ECLI:NL:PHR:2019:596

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2019
Publicatiedatum
4 juni 2019
Zaaknummer
18/05082
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof Arnhem-Leeuwarden en terugwijzing zaak economische kamer

De zaak betreft een cassatieprocedure tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, zittingsplaats Leeuwarden, waarin de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juni 2014.

De advocaat-generaal stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beslissing van de rechtbank geen einduitspraak is in de zin van artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waartegen hoger beroep openstaat. Dit oordeel is volgens de AG onjuist en onvoldoende gemotiveerd, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad van 5 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1).

Het middel van cassatie wordt gegrond verklaard, waarna de AG geen andere gronden voor vernietiging heeft gevonden. De conclusie luidt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, voor een nieuwe behandeling en beslissing.

Deze procedure betreft een zuiver rechtsvraagstuk over de ontvankelijkheid in hoger beroep en de kwalificatie van een beslissing als einduitspraak, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak zelf.

Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/05082
Zitting18 juni 2019

CONCLUSIE

G. Knigge
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
De economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 16 april 2015 de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de door de rechtbank Noord-Nederland mondeling gegeven beslissing van 12 juni 2014.
Er bestaat samenhang met de zaak 18/05081. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
De advocaat-generaal bij het hof heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Den Haag, heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3.1
Het
middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de door de rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 Sv Pro waartegen hoger beroep open staat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
De relevante overwegingen van de rechtbank en het hof zijn gelijkluidend aan die in de samenhangende zaak 15/02248E, waarin de Hoge Raad op 5 januari 2016 uitspraak deed (ECLI:NL:HR:2016:1). Ik concludeer dan ook dat het middel op de in dit arrest vermelde gronden terecht is voorgesteld.
4. Het middel slaagt.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG