ECLI:NL:PHR:2019:661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt strafoplegging bij samenloop misdrijf en overtreding Wegenverkeerswet
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor twee feiten: rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 585 microgram per liter uitgeademde lucht en rijden zonder rijbewijs. Het hof kwalificeerde deze feiten als respectievelijk een misdrijf en een overtreding onder de Wegenverkeerswet 1994.
Het hof legde echter één straf op voor beide feiten samen, namelijk een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. Dit was in strijd met artikel 62 van Pro het Wetboek van Strafrecht, dat voorschrijft dat bij samenloop van overtredingen met misdrijven voor elk feit een afzonderlijke straf moet worden opgelegd.
De Hoge Raad herstelde deze misslag ambtshalve door aan te nemen dat het hof voor het misdrijf een geldboete van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden heeft willen opleggen, en voor de overtreding een geldboete van € 150,-, subsidiair 3 dagen hechtenis. Hierdoor faalt het middel dat klaagt over de samenvoeging van straffen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht geen toepassing gaf aan artikel 63 Sr Pro, omdat dit artikel alleen relevant is bij gevangenisstraf of hechtenis, en de opgelegde geldboete onbeperkt cumulatief is. De klacht over het opleggen van een voorwaardelijke rijontzegging voor de overtreding werd eveneens verworpen. Het cassatieberoep werd afgewezen, met herstel van de strafoplegging door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de strafoplegging door het opleggen van twee afzonderlijke straffen en verwerpt het cassatieberoep.