Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelkeert zich tegen de door het hof aangenomen onderzoekplicht die op de verdachte rustte naar de herkomst van de caravan.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte kocht op 12 februari 2015 een caravan die minder dan twee jaar oud was, voor een prijs van € 8.000, terwijl de marktwaarde aanzienlijk hoger werd geschat op € 22.000. De aankoop vond plaats zonder contract, factuur of kentekenplaten, en de verdachte kende de verkoper niet persoonlijk. Het hof oordeelde dat verdachte onder deze omstandigheden redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de caravan door een misdrijf was verkregen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen deskundige was op het gebied van caravans en dat hij handelde uit vertrouwen in een vriend, waardoor er geen sprake was van verwijtbare onvoorzichtigheid. Het hof stelde echter dat verdachte een onderzoeksplicht had om de herkomst van de caravan te verifiëren, zeker gezien de ongebruikelijke omstandigheden van de aankoop.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht de onderzoeksplicht heeft aangenomen en dat de vaststelling van de marktwaarde van de caravan niet onbegrijpelijk was. Het middel tot cassatie faalde, en de veroordeling tot schuldheling bleef in stand. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het verwerven van goederen die mogelijk door misdrijf zijn verkregen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens schuldheling van een gestolen caravan door het niet naleven van de onderzoeksplicht.