Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof niet met de vereiste mate van nauwkeurigheid de bewijsmiddelen heeft aangeduid waaraan het de schatting van het voordeel heeft ontleend.
door middel van of uit de baten van de feiten waarvoor hij” bij arrest in de hoofdzaak [1] “
is veroordeeld”, te weten € 370.676, is volgens het hof opgebouwd uit vier posten, namelijk (1) de groothandel, (2) de straathandel, (3) de transactie van 10 kilogram heroïne in de zomer van 2005, en (4) de transactie van 50 kilogram heroïne rond 1 april 2005.
verkocht die hoeveelheid onversneden heroïne voor € 12.000 per kilogram en kocht die hoeveelheid
invoor € 7.500 per kilogram. Daarmee genereerde de betrokkene voordeel ter hoogte van € 127.575.
onversneden) heroïne rond 1 april 2005 vond plaats tegen een lagere verkoopprijs, namelijk van € 11.500 per kilogram onversneden heroïne, en tegen de vaste inkoopprijs van € 7.500 per kilogram onversneden heroïne, hetgeen volgens het hof een voordeel van € 200.000 bewerkstelligde.
Het hof ontleent de schatting van dat op na te melden geldbedrag gewaardeerde voordeel aan de inhoud van de bewijsmiddelen (zoals deze zijn opgenomen in de aanvulling op het verkort arrest in de strafzaak van 24 maart 2009 en als bijlage zijn gehecht aan dit arrest).
ter verduidelijking” het volgende overwogen:
voldoende gemotiveerd” werd aangevochten.
volstaan met de vermelding van (het onderdeel van) het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting (in zoverre) is ontleend en het weergeven van die gevolgtrekking uit het rapport”?
onversneden) heroïne is rond 1 april 2005 ingekocht bij de betrokkene, en dit bij wijze van uitzondering tegen een lagere verkoopprijs, namelijk van € 11.500 per kilogram onversneden heroïne.
onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden. Tegen dit oordeel wordt in cassatie op zichzelf niet opgekomen.
Ontnemingsrapportage 2008, p. 71-85, bronnenbijlage p. 781-786.”
tweede middelbevat een klacht over de ontoereikende motivering van het oordeel dat de betrokkene de genoemde partij van 50 kilogram onversneden heroïne heeft verkocht tegen een bedrag van € 11.500 per kilogram en die hoeveelheid heeft aangeschaft voor een bedrag van € 7.500 per kilogram.
aangenomen dat er werkelijk geleverd is, richtte het verweer zich alleen op de inkoopprijs daarvan. De verdediging stelde zich op het standpunt dat de betrokkene verliesgevend had ingekocht (voor € 12.500), terwijl de advocaat-generaal in navolging van de rechtbank aannam dat de betrokkene wel degelijk winst had gemaakt op deze transactie, doch alleen minder dan gebruikelijk. Wat heeft de raadsman op dit punt opgemerkt?
men kon de drugs aan de straatstenen niet kwijt”, aldus de raadsman) de heroïne juist
nietheeft ingekocht voor meer dan anderhalf keer het gangbare tarief. Mogelijk heeft het hof daarbij tevens in ogenschouw genomen dat heroïne – mits goed geconserveerd – bepaald geen bederfelijke waar betreft en voor lange tijd houdbaar is. Geen reden dus om het verlies vanwege een (vermeende) dalende markt ‘te nemen’. Aldus bezien is de interpretatie van de frase
"12,5 in plaats van 11,5", te weten: een lagere verkoopprijs, de meest voor de hand liggende uitleg en dus niet onbegrijpelijk.
Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat met "12,5 in plaats van 11,5
" wordt gedoeld op de door de koper te betalen prijs en niet op de inkopers betaalde prijs.” Tot een nadere motivering, waarin bijvoorbeeld de tapgesprekken omstandig moeten worden langsgelopen, was het hof m.i. niet gehouden.