ECLI:NL:PHR:2019:879

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2019
Publicatiedatum
10 september 2019
Zaaknummer
17/03255
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen

De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift en deelneming aan een criminele organisatie, met een opgelegde taakstraf van 180 uren of subsidiair 90 dagen hechtenis. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig aan de verdachte betekend op 26 oktober 2018, en de termijn voor het indienen van cassatiemiddelen liep af op 27 december 2018. Ondanks tijdige kennisgeving aan de raadsman van de verdachte, zijn er geen schrifturen met cassatiemiddelen ingediend binnen de gestelde termijn. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv, en kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 17/03255
Zitting: 4 juni 2019
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 21 juni 2017 door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, 2. “medeplegen van valsheid in geschrift” en 4. “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 2] (17/03238), [medeverdachte 3] (17/03719), [medeverdachte 4] (17/03721), [medeverdachte 5] (17/03860), [medeverdachte 1] (17/03861) en [medeverdachte 6] (17/05519). In deze zaken concludeer ik vandaag eveneens.
Tegen genoemd arrest is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 26 oktober 2018 op rechtsgeldige wijze in persoon aan de verdachte betekend. Mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 1 november 2018, van de aanzegging van zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 27 december 2018. Er is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG