Conclusie
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, veroordeeld tot veertig maanden gevangenisstraf. Bovendien heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
eerste middelklaagt dat het bewezenverklaarde niet kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, meer in het bijzonder niet het oogmerk op verhullingshandelingen als bedoeld in artikel 420bis Sr.
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring van feit 1, meer in het bijzonder over de pleegperiode. Uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat de verdachte de medeverdachte [medeverdachte 5] pas op 16 juni 2010 zou hebben benaderd, waarna de organisatie gestalte kreeg. Volgens de steller van het middel heeft de te lange bewezenverklaarde periode doorgewerkt in de strafoplegging.
derde middelklaagt over de bewezenverklaring van feit 2, meer in het bijzonder dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte weet had van het criminele oogmerk van de organisatie. Het
vierde middelklaagt dat het hof niet heeft gereageerd op het subsidiair gevoerde verweer dat sprake is van afwezigheid van alle schuld van de verdachte bij feit 2.
in het geheel” niet is ingegaan op het verweer, heeft het hof het verweer besproken en verworpen, en wel op p. 39 van het bestreden arrest, zoals hierboven weergeven.
vijfde middelklaagt over de overschrijding van de inzendtermijn.