Conclusie
Mr. P. Vlas
short haul). In november 2011 heeft Martinair haar passagediensten volledig beëindigd. De vrachtafdeling is voortgezet. Op dit moment heeft Martinair 4 vliegtuigen tot haar beschikking. Dat zijn alle zogeheten
Full Freighter-toestellen (verder ook: FF-toestellen), die uitsluitend bestemd zijn voor vracht. KLM heeft geen FF-toestellen meer in haar operationele vloot.
Operating Carrier, die ACMI-contracten (
Aircraft, Crew, Maintenance, Insurance) sluit. Dat impliceert dat Martinair geen ‘eigen’ vracht meer vervoert, maar door andere luchtvaartmaatschappijen – waaronder KLM/AFKL Cargo – als vervoerder wordt ingeschakeld. Martinair heeft nog slechts vrachtvliegers in dienst.
primaireen verklaring voor recht gevorderd dat [eisers] door overgang van onderneming (art. 7:663 BW Pro) van rechtswege in dienst zijn getreden bij KLM en dat per datum van overgang van onderneming alle uit de arbeidsovereenkomst tussen [eisers] en Martinair voortvloeiende rechten en plichten zijn overgegaan op KLM, en dat KLM wordt veroordeeld [eisers] te werk te stellen, dit op straffe van een dwangsom.
Subsidiairhebben zij gevorderd KLM te veroordelen om [eisers] een aanbod te doen om in dienst te treden bij KLM, dit op grond van art. 2.2 jo. 2.3 Ringvaartakkoord, en voor recht te verklaren dat KLM onrechtmatig althans in strijd met het goed werkgeverschap van art. 7:611 BW Pro heeft gehandeld door [eisers] niet op of na 1 januari 2014 een arbeidsovereenkomst aan te bieden. De vordering tegen VNV houdt in dat zij de uit toewijzing van de vorderingen tegen KLM voortvloeiende gevolgen zal gehengen en gedogen, dit op straffe van een dwangsom.
business unitvan KLM. Als
Operating Carrierdraagt Martinair uitsluitend zorg voor de uitvoering van de
Full Freight-vluchten van KLM, in opdracht van KLM en waarvoor KLM de
feeontvangt. De inkomsten van Martinair komen uitsluitend nog uit de
ACMI-Cost-Plus-overeenkomst met KLM, die op elk moment kan worden opgezegd. Alle activiteiten en diensten van Martinair zijn naar KLM overgegaan. Martinair bestaat alleen nog als eigen entiteit voor de vergunningen en de landingsrechten. Feitelijk wordt Martinair gedreven als een afdeling van KLM, zonder eigen resources, zonder de vrijheid om activiteiten te verrichten die tegen de belangen van KLM ingaan, zonder eigen afdelingen als een IT-afdeling, IT-infrastructuur, HR- en Legalafdeling, en zonder eigen financieel beheer. De (enige) resterende werknemers van Martinair zijn de vrachtvliegers, die voor hun vliegschema's moeten inloggen op het KLM-webportal. De rest van het personeel is overgegaan naar KLM. De zelfstandigheid van Martinair is volledig weggevallen. Deze feitelijke situatie is juridisch te duiden als een overgang van onderneming. Nu per 1 januari 2014 het integratieprogramma volledig was afgerond, ligt het voor de hand vanaf dat moment [eisers] in dienst van KLM te achten, aldus [eisers]
full freighters– noch materiële activa zijn overgegaan, maar alleen een klein deel van het personeel dat niet rechtstreeks voor de operating carrier werkte. [5]
slots(rov. 3.8), (iv) de bestemmingen waarop wordt gevlogen (rov. 3.9), (v) de klanten (rov. 3.10), (vi) de
airwaybill(rov. 3.11), (vii) de overgang van ondersteunende diensten (rov. 3.12) en (viii) overige stellingen van KLM over de zelfstandigheid van Martinair als bedrijf (rov. 3.13). Alle omstandigheden afwegend is het hof tot de slotsom gekomen dat geen sprake is van een overgang van onderneming van MAC naar KLM (rov. 3.14). Vervolgens heeft het hof de stellingen van [eisers] over het Ringvaartakkoord beoordeeld (rov. 3.15). VNV mocht het Ringvaartakkoord opzeggen: de daarin opgenomen opzegbepaling is niet nietig of vernietigbaar wegens strijd met de openbare orde (rov. 3.16). Het Ringvaartakkoord heeft evenmin nawerking behouden nadat het was opgezegd (rov. 3.17). Het hof heeft ook het beroep op goed werkgeverschap en onrechtmatige daad verworpen (rov. 3.18).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Spijkers-arrest weliswaar geciteerd, maar daarbij de cruciale slotzin achterwege gelaten, namelijk dat de factoren moeten worden beoordeeld in het kader van een volledig onderzoek van de feitelijke omstandigheden en daarom niet afzonderlijk mogen worden beoordeeld. Het hof heeft de verschillende factoren dan ook niet in samenhang, maar geïsoleerd beschouwd, aldus de klacht. Het onderdeel klaagt verder dat het hof uitsluitend per bedrijfselement en bedrijfsonderdeel is nagegaan of dit al dan niet naar KLM is overgegaan, zonder oog te hebben voor de consequenties van die overgang voor de bedrijfsvoering van MAC, namelijk dat KLM volledige zeggenschap heeft gekregen over de activiteiten van MAC en in de economische realiteit de exploitatie daarvan ter hand heeft genomen.
Amatori-arrest van het HvJEU. Het onderdeel betoogt dat deze overweging van een onjuiste rechtsopvatting getuigt voor zover het hof daarmee heeft bedoeld dat de concernverhouding tussen Martinair en KLM niet van belang zou zijn. Ook klaagt het onderdeel dat het oordeel van het hof ontoereikend is gemotiveerd, omdat het hof geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat Martinair een dochtermaatschappij van KLM is.
Amatori-arrest heeft het HvJEU overwogen dat Richtlijn 2001/23 niet alleen geldt in gevallen waarin de vervreemder onafhankelijk is van de verkrijger, maar ook wanneer een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden binnen concernverband. [19] Dat een overgang heeft plaatsgevonden binnen concernverband staat dus niet aan toepasselijkheid van Richtlijn 2001/23 in de weg. In de weergave van het
Amatori-arrest in rov. 3.3 van de bestreden beslissing is niet te lezen dat het hof aan het
Amatori-arrest een meeromvattende of onjuiste betekenis heeft toegekend, in die zin dat aan het bestaan van concernverhoudingen in het geheel geen betekenis zou toekomen. De rechtsklacht stuit hierop af. De motiveringsklacht faalt eveneens, omdat het hof in verschillende rechtsoverwegingen (waaronder rov. 3.6.2, 3.6.3, 3.10, 3.11 en 3.13) rekening heeft gehouden met de verhouding tussen KLM en MAC.
feitelijknaar KLM is overgegaan, en niet of dat had moeten gebeuren.
bellies and combis first-beleid van KLM, en dat KLM de personeelsreductie door een kasrondje heeft bekostigd.
slots.
slotsvan Martinair door de passagedivisie van KLM werden gebruikt.
belliesen
combiszou kunnen worden vervoerd. Een dergelijk oordeel zou onbegrijpelijk zijn in het licht van meerdere stellingen van [eisers]
geheelsamenvalt met het vrachtvervoer dat MAC uitvoert. KLM vervoert (vrijwel) alleen kleinere ladingen die passen in het ruim van een passagiersvliegtuig, terwijl MAC
ookgrote voorwerpen vervoert die daarin niet passen, zoals Formule 1-auto’s. Het hof heeft dus niet geoordeeld dat MAC hoofdzakelijk of voornamelijk grotere vracht vervoert, maar geoordeeld dat MAC zich daar, anders dan KLM, mede op richt. Ik merk hierbij nog op dat de stellingen die het subonderdeel noemt inhouden dat blijkens gegevens van KLM vrachtvervoer van MAC naar KLM is verschoven en dat dit komt door de
bellies and combis first-strategie van KLM. Het oordeel van het hof ziet echter specifiek op de vraag of
bestemmingenvan MAC naar KLM zijn overgegaan. Het subonderdeel faalt dus bij gebrek aan feitelijke grondslag.
joint venturevan KLM en Kenya Airways werd ingeschakeld, betekent niet dat MAC niet zelfstandig was. Volgens het hof kan MAC worden beschouwd als belangrijke onderaannemer van KLM. Stelling (iii) is in dit verband niet relevant. Het oordeel van het hof ziet erop of MAC als zelfstandige entiteit in de markt aanwezig is gebleven en klanten zelfstandig met haar kunnen contracteren. Of zij commerciële afdelingen heeft, is daarbij als zodanig niet van belang. Over stelling (iv) heeft het hof in rov. 3.11 apart geoordeeld. Stelling (v) laat zich daaruit verklaren dat MAC als onderaannemer van KLM is gaan opereren. Stellingen (vi), (vii) en (viii) duiden er, volgens het subonderdeel, op dat KLM in grote mate invloed heeft op MAC en dat MAC commercieel van haar afhankelijk is. Dat betekent echter niet dat de onderneming van MAC dus op KLM is overgegaan en laat onverlet dat MAC als zelfstandige entiteit in de markt aanwezig is gebleven. Stelling (viii) is geen stelling, maar een conclusie die aan de voorgaande stellingen wordt verbonden. Uit het voorgaande volgt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de klacht dus faalt.
airway bill(AWB) van MAC door die van KLM. Het onderdeel valt in drie subonderdelen uiteen.
Air Operator’s Certificate(AOC) beschikt, maar dat zij verschillende van de systemen en personen die hiervoor vereist zijn van KLM betrekt.
heeft, hetgeen een voorwaarde is voor het uitvoeren van haar activiteiten.
Continuing Airworthiness Management Organisationis aangemerkt. Volgens het subonderdeel gaat het om onvergelijkbare grootheden.
Continuing Airworthiness Management Organisationis aangemerkt, leidt het hof af dat dit niet zo is, ook al maakt MAC gebruik van de AWB van KLM. Daarop stuit de klacht af.
zoalsde grondoperatie (…)’.
in hun ogeneen kunstmatig karakter heeft, terwijl het (volgens het subonderdeel) juist MAC en KLM waren die dat betoogden.