Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het hof ten onrechte het voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer heeft aangenomen, en mitsdien ten onrechte de poging tot doodslag heeft bewezen verklaard, althans dat het hof zijn beslissing heeft gebaseerd op gronden die deze beslissing niet zonder nadere motivering – die ontbreekt – kunnen dragen.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
daarmeenaar hun aard geschikt waren om dodelijk letsel teweeg te brengen’. Volgens de steller van het middel is voor de vraag of de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] in het leven heeft geroepen niet relevant ‘(w)at eventuele getuigen van eventuele handelingen zouden kunnen vinden’. En het zou ook niet relevant zijn ‘voor de vraag of de kans op de dood naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten’. De overweging van het hof is volgens de steller van het middel niet redengevend en niet (voldoende) gemotiveerd.