Conclusie
1.Feiten en procesverloop
lening 1(een schriftelijke overeenkomst van geldlening van € 2 miljoen d.d. 27 oktober 2010 tussen [A] en Eivissa enerzijds en [verweerder 1] , STAK, Square Lake, Holiday Cars International en Holiday Cars anderzijds (hierna: lening 1) [7] ) als hoofdelijk medeschuldenaar of borg verbonden en deze lening is rechtsgeldig. Gotcha is geen partij bij lening 1. [A] en Eivissa kunnen in beginsel hun vordering op [verweerder 1] verhalen (rov. 4.2.1-4.2.9).
lening 2(een – niet overgelegde – aanvullende lening van € 230.000 verstrekt door [A] en Gotcha (hierna: lening 2) [8] ) is de buitengerechtelijke vernietiging van een mogelijke hoofdelijke aansprakelijkheid van [verweerder 1] wegens de ontbrekende toestemming van [verweerster 2] terecht ingeroepen. Daarom kan in het midden blijven of [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk heeft verbonden voor deze lening (rov. 4.3.1).
lening 3(een schriftelijke overeenkomst van geldlening van € 1,6 miljoen d.d. 21 september 2011 tussen [A] en Eivissa enerzijds en [verweerder 1] , STAK, Square Lake, Holiday Cars International en Holiday Cars anderzijds (hierna: lening 3) [9] ) als hoofdelijk medeschuldenaar of borg verbonden en deze lening is rechtsgeldig. Gotcha is geen partij bij lening 3. [A] en Eivissa kunnen in beginsel hun vordering op [verweerder 1] verhalen (rov. 4.4.1-4.4.4).
lening 4(een schriftelijke overeenkomst d.d. 27 september 2012 tussen [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 1] enerzijds en [verweerder 1] dan wel Holiday Cars anderzijds, waarin vermeld staat dat [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 1] bereid zijn een aanvullende lening ter hoogte van € 2,6 miljoen te verstrekken (hierna: lening 4) [10] ) voortvloeit, is deze hoofdelijkheid door [verweerster 2] terecht met een beroep op artikel 1:89 BW Pro vernietigd (rov. 4.5.1-4.6).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
drie argumentenaan voor zijn oordeel dat uit het feit dat [verweerder 1] (onder meer) “
voor zich in privé” heeft getekend en de verwijzing onder de handtekening van [verweerster 2] naar “
hoofdelijke verbondenheid” van [verweerder 1] , zonder nadere toelichting niet kan worden afgeleid dat [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling van aanvullende lening I en II aan Gotcha, dan wel dat zij daarop heeft mogen vertrouwen, te weten:
gelet op het een en ander, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, uit het feit dat [verweerder 1] (onder meer) “
voor zich in privé” heeft getekend en de verwijzing onder de handtekening van [verweerster 2] naar “
hoofdelijke verbondenheid” van [verweerder 1] , niet kan worden afgeleid dat [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling van de aanvullende leningen I en II aan Gotcha, dan wel dat Gotcha daarop heeft mogen vertrouwen. Het hof betrekt bij dit “
een en ander” onder meer dat Gotcha (bovendien) geen partij is bij lening 1 en 3. Hieruit valt niet af te leiden dat het hof de (onjuiste) rechtsopvatting is toegedaan dat het (in dit geval) onmogelijk is om voorwaarden en bepalingen, althans een hoofdelijk medeschuldenaarschap, uit een overeenkomst tussen de contractuele wederpartij en een derde onderdeel te maken van de eigen overeenkomst met die wederpartij. In dit geval (gezien de overige aangevoerde omstandigheden) kan deze omstandigheid volgens het hof echter niet tot de slotsom leiden dat [verweerder 1] zich hoofdelijk heeft verbonden voor de terugbetaling van de aanvullende leningen I en II aan Gotcha.
klacht Ib). Ik begrijp de klacht aldus [17] dat onbegrijpelijk zou zijn waarom het hof in dit geval, met de vermelding in de considerans van aanvullende lening I en II dat partijen ‘
onder vrijwel dezelfde voorwaarden en verstrekking van zekerheden een aanvullende leenovereenkomst’ wensen aan te gaan, Gotcha heeft kunnen tegenwerpen dat zij geen partij is bij lening 1 en 3, gezien de omstandigheden dat:
term sheet, welk document [verweerder 1] en [verweerster 2] zien als de basis voor de verdere leningen, is gesloten met onder meer Eivissa; [23]
die geldgever en geldnemer zijn overeengekomen” ter zake de geleende geldsom voortvloeiend uit lening 1 en 3 van kracht hebben verklaard en zij daarbij nadrukkelijk verklaren rekening te houden met een aanvullende storting door Gotcha van de desbetreffende geldbedragen, en dus nadrukkelijk teruggrijpen op lening 1 en 3 die zij zelf aanmerken als tussen hen gesloten. [26]
gelet op het een en ander,
zonder nadere toelichting die ontbreekt, uit de door Gotcha aangevoerde feiten en omstandigheden niet kan worden afgeleid dat [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk heeft verbonden. Dat het hof daarbij heeft meegewogen dat Gotcha geen partij was bij de leningen waarnaar in de aanvullende leningen I en II wordt verwezen, is (ook gezien het door [verweerders] aangevoerde in feitelijke instanties [27] ) niet onbegrijpelijk. Ik lees ’s hofs oordeel aldus dat de kern van de argumentatie van het hof is gelegen in het feit dat in de artikelen van aanvullende lening I en II niet is bepaald dat [verweerder 1] zich hoofdelijk verbindt tot terugbetaling van de geldlening. Daarnaast betrekt het hof bij zijn oordeel dat de ter beschikking gestelde bedragen niet aan [verweerder 1] ten goede zijn gekomen en dat dat Gotcha geen partij is bij de leningen 1 en 3. De door Gotcha in de klacht genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat (de entiteit) Gotcha wél partij is bij de leningen 1 en 3, maar leiden hoogstens tot de conclusie dat Gotcha en Eivissa (die wel partij was bij lening 1 en 3) aan elkaar zijn gelieerd. Dit maakt echter nog niet onbegrijpelijk dat het hof de omstandigheid meeweegt dat Gotcha zelf geen partij was bij lening 1 en 3.
in dit gevalniet tot het oordeel leiden dat [verweerder 1] zich jegens Gotcha hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling van de aanvullende leningen I en II.
voor zich in privé” en (mede) als “
geldnemer”; [31]
ex art. 1:88 BW Pro i.v.m. hoofdelijke verbondenheid [verweerder 1]”, waarmee nog eens duidelijk is gemaakt dat [verweerder 1] zelf voor de verplichtingen uit de aanvullende leningen kan worden aangesproken; [32]
niet [is] bepaald dat [verweerder 1] zich hoofdelijk verbindt tot terugbetaling van de geldlening”. Voor zover het hof hiermee heeft geoordeeld dat (reeds) om deze reden [verweerder 1] onder aanvullende lening I en II niet kan worden aangemerkt als hoofdelijk schuldenaar dan wel borg, getuigt ’s hofs oordeel volgens Gotcha van een onjuiste rechtsopvatting, nu niet enkel wanneer dit met zoveel woorden in het contract is vastgelegd een partij als hoofdelijk medeschuldenaar kan worden aangemerkt.
Haviltex-maatstaf om na te gaan of partijen waren overeengekomen dat [verweerder 1] hoofdelijk medeschuldenaar zou zijn onder aanvullende lening I en II. Het hof had daarbij moet meenemen – zo begrijp ik de klacht – dat uit de considerans van aanvullende lening I en II een hoofdelijk medeschuldenaarschap van [verweerder 1] volgt, [verweerder 1] (onder meer) “
voor zich in privé” heeft getekend en [verweerster 2] haar handtekening heeft gezet onder een verwijzing naar de “
hoofdelijke verbondenheid” van [verweerder 1] .
voor zich in privé” heeft getekend (twee na laatste zin van rov. 3.6) en (iii) onder de handtekening van [verweerster 2] een verwijzing staat naar “
hoofdelijke verbondenheid” van [verweerder 1] (twee na laatste zin van rov. 3.6). Gelet op het een en ander kan, zonder nadere toelichting die ontbreekt, volgens het hof niet worden geoordeeld dat [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk verbonden heeft tot terugbetaling van aanvullende lening I en II aan Gotcha, dan wel dat Gotcha daarop heeft mogen
vertrouwen. In dit oordeel ligt besloten dat het hof de inhoud van aanvullende lening I en II heeft vastgesteld door uitleg aan de hand van de (bij partijbedoelingen en redelijke verwachtingen aanknopende)
Haviltex-maatstaf. [37]
voor zich in privé” en (mede) als “
geldnemer”; [38]
ex art. 1:88 BW Pro i.v.m. hoofdelijke verbondenheid [verweerder 1]”, waarmee nog eens duidelijk is gemaakt dat [verweerder 1] zelf voor de verplichtingen uit de aanvullende lening I en II kan worden aangesproken; [39]
gelet op het een en ander, zonder nadere toelichting die ontbreekt, uit de door Gotcha aangevoerde omstandigheden (die ook in deze klacht naar voren worden gebracht) niet kan worden afgeleid dat [verweerder 1] zich daadwerkelijk hoofdelijk verbonden heeft tot terugbetaling van aanvullende lening I en II, is in dit licht niet onbegrijpelijk.