leidde — multiorgaan falen. Het geleidelijk uitvallen van de functies van verschillende organen (multiorgaan falen) is uiteindelijk niet met leven verenigbaar en is daarom zonder meer aan te wijzen als de doodsoorzaak. De uitlokkende factor, en dus de eigenlijke doodsoorzaak is in het voorliggende geval de inname van de aangetroffen drugs, omdat er geen andere verklaring voor het optreden van het multiorgaan falen werd gevonden.
Het overlijden wordt verklaard door multiorgaan falen na een reanimatie. De oorzaak van het reanimatiebehoeftig wordt verklaard door inname van MDMA al dan niet in combinatie met GHB.
5. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 maart 2014, opgemaakt door [betrokkene 3] , apotheker-toxicoloog (dossierpagina 56-64).
Dit geschrift houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, in:
In het lichaamsmateriaal van [betrokkene 1] zijn MDMA, MDA en GHB aangetoond.
6. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 november 2015, opgemaakt door [betrokkene 3] , apotheker-toxicoloog (ongenummerd).
Dit geschrift houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, in:
In het algemeen is te verwachten dat de kans op overleving na een potentieel levensbedreigende overdosering vergroot wordt indien er medische zorg beschikbaar is, die zo nodig kan worden ingezet.
7. Een proces-verhaal van verhoor van getuige [getuige 5] , met nummer PL1100-2014121422-7, van 20 augustus 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde dossierpagina 134).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 augustus 2014 afgelegde verklaring van
[getuige 5]:
[betrokkene 1] lag op de intensive care en wij mochten daar niet bij. Er kwam een arts binnen en hij vertelde de stand van zaken: ze waren aan het vechten voor haar leven en we moesten rekening houden met het ergste. Deze arts vroeg aan [verdachte] : “Weet u of ze iets gebruikt kan hebben?” Hij ontkende: “ [betrokkene 1] gebruikt niet, voor zover ik weet. En als ze al gebruikt, zou ik het niet herkennen. Iedereen weet dat ik daar niets mee te maken wil hebben.”
8. Een proces-verbaal van verhoor getuige, met nummer PL1100-2014121422-5, van 29 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] [verbalisant 6] (doorgenummerde dossierpagina 126-128).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 juli 2014 afgelegde verklaring van
[getuige 2]:
Ik heb [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) gezien in de nacht van 22 op 23 februari 2014. In de hotelkamer werd [betrokkene 1] niet lekker. [betrokkene 1] reageerde nauwelijks, ze was helemaal buiten westen. Ze ging steeds meer achteruit. Iedereen was het erover eens dat 112 gebeld moest worden. [betrokkene 1] zag er echt niet goed uit. [verdachte] wilde dat echter niet. [verdachte] was er pertinent op tegen dat 112 gebeld zou worden en dat [betrokkene 1] met een ambulance opgehaald zou worden. We hebben er een hele discussie over gehad. Wij waren best wel in paniek. Uiteindelijk heeft [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]) het adres van het ziekenhuis opgezocht en hebben de mannen haar naar de auto gedragen. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat hij bij het ziekenhuis moest aangeven dat er GHB gebruikt was, dat stond ook op internet. Want dan konden ze passende maatregelen treffen.
9. Een proces-verbaal van 4 november 2015 opgemaakt door mr. S. Jongeling, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 november 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van
[getuige 1]:
Op 22 februari 2014 was ik samen met [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 2]) op een feest in Haren. Aan het eind van het feest zijn [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]), [getuige 3] , [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) met ons meegegaan naar het hotel. In onze hotelkamer zei [betrokkene 1] dat zij GHB had gedronken en maakte zij kenbaar dat het niet goed zat. Ik ben met [betrokkene 1] naar de badkamer gegaan. [betrokkene 1] maakte zich zorgen. Ik heb tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij moest proberen om over te geven. Ik heb gezegd dat zij de vinger in de keel moest steken en dat geprobeerd moest worden om alles eruit te krijgen. Zij was behoorlijk geschrokken. [betrokkene 1] ging op een gegeven moment ‘out’. Er was een panieksituatie.
Net voor- of net nadat ik [betrokkene 1] in de stabiele zijligging had gelegd heb ik op mijn laptop nog gegoogeld over wat er gedaan moest worden als iemand teveel GHB had ingenomen. Duidelijk werd dat er dan een ambulance moet komen of dat je naar het ziekenhuis moet gaan. Toen [betrokkene 1] op de grond lag, in de stabiele zijligging, hebben wij haar ook nog wat prikkels gegeven, knijpen in haar hand. Zij reageerde daar toen niet op. Zij gromde, kreunde alleen. Wij vonden dal er een ambulance moest komen. [verdachte] wilde geen ambulance. Er moest wat gebeuren vonden wij. Hoe zal ik het zeggen, het was zoiets als “jij gaat of wij gaan, maar je vrouw gaat nu naar het ziekenhuis.” Uiteindelijk, na veel vijven en zessen, is [betrokkene 1] naar de auto gebracht. [verdachte] zou naar het ziekenhuis gaan. Ik kan mij verder nog herinneren dat wij het adres van het dichtstbijzijnde ziekenhuis op de laptop hebben opgezocht. Volgens mij was dat het ziekenhuis in Oss. Volgens mij heelt [getuige 4] dit adres in de navigatie ingevoerd. Wij waren ervan overtuigd dat [verdachte] naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis zou gaan.
10. Een proces-verbaal van 4 november 2015 opgemaakt door mr. S. Jongeling, rechtercommissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de 4 november 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van
[getuige 2]:
Ik was samen met [getuige 1] (
het hof begrijpt: [getuige 1]) naar een feest gegaan in Haren. In de regel is zo’n leest rond 2.00 of 3.00 uur klaar. Daarna zijn wij nog naar een hotel gegaan. [getuige 1] en ik hadden een kamer geboekt. Wij hadden [getuige 4] en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 4] en [getuige 3]) meegevraagd naar de kamer. Ik zag dat [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) ook in de hotelkamer waren.
Volgens mij is in de badkamer geprobeerd om de GHB uit [betrokkene 1] te krijgen, om haar te laten braken. Dat wilde echter niet lukken. Toen ging [betrokkene 1] out. Zij reageerde toen nergens meer op. Wij hebben nog in de armen van [betrokkene 1] geknepen. Wij hebben haar klapjes in het gezicht gegeven. Wij hebben haar nog met water geprobeerd te laten reageren. [betrokkene 1] reageerde echter niet. [verdachte] was er de hele tijd bij, hij zei dat [betrokkene 1] wel weer bij zou komen.
Ik weet nog dat [getuige 1] de laptop van zijn werk meehad. [getuige 1] heeft toen nog op internet gekeken naar wat er gedaan zou moeten worden bij iemand die GHB had gebruikt. Op internet stond dat een persoon in een stabiele zijligging moest worden gelegd, dat er een ambulance gebeld zou moeten worden en dat in het ziekenhuis vermeld zou moeten worden dat er sprake was van GHB gebruik. Wij wilden dat er een ambulance werd gebeld. [verdachte] verzette zich hiertegen.
Er ontstond een hevige discussie, vooral tussen [verdachte] en mij. [verdachte] verzette zich echter tegen het bellen van 112. Ik weet nog dat vervolgens uiteindelijk van de groep het idee kwam dat [betrokkene 1] dan naar het ziekenhuis zou worden gebracht en wel naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Wij hebben [betrokkene 1] een jas aangedaan en de mannen hebben [betrokkene 1] naar de auto gebracht. Verder weet ik dat het adres van het dichtstbijzijnde ziekenhuis is opgezocht. Volgens mij heeft [getuige 4] dat gedaan. Ik heb ook gehoord dat [getuige 4] dit adres in de navigatie van de auto heeft ingevoerd. Wij hebben een aantal minuten staan bekvechten over het wel of niet bellen van een ambulance. Uiteindelijk kwam dit idee.
Ik was echter wel opgelucht dat [verdachte] zover was dat hij [betrokkene 1] naar het ziekenhuis wilde brengen. Ik dacht echt dat het mis ging met [betrokkene 1] . Toen [verdachte] kennelijk zover was om naar het ziekenhuis te gaan voelde ik een soort opluchting.
U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik nog tegen [verdachte] heb gezegd dat in het ziekenhuis zou moeten worden gemeld dat [betrokkene 1] GHB had gebruikt. Ja, dat kan kloppen. Op internet hadden wij gelezen dat dat heel belangrijk was.
11. Een proces-verbaal van 4 november 2015 opgemaakt door mr. S. Jongeling, rechtercommissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 november 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van
[getuige 3]:
Op 22 februari 2014 ben ik met [getuige 4] (
het hof begrijpt: [getuige 4]) naar een feest in Haren geweest. Het feest duurde tot ongeveer 3.00 uur. Daarna zijn wij naar een hotel gegaan. Toen wij in de hotelkamer kwamen, waren wij met zijn zessen, ik en [getuige 4] , [getuige 1] en [getuige 3] en [verdachte] en [betrokkene 1] (h
el hof begrijpt: [getuige 4] , [getuige 1] , [getuige 2] , verdachte en het slachtoffer).
[betrokkene 1] werd niet goed. Er kwam toen onrust. Wij vonden dat er iets moest gebeuren. De meesten waren behoorlijk geschrokken. [verdachte] zei dingen als: “Laat [betrokkene 1] maar even liggen, ik ken haar, dit heeft zij vaker, het komt wel goed, geen heisa”. Ik kan mij herinneren dat [getuige 3] heel erg kwaad werd. Er ontstond een heftige discussie. [getuige 3] en/of ik vonden dat er echt een ambulance moest komen. [getuige 3] was heel erg stellig. Zij werd ook kwaad. [verdachte] zei dat er geen ambulance nodig was. Hij zei dat hij [betrokkene 1] kende en dat het goed zou komen. Hij wilde geen rompslomp. Hij zei dat als er een ambulance zou komen, er meer mensen zouden komen, er heisa, gedoe, zou komen. Het was een felle discussie. Aan het eind is besloten dat [betrokkene 1] naar het ziekenhuis zou worden gebracht. Op internet is gekeken wat het adres van het dichtstbijzijnde ziekenhuis was. Dat was het ziekenhuis in Oss. De mannen hebben [betrokkene 1] naar de auto gebracht.
12. Een proces-verbaal van 4 november 2015 opgemaakt door mr. S. Jongeling, rechtercommissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord Holland.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 november 2015 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van
[getuige 4]:
Op 22 februari 2014 was ik met mijn vriendin (
het hof begrijpt: [getuige 3]) naar een feest in Haren. Het feest was rond een uur of 3.00 afgelopen. Wij zijn toen naar een hotel gegaan. Wij zijn achter [getuige 1] en [getuige 3] (
het hof begrijpt: [getuige 1] en [getuige 2]) aangereden. Zij hadden in dat hotel een kamer gehuurd. Toen zei mijn vriendin dat [verdachte] en [betrokkene 1] (
het hof begrijpt: verdachte en het slachtoffer) ook mee zouden gaan. Zij zijn achter ons aangereden. In het hotel zijn wij naar de kamer van [getuige 1] en [getuige 3] gegaan.
Op een gegeven moment ging het minder met [betrokkene 1] , zij kwam uit de badkamer en zei dat zij heel erg ziek was. Wij hebben tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij moest proberen om over te geven, maar zij heeft niet overgegeven. Van het ene op het andere moment zakte [betrokkene 1] weg, zakte zij als het ware in elkaar. Ik zei tegen de anderen dat [betrokkene 1] helemaal ziek was en dat het niet goed met haar ging.
[getuige 1] kwam er meteen bij. Ik kan mij herinneren dat [getuige 1] en ik meteen hebben gezegd dat er een dokter bij moest komen of dat er een ambulance moest komen. Voor mij en [getuige 1] was duidelijk dat de situatie niet normaal was en dat er een dokter bij moest komen. Mijn vriendin [getuige 3] en de [getuige 3] van [getuige 1] vonden ook dat er een ambulance moest komen. Ik kan mij herinneren dat de [getuige 3] van [getuige 1] op een gegeven moment erg pissig was. [verdachte] wilde geen dokter erbij halen. [verdachte] wilde ook niet dat er een ambulance kwam. Hij zei dat het wel weer goed zou komen met [betrokkene 1] .
Wij hebben ons toen aan een stuk door om [betrokkene 1] bekommerd. In mijn ogen was ze in een soort coma. Wij schrokken ons allemaal dood. Daarom wilden wij ook een dokter of een ambulance. [betrokkene 1] reageerde op dit moment niet meer.
Het was een hele vreemde situatie. Wij vonden met zijn vieren dat er een ambulance moest worden gebeld. [verdachte] vond dat niet nodig. Wij stonden er echter op dat er een ambulance zou komen. U vraagt mij hoe het verder ging. [verdachte] was heel halsstarrig. Ik heb toen op een gegeven moment gezegd dat er maar één andere mogelijkheid was, en dat is dat [betrokkene 1] direct naar het ziekenhuis zou gaan. Wij lieten [verdachte] toen geen keus. Het was of een ambulance of naar het ziekenhuis. Op een laptop is het adres van een ziekenhuis opgezocht en ik heb toen zelf het adres van het ziekenhuis in Oss in het navigatiesysteem van de auto ingevoerd. De mannen hebben [betrokkene 1] naar de auto gebracht. Wij gingen er van uit dat [verdachte] naar het ziekenhuis in Oss zou rijden. Op zondag heb ik met [verdachte] gebeld. Hij zei toen dat hij in het ziekenhuis was. Ik ging er van uit dat dat het ziekenhuis in Oss was. Pas later begreep ik dat het het ziekenhuis in Haarlem was.
14. Een schriftelijk bescheid, zijnde fotobijlages behorende bij BVH2014121422, onderzoek […] (dossierpagina’s 156 en 162).Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, meerdere afbeeldingen met tijdsaanduiding en onderschrift.
[afbeelding]
Foto 7: Slachtoffer wordt naar buiten gedragen. Camerabeelden zijn zeer slecht op dat moment, derhalve niet te zien wie dragen en hoe slachtoffer erbij ligt.
Tijdsaanduiding: Sun, Feb. 23, 2014/ 05:15
[afbeelding]
Foto 8: Slachtoffer wordt in de auto van [verdachte] gelegd.
Tijdsaanduiding: Sun, Feb. 23, 2014/ 05:16
[afbeelding]
Foto 19: [verdachte] rijdt met slachtoffer weg
Tijdsaanduiding: Sun, Feb. 23, 2014/ 05:30.”