Conclusie
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr. Voorts heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en die maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaard, de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de tenuitvoerlegging gelast van een aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde straf, het één en ander zoals nader in het arrest is bepaald. Tot slot heeft het hof op grond van art. 423, vierde lid, Sv de straf voor de – niet aan zijn oordeel onderworpen [1] – in eerste aanleg onder 2, 3, 4 en 5 [2] bewezen verklaarde feiten bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met de bijzondere voorwaarde als in het arrest omschreven. Het hof heeft daarnaast de verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer gelast van voorwerpen zoals genoemd in het arrest.
middelbehelst klachten over de strafoplegging. De strafoplegging is in de eerste plaats in strijd met het doel en de ratio van de wet aangezien het hof in twee wettelijke kaders een contactverbod heeft opgelegd, namelijk zowel in het kader van de bijzondere voorwaarde bij de aan de verdachte opgelegde (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf als in het kader van een vrijheidsbeperkende maatregel. Daarnaast behelst het middel de klacht dat het hof ten onrechte de vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende dat de verdachte zich niet mag ophouden binnen één kilometer van het woonadres van onder meer [betrokkene 2] , dadelijk uitvoerbaar heeft verklaard.
Stb.2011, 546, in werking getreden op 1 april 2012, houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
ernstigefeiten niet altijd toekomt, bijvoorbeeld indien een onvoorwaardelijke straf passend wordt geacht. Doordat in die gevallen de vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd, is de rechter niet gebonden aan het kader van de voorwaardelijke strafoplegging. [5] Tot slot houdt de memorie van toelichting in dat de regering bij de vrijheidsbeperkende maatregel in het bijzonder heeft gedacht aan relatief lichte feiten. [6]
Stb.2011, 546, in werking getreden op 1 april 2012, houdt, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het volgende in:
en [betrokkene 2] (adres thans onbekend)”.
veroordeelde zich niet zal ophouden binnen een straal van 1 (één) kilometer van de woonadressen van [slachtoffer 1] (thans [a-straat 1] , [plaats] ), [betrokkene 1] (thans [b-straat 1] , [plaats] ) en [betrokkene 2] (adres thans onbekend)”, voor zover daarin is opgenomen “
en [betrokkene 2] (adres thans onbekend)”, en tot verwerping van het beroep voor het overige.