Conclusie
Bouwbedrijf [1] respectievelijk
Beheer, en gezamenlijk in enkelvoud:
[eiseressen]) verweerster in cassatie (hierna:
SNS) verzocht een bankgarantie te verstrekken. De gevraagde bankgarantie is niet tijdig aan [eiseressen] ter beschikking gesteld, waardoor zij is uitgesloten van inschrijving voor de aanbesteding. [eiseressen] heeft hierop SNS aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. Het hof heeft geoordeeld dat SNS is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, maar de vordering van [eiseressen] niettemin afgewezen op grond van zijn oordeel dat de omstandigheid dat het werk niet aan [eiseressen] is vergund, niet kan worden beschouwd als een gevolg van het tekortschieten van SNS. Volgens het hof zou [eiseressen] bij deelname aan de inschrijving de opdracht toch niet hebben verkregen, omdat de gevraagde bankgarantie niet voldeed aan de in het bestek gestelde voorwaarden. In cassatie klaagt [eiseressen] dat het hof (i) heeft miskend dat het in het hoger beroep door SNS gevoerde causaliteitsverweer een gedekt verweer is, (ii) een onjuiste en onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven aan de inschrijvingseisen voor de aanbesteding en (iii) ten onrechte haar bewijsaanbod heeft gepasseerd.
1.Feiten en procesverloop
[betrokkene 1]) is (indirect) directeur van [eiseressen] . [betrokkene 1] is getrouwd met [betrokkene 2] (hierna:
[betrokkene 2]).
05. Aanbesteding/Inschrijving.
[betrokkene 3]), in verband met de voor de aanbesteding benodigde bereidheidverklaring. [betrokkene 3] heeft vervolgens een collega, [betrokkene 4] (verder:
[betrokkene 4]), ingeschakeld. Onder andere is besproken dat SNS geen bereidheidverklaring kon verstrekken, maar wel een bankgarantie.
(…) aanbesteding is a.s. donderdagmorgen 02-11-2012 om 10.00 uur.”
De definitieve begroting is donderdag 02-11 gereed en zal dan verzonden worden. E.v. kunnen wij woensdag [in de] loop van de dag de concept begroting doen toekomen. Kunnen wij vandaag telefonisch overleg hebben? (…)”
Geachte [betrokkene 4] ,
(...) Wat is de prijs van de aanneemsom anders kan ik niet verder met uw aanvraag. Ik verneem het graag van je. (...)”
Hallo [betrokkene 3] ,
Hoi [betrokkene 2] ,
(…) Ik poog vandaag nog E.50.000 over te maken. Dit moet van een internetspaarrekening komen, dus eerst naar de lopende rekening en dan naar jullie toe.
(…) Ik heb zojuist E.50.000 overgemaakt naar (…).
Ik ben bang dat de klant niet goed geluisterd heeft en daardoor de 50K heeft gestort. Ik denk dat het hem duidelijk moet worden gemaakt (desnoods door een 2e persoon), anders heeft hij een groot probleem, omdat hij vanavond niet mee kan bieden. (...)”
Ik zal hem straks nog een keer bellen en anders door wouter misschien als drie personen hem dat vertellen blijft het hangen (…)”
Als het dan niet lukt, dan weet ik het niet meer… Zou je mij kunnen terugkoppelen wat hieruit is gekomen?”
Heb hem net aan de telefoon”
(...) Graag willen wij van u een bankgarantie ter waarde van €.45.000,00 zijnde 10% van de aanneemsom groot €.450.000,00 excl. BTW.
(...) [betrokkene 1] moet over 15 minuten reeds bij de aanbesteding te [plaats] zijn met bankgarantie!
Geachte heer/mevrouw,
(...) Ik heb [betrokkene 1] zojuist aan de lijn gehad en hem een bevestiging per mail verzonden. De officiële bankgarantie komt zsm naar jullie toe. (...)”
(...) S'morgens vroeg hebben we zoals gebruikelijk bij aanbestedingen de begroting voor de laatste keer uitvoerig besproken en bijgesteld. Om ca. 08.30 uur hebben we de begrotingen definitief gemaakt, geprint om deze in de daarvoor gereed liggende enveloppen te doen, de inschrijfbiljetten heeft [betrokkene 1] handmatig ingevuld. (...) Deze inschrijfbiljetten zijn door [betrokkene 1] eveneens in de gereed liggende enveloppen gedaan. Alle stukken waren nu gereed behoudens de beloofde bankgarantie van de SNS-bank. (...) Uiteindelijk kwam er ruim na 9.30 uur per mail een verklaring dat de SNS-bank garant stond voor de bankgarantie en bezig was deze op te stellen. Deze verklaring was niet conform het bestek, maar nog langer wachten was absoluut onmogelijk en met het idee van beter iets dan niets (de dood of de gladiolen) heeft [betrokkene 1] deze verklaring geprint, in de gereed liggende envelop gedaan en is met hoge snelheid vertrokken naar [plaats]. (...)”
enerzijdsniet beschikte over de gevraagde bereidheidverklaring, maar
anderzijdsook niet over een bankgarantie die voldeed aan de in het bestek gestelde voorwaarden (rov. 4.11).
2.Bespreking van het cassatieberoep
Alle inschrijvers overleggentijdens de aanbestedingeen bereidheidverklaring van de bank waarin verklaart wordt dat de bank bij gunning van het werk een bankgarantie aan de opdrachtgever afgeeft ter waarde van 10% van de totale aanneemsom exclusief BTW.”[ [14] ]
Staat van aanvullingen en wijzigingen op de algemene bepalingen voor de uitvoering van bouwwerken 1989 (U.A.V.))onder 43. bepaald:
Par. 43a wordt aangevuld met: ‘De aannemer stelt, tot zekerheid voor de opdrachtgever ter nakoming van alle krachtens de overeenkomst op hem rustende verplichtingen, ten genoegen van de opdrachtgever een onvoorwaardelijke bankgarantie groot 10% van de inschrijfsom vermeerderd met de b.t.w. waarvan de geldigheidsduur niet eindigt, dan nadat de aannemer aan al zijn verplichtingen krachtens de overeenkomst heeft voldaan...’ De bankgarantie zal na de 2e oplevering worden geretourneerd, mits alle op de opnemingsverklaring aangemerkte werkzaamheden naar behoren zijn uitgevoerd...”[ [15] ]
nog maar de vraag is of de bankgarantie zoals [eiseressen] die had gevraagd wel voldeed aan de Voorwaarden, vanwege een onjuiste geldigheidsduur’ (rov. 4.9, tweede volzin, onder verwijzing naar mva nr. 5.21). Geklaagd wordt dat hof ten onrechte en onbegrijpelijk niet – (zonodig) onder ambtshalve aanvulling van rechtsgronden – dit nieuwe verweer van SNS heeft aangemerkt als een ‘gedekt verweer’ als bedoeld in art. 348 Rv Pro.
subonderdeel 1avoert [eiseressen] aan dat SNS in het geding in eerste aanleg ondubbelzinnig heeft
afgezienvan het door haar in hoger beroep aangevoerde (nieuwe) verweer als bedoeld in rov. 4.9 e.v., nu uit haar gedragingen, verklaringen en proceshouding in eerste aanleg onmiskenbaar volgt c.q. ondubbelzinnig voortvloeit dat zij toen als verweer heeft prijsgegeven dat de door SNS te stellen bankgarantie niet had voldaan aan de aanbestedingsvoorwaarde volgens art. 00.05.09 lid 2 van het bestek ‘wegens een onjuiste geldigheidsduur’. [eiseressen] wijst daartoe op verschillende vindplaatsen in de gedingstukken in eerste aanleg [16] , waaruit volgens haar zou zijn af te leiden dat het uitgangspunt van SNS in eerste aanleg was dat met de te stellen bankgarantie en als feitelijke bereidheidverklaring aan te merken bevestiging dat zij een garantie ging stellen, was
voldaanaan de ‘voorwaarden van gunning’ [17] c.q. ‘aanbestedingsvoorwaarden (meer specifiek: art. 00.05 lid 9 sub 2)’ zoals [eiseressen] had verzocht [18] . Door in rov. 4.9 e.v. het nieuwe verweer van SNS niettemin te beoordelen, heeft het hof dit (ten onrechte) miskend, zo klaagt [eiseressen] . Voor zover het hof van oordeel is geweest dat het verweer van [eiseressen] (zoals weergegeven in mva nr. 5.21 jo. nrs. 3.6-3.7) niet kwalificeert als een ‘gedekt verweer’ ex art. 348 Rv Pro, getuigt dit oordeel volgens [eiseressen] van een onjuiste rechtsopvatting, althans is zijn oordeel zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk gemotiveerd.
gedekt verweer. Een verweer kan slechts als gedekt worden aangemerkt indien uit de door een partij in eerste aanleg ingenomen proceshouding
ondubbelzinnigvoortvloeit dat het desbetreffende verweer is
prijsgegeven. [19] Dit prijsgeven moet met zekerheid kunnen worden afgeleid uit de processuele gedragingen of de houding van de gedaagde in de eerste instantie. Veelal wordt aangenomen dat het verweer alleen dan als gedekt kan worden aangemerkt indien gedaagde bewust, willens en wetens,
afstandheeft gedaan van het recht om dit verweer te voeren. [20] Te denken valt aan een uitdrukkelijke erkenning van een stelling van de wederpartij. [21] De enkele omstandigheid dat een verweer onverenigbaar is met de in eerste aanleg door de gedaagde ingenomen proceshouding, levert geen gedekt verweer op. [22] Ook het enkele niet voeren van een verweer betekent niet dat dit verweer gedekt is; in appel hebben partijen immers de gelegenheid om eigen verzuimen te herstellen. [23] Geobserveerd is dat uw Raad door de jaren heen steeds minder gauw geneigd is gebleken een verweer als gedekt te beschouwen. [24]
ambtshalvemag oordelen dat sprake is van een gedekt verweer.
nietbevoegd is ambtshalve uit te spreken dat een bepaald verweer gedekt is. Dit standpunt wordt door hen niet nader toegelicht. [26] Van Geuns en Jansen voeren als argument aan dat het aan partijen is om de grenzen van de rechtsstrijd te bepalen. Steun voor een ontkennend antwoord op de hier bedoelde vraag vinden zij verder in de omstandigheid dat uw Raad ook voor berusting – een andere vorm van afstand van recht – heeft beslist dat de rechter deze niet ambtshalve mag vaststellen. [27]
positievebeantwoording van genoemde vraag wordt incidenteel gegrond op de omstandigheid dat het vaststellen van een gedekt verweer een kwestie van uitleg van de gedingstukken betreft. [28] Voor het overige wordt veelal zonder motivering betoogd dat – volgens hetgeen heersende opvatting zou zijn – de rechter ambtshalve op de voet van art. 348 Rv Pro mag oordelen dat een nieuwe weer in eerste aanleg is gedekt. [29] Vriesendorp en in diens voetspoor Heemskerk spreken in dit verband zelfs van een verplichting: nu art. 348 Rv Pro als van openbare orde moet worden beschouwd, zal de appelrechter zo nodig ambtshalve moeten uitmaken of een verweer gedekt is; hij vult dan een rechtsgrond aan. [30] Dat een beroep op art. 348 Rv Pro wegens het daartoe vereiste feitelijke onderzoek niet met vrucht voor het eerst in cassatie kan worden gedaan [31] , sluit niet uit dat een klacht in cassatie, dat de appelrechter heeft verzuimd een rechtsgrond aan te vullen en art. 348 Rv Pro ambtshalve toe te passen, wel succes zou kunnen hebben, aldus Heemskerk. [32]
ten gunste van het Bouwbedrijfdient te worden afgegeven voor de
duur van 60 dagen, ingaande op 1 november 2012. Daarmee voldeed het Bouwbedrijf dus niet aan de voorwaarden.”
of de bankgarantie zoals zij die had gevraagd aan de Voorwaarden voldeed (onjuiste geldigheidsduur)en of de Stichting de opdracht aan het Bouwbedrijf gegund zou hebben. Zeker gezien de onder Bijzonder Beheer plaatsing en de financiële gezondheid van het Bouwbedrijf.” (cursivering A-G). [35]
De feiten’):
Geen tekortkoming’), onder 5.3.4-5.3.6 stelde SNS:
tijdens(en niet voor!) de aanbesteding.
geen causaal verband en/of schadezou zijn. In dit verband betwistte SNS allereerst dat [eiseressen] de laagste prijs zou hebben geboden bij de aanbesteding. Vervolgens voerde SNS aan (onder 5.4.5-5.4.8):
niet zonder meer gegund aan de laagste inschrijver. Indien geen der aanbiedingen aannemelijk voorkomt, is de opdrachtgever gerechtigd, zonder enige verplichting tot vergoeding in welke zin dan ook, de gunning niet door te laten gaan. De opdrachtgever is niet verplicht de inschrijver in kennis te stellen van de redenen waarom het werk niet aan hem is opgedragen.”
winstgemaakt zouden hebben bij het krijgen van deze opdracht voor de door hen geoffreerde prijs.”
aan de voorwaarden’ met zijn e-mail van 31 oktober 2012 (14.18 uur) waarin werd vermeld dat de bankgarantie 10% van de aanneemsom groot € 450.000 excl. btw zou (moeten) bedragen en de looptijd 60 dagen zou bedragen ingaande op 1 november 2012. Geklaagd wordt dat in dat geval het kennelijke oordeel van het hof in het licht van de stellingname van SNS in cva onder 3.4 e.v. onbegrijpelijk is.
eigenvoorwaarden voor het afgeven van een bankgarantie als opgesomd in cva onder 3.5. [36] Uit het oordeel van het hof zoals neergelegd in rov. 4.9 e.v. valt niet af te leiden dat het hof van een andere lezing van de stelling van SNS is uitgegaan.
diende te blijven gelden gedurende de gehele bouwperiode, tot de tweede oplevering, en de door [eiseressen] gevraagde bankgarantie met een geldigheidsduur van 60 dagen niet aan deze voorwaarde zou hebben voldaan, waaraan niet afdoet dat [eiseressen] ter zitting heeft verklaard dat het haar bedoeling was om de bankgarantie na ommekomst van de 60 dagen te verlengen.
subonderdeel 2aklaagt [eiseressen] dat het hof met zijn oordeel in rov. 4.10-4.13 heeft miskend (i) dat volgens het geldende aanbestedingsrecht de door een aanbestedende dienst te stellen
eisen voor inschrijving op een aanbestedingniet gelijk zijn aan (c.q. dezelfde eisen zijn als) de
eisen voor de uitvoering van de opdrachtnadat het werk de inschrijver is gegund, en (ii) dat de eisen die in een bestek aan de financiële en economische draagkracht van een inschrijver worden gesteld, steeds dienen te voldoen aan de beginselen van gelijkheid, transparantie, non-discriminatie en proportionaliteit, zodanig dat een ieder die in staat is om de opdracht (naar behoren) uit te voeren, volgens dezelfde eisen kan meedingen, de markt(werking) niet door te hoge eisen onnodig wordt beperkt en eisen zoals een zekerheidsstelling (bijv. een bankgarantie) niet langer dan nodig hoeven te lopen zodat de inschrijver niet onnodig wordt belemmerd in de liquiditeit van zijn onderneming.
aanbestedingsfasede
inschrijvingseisvan art. 00.05.09 lid 2 uit het bestek gelijk hebben gesteld aan de
(zekerheids)eisin de
opdrachtfasevolgens art. 00.05.08 lid 1 uit het bestek (uitgewerkt in art. 01.02.02 lid 29 onder 43 van het bestek) en eveneens ten onrechte zijn uitgegaan van een afwijkende, zwaardere inschrijvingseis voor [eiseressen] (eerder af te geven bankgarantie voor de gehele periode in plaats van een bereidheidverklaring). De door het hof aangenomen afwijkende, zwaardere, inschrijvingseis is volgens [eiseressen] in strijd met de bepalingen van het bestek en tevens met het in het aanbestedingsrecht geldende beginsel van gelijkheid en proportionaliteit.
bereidheidverklaringgold, [eiseressen] er zelf voor heeft gekozen om (bij inschrijving al) een
bankgarantieover te leggen (zij het een die niet voldoet aan de vereisten die gelden voor de na gunning te stellen bankgarantie). Dat het hof van oordeel is dat [eiseressen] ook had kunnen volstaan met het overleggen van een bereidheidverklaring volgt uit rov. 4.11 waarin het hof oordeelt dat [eiseressen] de opdracht toch niet zou hebben verkregen, omdat zij ‘
enerzijds niet beschikte over de gevraagde bereidheidverklaring, maar anderzijds ook niet over een bankgarantie die voldeed aan de in het bestek gestelde voorwaarden’.
subonderdeel 2bis onbegrijpelijk dat het hof in rov. 4.10-4.13 op grond van uitleg van de aangehaalde artikelen uit het bestek tot het oordeel is gekomen dat
de verlangde bankgarantie gedurende de gehele bouwperiode, tot de tweede oplevering, diende te blijven geldenen de door [eiseressen] gevraagde bankgarantie met een geldigheidsduur van 60 dagen niet aan die voorwaarde zou hebben voldaan. De tekst en verdere inhoud van art. 00.05.09 lid 2 van het bestek zou immers geen andere lezing, uitleg en conclusie toelaten dan dat alle inschrijvers voor de te gunnen opdracht tijdens de aanbesteding slechts een bereidheidverklaring dienden te overleggen, waarin werd verklaard dat de bank bereid zou zijn bij gunning van het werk de opdrachtgever een bankgarantie af te geven ter waarde van 10% van de totale aanneemsom excl. btw. [38]
tijdens de aanbestedingreeds moet worden aangeleverd (te weten een bereidheidverklaring van de bank waarin wordt verklaard dat de bank bij gunning van het werk een bankgarantie afgeeft ter waarde van 10% van de totale aanneemsom excl. btw), en (ii) wat de vereisten zijn ten aanzien van de bankgarantie waar die bereidheidverklaring op ziet (een onvoorwaardelijke bankgarantie groot 10% van de inschrijfsom vermeerderd met de btw waarvan de geldigheidsduur niet eindigt, dan nadat de aannemer aan al zijn verplichtingen krachtens de overeenkomst heeft voldaan en welke bankgarantie na de tweede oplevering wordt geretourneerd).
er meerdere gebreken [zijn] geconstateerd aan zowel de inschrijving als de instructies voor de bankgarantie die zij [ [eiseressen] , A-G] hebben gegeven, waardoor zij hoe dan ook uitgesloten zouden worden van deelname aan de inschrijving.”
ook nietover een bankgarantie die voldeed aan de in het bestek gestelde voorwaarden, waaruit kan worden afgeleid dat als de bankgarantie wel zou hebben voldaan aan de voorwaarden, [eiseressen] deze bankgarantie had kunnen overleggen in plaats van de bereidheidverklaring en aldus toch aan de voorwaarden voor inschrijving zou hebben voldaan.
subonderdeel 2dklaagt [eiseressen] dat de oordelen van het hof in rov. 4.10-4.13 innerlijk tegenstrijdig en onbegrijpelijk zijn in het licht van het oordeel van het hof in rov. 4.8. Ervan uitgaande dat [eiseressen] de aan SNS gevraagde bankgarantie op papier moest kunnen inleveren ‘
om met de inschrijving te kunnen meedoen’ (zoals het hof overweegt in rov. 4.8), is onbegrijpelijk dat het hof in rov. 4.11-4.13 kon oordelen dat ook als SNS de gevraagde bankgarantie tijdig ter beschikking had gesteld, [eiseressen] de opdracht toch niet had verkregen omdat zij niet beschikte over een bankgarantie die aan de voorwaarden uit het bestek voldeed, aldus [eiseressen] .
met de inschrijving te kunnen meedoen. In deze rechtsoverweging beziet het hof of SNS haar verbintenissen jegens [eiseressen] is nagekomen. Het hof gaat daarbij uit van de gevraagde bankgarantie en gaat niet in op de vraag of deze bankgarantie voldoet aan de voorwaarden.
subonderdeel 2eeen voortbouwklacht die het lot van de voorgaande onderdelen deelt.
onderdeel 3klaagt [eiseressen] dat het hof haar in rov. 4.14 ten onrechte en onbegrijpelijk niet heeft toegelaten tot het leveren van het door haar in eerste aanleg en (opnieuw) in appel aangeboden getuigenbewijs. Anders dan het hof oordeelt, heeft [eiseressen] naar eigen zeggen wel degelijk ‘
feitelijke stellingen betrokken die, indien bewezen, tot een andere uitkomst zouden leiden’. [eiseressen] betoogt in dit verband dat zij naast haar stelling dat het werk haar als laagste inschrijver zou zijn gegund, ook heeft aangevoerd dat zij
aan alle overige voorwaarden voor de aanbesteding zou hebben voldaan. [42] Van deze stellingen heeft [eiseressen] in eerste aanleg meermaals voldoende geconcretiseerd en gespecificeerd getuigenbewijs aangeboden [43] , welke bewijsaanbiedingen zij in hoger beroep heeft herhaald. [44] Door [eiseressen] niet toe laten tot (getuigen)bewijslevering (waaronder het horen van [betrokkene 7] van de aanbestedende dienst ( [B] )), handelt het hof volgens [eiseressen] in strijd met art. 166 lid 1 Rv Pro.
van het feit dat we aan de overige voorwaarden voor de aanbesteding hadden voldaan’ (naast het zijn van de laagste inschrijver), maar dit aanbod wordt in appel – in welke instantie SNS opwerpt dat het nog maar de vraag is of de gevraagde bankgarantie aan de voorwaarden van het bestek zou hebben voldaan – niet (toegespitst op dit verweer) herhaald. In appel ziet het aangeboden bewijs slechts op de stelling dat [eiseressen] de laagste inschrijver zou zijn geweest en dat (daarom) de opdracht aan haar zou zijn gegund.