ECLI:NL:HR:2012:BU2878
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van verwijtbare schuld bij dodelijk klimongeval
Op 13 mei 2008 vond een tragisch ongeval plaats in een klimhal te Amsterdam waarbij het slachtoffer van ongeveer twaalf meter hoogte viel en overleed aan ernstige verwondingen. Verdachte was de zekeraar van het slachtoffer en werd ervan beschuldigd roekeloos en nalatig te hebben gehandeld door het touw los te maken voordat hij zeker wist dat het slachtoffer veilig beneden was.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het onvoldoende bewijs vond voor grove of aanmerkelijke schuld. Het hof stelde vast dat verdachte ervaren was, de klimapparatuur technisch in orde was en dat verdachte zich bewust was van zijn verantwoordelijkheid. Het hof oordeelde dat het losmaken van de zekering waarschijnlijk onbewust en geautomatiseerd gebeurde in een situatie waarin verdachte dacht dat zijn vriendin al veilig beneden was.
De Hoge Raad bevestigde deze vrijspraak en verwierp het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste uitleg aan art. 307 Sr Pro had gegeven en dat het oordeel over het ontbreken van verwijtbaarheid begrijpelijk was gemotiveerd. Er was geen sprake van grondslagverlating omdat het hof niet vrijsprak van iets anders dan ten laste gelegd.
Het arrest onderstreept het belang van zorgvuldigheid bij het zekeren in de klimsport, maar erkent ook dat geautomatiseerde handelingen onbedoelde fouten kunnen veroorzaken zonder strafrechtelijke schuld. Het hof adviseerde tevens om veiligheidsmaatregelen aan te passen om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontbreken van voldoende verwijtbare schuld bij het zekeren van een klimmer die viel en overleed.