ECLI:NL:HR:2013:BU2056
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de ontnemingsvordering tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat werd toegewezen. De betrokkene werd verweten in de periode 2002-2004 wederrechtelijk voordeel te hebben behaald, mede gerelateerd aan drugshandel in Nederland en het buitenland.
Het hof had het voordeel geschat op circa € 856.405,- plus vervolgprofijt van € 38.058,18, gebaseerd op een kasopstelling en financieel onderzoek. De betrokkene voerde onder meer aan dat het OM niet ontvankelijk was en dat de schatting onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het OM niet-ontvankelijk verklaarde verweer verwierp, maar dat dit verweer feitelijk geen grondslag had. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet voldoende is gemotiveerd, omdat het hof niet duidelijk heeft gemaakt welke gevolgtrekkingen uit de bewijsmiddelen aan de schatting ten grondslag liggen en of deze door de betrokkene voldoende zijn betwist.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en afdoening, waarbij het hof de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel adequaat moet geven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.