ECLI:NL:PHR:2019:879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift en deelneming aan een criminele organisatie, met een opgelegde taakstraf van 180 uren of subsidiair 90 dagen hechtenis. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig aan de verdachte betekend op 26 oktober 2018, en de termijn voor het indienen van cassatiemiddelen liep af op 27 december 2018. Ondanks tijdige kennisgeving aan de raadsman van de verdachte, zijn er geen schrifturen met cassatiemiddelen ingediend binnen de gestelde termijn. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv, en kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.