AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontvankelijkheid cassatieberoep in deelgeschilprocedure letselschade na verkeersongeval
In deze zaak draait het om de ontvankelijkheid van eiser in zijn cassatieberoep tegen een arrest van het hof dat een deelgeschilbeschikking betrof in een letselschadeprocedure na een verkeersongeval op 7 april 2013. Eiser had een deelgeschilprocedure ingesteld tegen Nationale-Nederlanden en de bestuurder van een bestelwagen, waarbij de rechtbank Limburg aansprakelijkheid vaststelde en kosten toewijst.
Nationale-Nederlanden en de bestuurder stelden hoger beroep in tegen de deelgeschilbeschikking, waarbij zij onder meer stelden dat eiser eigen schuld had. Het hof vernietigde de kostenveroordeling en stelde de kosten opnieuw vast met inachtneming van een aanzienlijke mate van eigen schuld van eiser, maar wees het verzoek tot vaststelling van een percentage eigen schuld af omdat dit geen geschilpunt was in de deelgeschilprocedure.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof een tussenuitspraak is en dat eiser zonder verlof van het hof niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep tegen deze tussenuitspraak. Dit volgt uit de bijzondere regeling van de deelgeschilprocedure en de toepasselijke procesregels. Daarmee wordt het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep wegens ontbreken van verlof voor tussentijds cassatieberoep.
Voetnoten
1.Zie rov. 6.2.1-6.2.4 van het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 juli 2018 (hierna: bestreden arrest).
2.Voor zover thans van belang. Zie voor het procesverloop in hoger beroep het tussenarrest van 5 december 2017, rov. 2 en het bestreden arrest, rov. 5.
3.Zie de inleidende dagvaarding (processtuknummer 1 in het B-dossier). Zie ook rov. 6.1 van het bestreden arrest.
4.Vonnis rechtbank Limburg van 14 september 2016 (processtuknummer 3 in het B-dossier).
5.Het appelexploot is op 3 oktober 2016 uitgebracht, zie rov. 6.1 van het bestreden arrest.
6.Rov. 6.6 van het bestreden arrest.
7.Zie rov. 6.1 van het bestreden arrest.
8.De procesinleiding in cassatie is op 26 september 2018 ingediend in het portaal van de Hoge Raad.
9.Zie de bijlage bij het verweerschrift in cassatie zijdens Nationale-Nederlanden en [verweerder 2] van 4 januari 2019.
10.Kamerstukken II 2007-2008, 31 518, nr. 3, p. 15.
11.Kamerstukken II 2007-2008, 31 518, nr. 13. Zie daarover HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1689, NJ 2018/208, m.nt. W.D.H. Asser, rov. 4.9.2. 12.Zie de samenvatting van de parlementaire geschiedenis op dit punt in rov. 5.3.3 van HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:943, NJ 2015/215, m.nt. H.B. Krans. Zie ook mijn conclusie (ECLI:NL:PHR:2013:2369) onder 3.6 vóór dat arrest, ECLI:NL:HR:2014:943. Zie voorts Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, 2018, nr. 223; Van Mierlo, in T&C Burgerlijke Rechtsvordering, art. 1019cc, aant. 4 en de noot van Krans bij HR 18 april 2014, NJ 2015/215, onder 4-6 en 18-19. 13.Zie daarover o.m. Hugenholtz/Heemskerk, a.w., nr. 223 met verdere verwijzing.
14.HR 19 juni 2015, vindplaats hiervoor, rov. 4.5.4-4.6.
16.Bekrachtiging of vernietiging van een tussenvonnis is een tussenarrest, behoudens evocatie, zie Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2018/34 met verwijzingen naar rechtspraak.
17.Zie daarover o.m. Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2018/144-148; Snijders/Wendels, Civiel appel, Serie Burgerlijk Proces & Praktijk, Deventer: Kluwer, 2009, nr. 266; Hammerstein in T&C, art. 355, aant. 1-4 en art. 356.
18.Zie zijn noot in NJ 2018/208, onder 2. Zie in dit verband, over de status van de deelbeschikking in de bodemprocedure, F.R. Salomons, Hoger beroep en gebondenheid aan deelgeschiluitspraak, VR 2010, p. 172 e.v., die onder verwijzing naar art. 1019cc lid 1 BW de beslissing op een deelgeschil omschrijft als een deel van de benodigde beslissingen in de bodemzaak. Zie in deze zin ook A.J. Akkermans en G. de Groot, De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen, TVP 2010/2, p. 35.
19.Prod. 5 bij inl. dagvaarding (processtuknummer 1 in het B-dossier).
20.Prod. 44 bij inl. dagvaarding, onder 4 (processtuknummer 1 in het B-dossier).
21.Inl. dagvaarding, onder 5 (processtuknummer 1 in het B-dossier).
22.Memorie van grieven van 20 december 2016, onder 8 (processtuknummer 5 in het B-dossier). Zie ook de pleitnota van Nationale-Nederlanden en [verweerder 2] van 9 mei 2018, onder 3 (processtuknummer 9 in het B-dossier).