ECLI:NL:PHR:2019:604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep in deelgeschilprocedure letselschade na verkeersongeval
In deze zaak draait het om de ontvankelijkheid van eiser in zijn cassatieberoep tegen een arrest van het hof dat een deelgeschilbeschikking betrof in een letselschadeprocedure na een verkeersongeval op 7 april 2013. Eiser had een deelgeschilprocedure ingesteld tegen Nationale-Nederlanden en de bestuurder van een bestelwagen, waarbij de rechtbank Limburg aansprakelijkheid vaststelde en kosten toewijst.
Nationale-Nederlanden en de bestuurder stelden hoger beroep in tegen de deelgeschilbeschikking, waarbij zij onder meer stelden dat eiser eigen schuld had. Het hof vernietigde de kostenveroordeling en stelde de kosten opnieuw vast met inachtneming van een aanzienlijke mate van eigen schuld van eiser, maar wees het verzoek tot vaststelling van een percentage eigen schuld af omdat dit geen geschilpunt was in de deelgeschilprocedure.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof een tussenuitspraak is en dat eiser zonder verlof van het hof niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep tegen deze tussenuitspraak. Dit volgt uit de bijzondere regeling van de deelgeschilprocedure en de toepasselijke procesregels. Daarmee wordt het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep wegens ontbreken van verlof voor tussentijds cassatieberoep.